UIT HET BOEK, DE HOORCOLLEGES EN
OOK OVERIGE EXTRA STOF.
Contents
Week 1: Normatieve ethiek............................................................................................. 2
Hoofdstuk 1: Kennismaking met bedrijfsethiek.............................................................2
Hoofdstuk 2: Het formuleren van bedrijfsethiek...........................................................2
Hoofdstuk 3: Normatieve theorieën..............................................................................5
Week 2: Descriptieve Theorieën/Ethiek...........................................................................9
Hoofdstuk 4: Morele Psychologie..................................................................................9
Hoofstuk 5: Bedrijfsethiekmanagement......................................................................12
Week 4: Consumenten, Leveranciers en Concurrenten.................................................16
Hoofdstuk 8: Consumenten en bedrijfsethiek.............................................................16
Hoofdstuk 9: Leveranciers & concurrenten en bedrijfsethiek.....................................20
Week 5: Aandeelhouders & werknemers en bedrijfsethiek............................................26
Hoofdstuk 6: aandeelhouders en bedrijfsethiek..........................................................26
Hoofdstuk 7: Werknemers en bedrijfsethiek...............................................................35
Week 6: ondernemingsrecht & Duurzaamheid..............................................................40
Gastcollege week 6.................................................................................................... 40
Extra informatie voor het tentamen...............................................................................44
Tentamen informatie.................................................................................................. 44
,SAMENVATTING ETHIEK/RECHT VOOR MVO (BEDRIJFSKUNDE)
WEEK 1: NORMATIEVE ETHIEK
HOOFDSTUK 1: KENNISMAKING MET BEDRIJFSETHIEK
Bedrijfsethiek is de studie naar wat goed en slecht is binnen zakelijke situaties. Het richt zich op
morele vraagstukken die ontstaan in bedrijven en organisaties. Daarbij wordt er ook gekeken naar het
grijze gebied, dit situaties die wel vanuit ethisch perspectief beoordeeld kunnen worden, maar die niet
expliciet in wetten of regels zijn vastgelegd.
Binnen bedrijfsethiek worden drie belangrijke begrippen onderscheiden:
Moraliteit: de normen en waarden die geïntegreerd zijn in sociale en zakelijke activiteiten.
Ethiek: de studie van moraliteit en hoe deze in de praktijk kan worden toegepast.
Ethische theorieën: systemen waarin regels en principes worden vastgelegd die helpen bij
het analyseren en oplossen van ethische problemen.
Globalisering is het proces waarbij politieke, sociale en economische interacties tussen landen
steeds sterker met elkaar verweven raken, ongeacht geografische afstand.
Een belangrijk probleem binnen globalisering is de race naar de bodem. Hierbij spelen multinationale
ondernemingen ontwikkelingslanden tegen elkaar uit om de laagste productiekosten te krijgen. Dit kan
leiden tot slechtere arbeidsomstandigheden, lagere lonen en minder milieubescherming.
Binnen globalisering spelen drie belangrijke ethische kwesties:
1. Culturele problemen: verschillen in normen en waarden tussen landen kunnen tot morele
conflicten leiden.
2. Juridische problemen: wetgeving verschilt per land, waardoor bedrijven soms gebruikmaken
van zwakkere regels.
3. Verantwoordingsproblemen: het is vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is voor negatieve
gevolgen van internationale bedrijfsactiviteiten.
Duurzaamheid betekent het langdurig in stand houden van milieu-, economische en sociale
systemen. Het centrale idee is intergenerationele rechtvaardigheid: huidige generaties mogen hun
behoeften vervullen zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
Een belangrijk concept hierbij is de Triple Bottom Line (TBL). Dit principe stelt dat bedrijven zich niet
alleen moeten richten op winst, maar ook op:
Economische doelen (profit)
Sociale doelen (people)
Milieudoelen (planet)
Binnen het sociale aspect speelt sociale rechtvaardigheid een belangrijke rol, waarbij wordt gekeken
naar eerlijke behandeling van mensen, goede arbeidsomstandigheden en gelijke kansen.
HOOFDSTUK 2: HET FORMULEREN VAN BEDRIJFSETHIEK
Een onderneming wordt gedefinieerd door haar juridische status en eigendom van activa, en wordt
vaak gezien als een entiteit met eeuwigdurende voortgang. Dit betekent dat bedrijven contracten
kunnen afsluiten, rechten kunnen claimen en verplichtingen kunnen aangaan, onafhankelijk van
managers of eigenaars.
Volgens Milton Friedman hebben bedrijven geen maatschappelijke verantwoordelijkheden:
Alleen mensen kunnen ethisch verantwoordelijk handelen.
Managers moeten primair de belangen van aandeelhouders dienen.
, Sociale kwesties behoren tot de taak van de overheid.
In tegenstelling tot Friedman stellen Crane & Matten dat bedrijven wél een rol hebben in MVO.
