Leeruitkomsten Onderwijsweek 2 Les 1
De definitie en de functies van het bestuursrecht beschrijven
Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en burgers
(belanghebbenden).
Het bestuursrecht geeft regels voor de verhouding tussen bestuursorganen en
belanghebbenden.
Functies van het bestuursrecht:
Instrumentele functie:
Het bestuursrecht geeft de overheid de bevoegdheden (of instrumenten) om het algemeen
belang te behartigen en zijn publieke taak te vervullen.
Overheid heeft instrumenten om eenzijdige rechtshandelingen te kunnen verrichten. Dat
noem je ‘besluit’, hierbij is het begrip ‘bestuursorgaan’ belangrijk, want daaraan zijn de
instrumenten toebedeeld.
Waarborgfunctie:
Het bestuursrecht geeft aan de burger de middelen om het beleid van het bestuur te
beïnvloeden en zich daarentegen teweer te stellen.
Het bestuursrecht geeft burgers (belanghebbenden) bescherming (rechtsbescherming) tegen
de overheid en haar besluiten.
Normerende functie:
Burgers kunnen zich beroepen op normen waar het bestuur zich bij de uitoefening van zijn
bevoegdheid aan moet houden.
De begrippen attributie, delegatie en mandaat omschrijven;
Artikel 10:22 en artikel 10:23 Awb.
Attributie is het scheppen van een bestuursbevoegdheid en het toedelen van die
bevoegdheid aan een bestuursorgaan.
Degene die een bevoegdheid geattribueerd krijgt, handelt op eigen gezag en
verantwoordelijkheid.
Artikel 10:13 Awb
Onder delegatie wordt verstaan: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn
bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen
verantwoordelijkheid uitoefent. Gaat altijd over concrete bevoegdheden.
Artikel 10:1 Awb
Bij delegatie is er sprake van overdracht van bevoegdheid, omdat de delegans zelf zijn
bevoegdheid verliest. De bevoegdheid wordt uitgeoefend door en in naam van het orgaan
dat de bevoegdheid gedelegeerd kreeg.
Het begrip bestuursorgaan uitleggen;
Art. 1:1 Awb:
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
a. Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
, RTC-model voor bestuursorgaan
R
Het begrip bestuursorgaan is geregeld in artikel 1:1 Awb. Artikel 1:1 Awb geeft twee
varianten: a-organen of b-organen. Om te bepalen welke van de twee het is pas ik de
volgende twee stappen toe.
Stap 1: wat is de aard van de rechtspersoon:
Optie 1: privaatrechtelijk (art. 2:3 BW) = mogelijk b-orgaan als bedoeld in artikel 1:1, lid 1,
sub b Awb.
Optie 2: publiekrechtelijk (art. 2:1 lid 1 BW jo 132, 133 of 134 Gw óf 2:1 lid 2 BW jo de
specifieke instellingswet) = mogelijk a-orgaan als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a Awb.
Stap 2: vereisten
Optie voor b-orgaan: als het orgaan met enig openbaar gezag is bekleed
Of
Optie voor a-orgaan: als het orgaan genoemd wordt in de wet die de organisatie van die
publiekrechtelijke rechtspersoon regelt.
De definitie en de functies van het bestuursrecht beschrijven
Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en burgers
(belanghebbenden).
Het bestuursrecht geeft regels voor de verhouding tussen bestuursorganen en
belanghebbenden.
Functies van het bestuursrecht:
Instrumentele functie:
Het bestuursrecht geeft de overheid de bevoegdheden (of instrumenten) om het algemeen
belang te behartigen en zijn publieke taak te vervullen.
Overheid heeft instrumenten om eenzijdige rechtshandelingen te kunnen verrichten. Dat
noem je ‘besluit’, hierbij is het begrip ‘bestuursorgaan’ belangrijk, want daaraan zijn de
instrumenten toebedeeld.
Waarborgfunctie:
Het bestuursrecht geeft aan de burger de middelen om het beleid van het bestuur te
beïnvloeden en zich daarentegen teweer te stellen.
Het bestuursrecht geeft burgers (belanghebbenden) bescherming (rechtsbescherming) tegen
de overheid en haar besluiten.
Normerende functie:
Burgers kunnen zich beroepen op normen waar het bestuur zich bij de uitoefening van zijn
bevoegdheid aan moet houden.
De begrippen attributie, delegatie en mandaat omschrijven;
Artikel 10:22 en artikel 10:23 Awb.
Attributie is het scheppen van een bestuursbevoegdheid en het toedelen van die
bevoegdheid aan een bestuursorgaan.
Degene die een bevoegdheid geattribueerd krijgt, handelt op eigen gezag en
verantwoordelijkheid.
Artikel 10:13 Awb
Onder delegatie wordt verstaan: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn
bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen
verantwoordelijkheid uitoefent. Gaat altijd over concrete bevoegdheden.
Artikel 10:1 Awb
Bij delegatie is er sprake van overdracht van bevoegdheid, omdat de delegans zelf zijn
bevoegdheid verliest. De bevoegdheid wordt uitgeoefend door en in naam van het orgaan
dat de bevoegdheid gedelegeerd kreeg.
Het begrip bestuursorgaan uitleggen;
Art. 1:1 Awb:
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
a. Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
, RTC-model voor bestuursorgaan
R
Het begrip bestuursorgaan is geregeld in artikel 1:1 Awb. Artikel 1:1 Awb geeft twee
varianten: a-organen of b-organen. Om te bepalen welke van de twee het is pas ik de
volgende twee stappen toe.
Stap 1: wat is de aard van de rechtspersoon:
Optie 1: privaatrechtelijk (art. 2:3 BW) = mogelijk b-orgaan als bedoeld in artikel 1:1, lid 1,
sub b Awb.
Optie 2: publiekrechtelijk (art. 2:1 lid 1 BW jo 132, 133 of 134 Gw óf 2:1 lid 2 BW jo de
specifieke instellingswet) = mogelijk a-orgaan als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a Awb.
Stap 2: vereisten
Optie voor b-orgaan: als het orgaan met enig openbaar gezag is bekleed
Of
Optie voor a-orgaan: als het orgaan genoemd wordt in de wet die de organisatie van die
publiekrechtelijke rechtspersoon regelt.