1. Als eerste vraag van de algemene subdoelstelling uit de fysiotherapeutische
beroepsmethodiek geldt: “Welke factoren waren bepalend voor het ontstaan van het
gezondheidsprobleem?”
2. Als eerste vraag van de algemene subdoelstelling uit de fysiotherapeutische
beroepsmethodiek geldt: “Wat is de aard van het persoonlijke
gezondheidsprobleem?”
3. Als vierde vraag van de algemene subdoelstelling uit de fysiotherapeutische
beroepsmethodiek geldt: “Welke fysiotherapeutische verrichtingen worden ingezet?”
4. Fysiotherapeuten gebruiken begrippen uit een anatomisch en medisch
begrippenkader in hun duiding van materiële (lichamelijke) elementen van het
gezondheidsprobleem.
5. Met de term ‘drieledig mensbeeld’ wordt uitdrukking gegeven aan een materiële, een
relationele en een vrije en verantwoordelijke dimensie van mens-zijn.
6. De fysiotherapeut beoordeelt het bewegen vanuit het perspectief van het substantiële
lichaam en het relationele lichaam en niet vanuit het perspectief van de vrije en
verantwoordelijke persoon.
7. Kennis van de ‘Big Five’ stelt de fysiotherapeut in staat zijn eigen gedrag en dat van
zijn cliënten te ‘verklaren’.
8. In de wijze waarop een mens beweegt weerspiegelen gedachten en gevoelens.
9. In menselijk bewegen komen gedachten en gevoelens tot expressie.
10. De vragen van de algemene subdoelstelling van de fysiotherapeutische
beroepsmethodiek staan in een vaste volgorde.
11. De fysiotherapeutische beroepsmethodiek is niet geschikt voor
gezondheidsproblemen die zich kenmerken door een stoornis in de fysiologische
functie.