Belangrijke dimensies zijn:
Agency – beslissingen in lijn met bedrijfsdoelen.
Juridische identiteit – contracten afsluiten, rechten claimen, aanklagen.
Functionele identiteit – bedrijf handelt als een individu.
Organisatiecultuur – belangrijke factor bij ethische beslissingen.
Deze 4 bovenstaande dimensies vormen de basis voor MVO en Stakeholder theorie.
Er zijn 2 belangrijke vragen over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) :
1. Waarom zou betoogd kunnen worden dat ondernemingen zowel sociale als financiële
verantwoordelijkheden hebben?
2. Wat is precies de aard van deze sociale verantwoordelijkheden voor bedrijven?
Bedrijven nemen MVO vaak op vanuit verlicht eigenbelang, de zakelijke redenen voor MVO zijn:
Risicobeheer: Het vermijden van conflicten en reputatieschade.
Verbetering lange termijn inkomsten: duurzaam handelen vergroot overlevingskansen.
Behoud van sociale licentie: een positief imago zorgt voor maatschappelijke steun.
Kostenbesparing: bijvoorbeeld door efficiënter energiegebruik of afvalvermindering.
Volgens Friedman zijn bedrijven niet sociaal verantwoordelijk als sociale verantwoordelijke acties
worden uitgevoerd om redenen van eigenbelang. Daarom is het naast de zakelijke argumenten
hierboven ook van groot belang om de morele argumenten voor MVO te beschrijven:
Afhankelijkheidsreden: bedrijven zijn afhankelijk van samenleving. Ondernemingen zijn ook
nauw verbonden met belanghebbenden en aandeelhouders en moeten hier rekening mee
houden.
Externaliteitsreden: activiteiten hebben gevolgen voor anderen (zowel positief als negatief).
Machtsreden: bedrijven hebben invloed en moeten dus een ethische plicht hebben.
Archie Caroll beschouwt MVO als een theorie van meerdere lagen, deze lagen zijn hieronder te zien.
Vrijwillige bijdragen aan de maatschappij
Handelen volgens wat juist en eerlijk is
Voldoen aan de wet- en regelgeving
, Winst maken om de onderneming te laten bestaan
MVO kan impliciet zijn, wat inhoudt dat de verantwoordelijkheden sterk verankerd zitten in het kader
van de onderneming. Een onderneming kan daarentegen ook expliciet zijn, wat inhoudt dat MVO een
apart benoemde activiteit van een onderneming is.
Er zijn twee verschillende manieren om MVO te beheren:
Traditioneel MVO: Bedrijven genereren eerst winst en zetten een deel daarvan later in voor
sociale projecten, vooral om het imago te verbeteren. Het richt zich voornamelijk op het
filantropische niveau van Carroll en houdt weinig rekening met bredere maatschappelijke
verwachtingen.
Hedendaags MVO: MVO is geïntegreerd in de kernactiviteiten en gezien als een manier om
winst te maken én maatschappelijke verwachtingen te vervullen. Alle niveaus van Carroll
(economisch, juridisch, ethisch en filantropisch) worden hierbij meegenomen, vaak impliciet in
de dagelijkse bedrijfsvoering.
Bedrijven kunnen volgens Donna Wood ingedeeld worden op sociale activiteiten:
Sociale beleidslijnen: zichtbaar beleid en regels.
Sociale programma’s: concrete activiteiten of initiatieven.
Sociale resultaten: daadwerkelijke veranderingen die doelstellingen bereiken.
Een stakeholder is elke groep of individu die invloed ondervindt van of invloed kan uitoefenen op een
bedrijf. Even & Freemans beweren dat er 2 principes zijn om belanghebbende te verklaren:
Bedrijfsrechten: rechten van anderen niet mogen schenden.
Bedrijfseffect: verantwoordelijk voor effecten van eigen acties.
Freeman beschrijft 2 redenen voor het belang van een belanghebbende:
Juridisch perspectief: meer groepen relevant dan alleen directe aandeelhouders.
Economisch perspectief / agentprobleem: aandeelhouders kunnen aandelen verkopen en
vormen geen stabiel focuspunt.
Donaldson & Preston hebben 3 verschillende stakeholder theorieën ontwikkeld:
Normatief: waarom bedrijven rekening moeten houden met stakeholders.
Beschrijvend: hoe bedrijven daadwerkelijk rekening houden met belangen van
stakeholderstheorie.
Instrumenteel: rekening houden met stakeholders heeft positieve effecten voor het bedrijf.
Marshall classificeert de rechten van het maatschappelijk burgerschap in 3 verschillende groepen:
Burgerrechten: vrijheid zonder interventie overheid bedrijf kan dit aanmoedigen of
ontmoedigen
Sociale rechten: rechten deelname samenleving bedrijf kan dit leveren of negeren
Politieke rechten: rechten om te stemmen bedrijf kan hier een kanaal of blokkade voor
vormen