Bedrijfseconomie en recht 2
Begrippenlijstrecht
Recht: georganiseerde ordening van het menselijk handelen in de samenleving.
Verbintenisrecht: “Een recht op ontvangen van prestatie & een plicht tot uitvoeren van
prestatie.”
• Komt erop neer dat een iets moet doen of nalaten en dat de ander daar recht op
heeft.
• Niet alleen natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen. Bijvoorbeeld:
Arbeidsrecht.
Overeenkomst: een afspraak tussen twee of meerdere partijen waarbij er over en weer
rechten en verplichtingen voortvloeien.
• Aanbod: mondeling/ schriftelijk
Vereiste: aanbod moet voldoende duidelijk zijn.
• Aanvaarding
• Als het aanbod wordt aanvaard ontstaan er rechten en plichten tussen beide
partijen = verbintenis.
• Bij de koop biedt de rechter de consument meer bescherming.
Overeenkomst op afstand: (‘e-commerce’) vallen overeenkomsten waarbij uitsluitend
gebruik wordt gemaakt van 1 of meer technieken voor communicatie op afstand en
waarbij een consument betrokken is.
Extra bescherming door de wet:
Reden: Om consument te beschermen tegen soms al te ver gaande bevoegdheden van
de online verkoper.
• Informatieplicht: verkoper is verplicht de consument vóór het sluiten van de
overeenkomst informatie te geven over het product;
• Herroepingsrecht: er geldt in principe een bedenktijd van 14 dagen.
Algemene voorwaarden: Wanneer van toepassing?
• Bij sluiten van de overeenkomst bepaalt de ondernemer uitdrukkelijk dat zijn
Algemene voorwaarden van toepassing zijn;
• De wederpartij moet ermee instemmen.
→ Dus door aanbod en aanvaarding.
Vereiste onrechtmatige daad:
1. : Onrechtmatigheid (voldoet niet aan het ‘recht’)
2. Ontbreken rechtvaardigingsgrond (‘goede’ reden voor afwijken)
• Noodweer (verdediging van jezelf of een ander): inbreker in huis
3. Toerekenbaarheid
• Iemand die pas net zijn rijbewijs heeft maakt ongeluk door
onervarenheid: toerekenbaar?
4. Schade (materieel en immaterieel)
5. Causaal verband (oorzaak-gevolg)
• art. 6:98 BW
6. Relativiteit (wettelijk vastgelegd belang van ‘slachtoffer’ beschermen)
• art. 6:163 BW
Wettelijke criteria productaansprakkelijkheid:
1. Product
• Bijv. tv, auto, fiets, pak hagelslag, fles limonade, shampoo,
vleeswaren, grondstoffen
• Diensten vallen daarbuiten!
2. Producent
• Fabrikant van product
• Buiten EU: importeur van het product is ‘producent’
3. Gebrek
• Onveilig product
4. Schade
, Gevolgschade: schade die is veroorzaakt aan een andere zaak (incl.
•
dood of lichamelijk letsel)
• Transactieschade: schade aan het product zelf
Arbeidsovereenkomst kenmerken: In dienst/ gezag relatie, Loon , zekere tijd, arbeid.
Flexibele arbeidsrelaties:
Detachering: arbeidsovereenkomst met detacheringsbureau of oorspronkelijke
werkgever
Freelanceovereenkomst: Overeenkomst van opdracht (géén werknemer!)
Oproepkrachten: Nul-urencontract, min-maxcontract, na 3 maanden bescherming zoals
werknemer
Uitzendkrachten: Uitzendovereenkomst met uitzendbureau
Werkgeversverplichtingen: een goed werkgever te zijn;
• het afgesproken loon tijdig te betalen;
• het wettelijk minimumloon te betalen (WML);
• minimaal vier keer de overeengekomen arbeidsduur p.w. aan vakantie uren te
geven;
• werknemers gelijk te behandelen;
• te zorgen voor een gezonde en veilige werkplek (arbo en arbeidstijden);
• schadevergoeding te betalen als werknemer bij werkzaamheden schade lijdt.
Werknemersverplichtingen:
• goed werknemer te zijn;
• zelf het werk te verrichten;
• instructies van de werkgever op te volgen (gezag).
Proeftijd:
• Moet voor beide partijen even lang zijn;
• Moet schriftelijk worden overeengekomen;
• Wettelijke maximumduur
• Afspraken over een langere proeftijd zijn nietig (ongeldig);
Concurrentiebeding: Doel: het risico te beperken dat (ex)werknemers er vandoor gaan
met klanten en kennis van je bedrijf.
Einde van de arbeidsovereenkomst:
• Door de wet
• van rechtswege (contract loopt af, overlijden, pensioen)
• Gezamenlijk
• Wederzijds goedvinden (leidt tot vaststellingsovereenkomst)
• Door de werknemer
• Opzegging werknemer
• Ontslag op staande voet
• Door de werkgever
• Ontslag op staande voet;
• Opzegging werkgever: Goedkeuring UWV;
• Opzegging werkgever: Ontbinding door de rechter;
Op staande voet ( ontslaan)
Er moet sprake zijn van:
1. Dringende reden:
• Fraude, diefstal, mishandeling, weigeren een redelijke opdracht uit te
voeren (werkweigering of bij overwerk), ernstige mate van
onbekwaamheid, schending geheimhoudingsplicht, valse inlichtingen
verstrekken.
2. Direct bekend maken (direct weg)
3. Geen opzegtermijn (normaal minimaal een maand)
Begrippenlijstrecht
Recht: georganiseerde ordening van het menselijk handelen in de samenleving.
Verbintenisrecht: “Een recht op ontvangen van prestatie & een plicht tot uitvoeren van
prestatie.”
• Komt erop neer dat een iets moet doen of nalaten en dat de ander daar recht op
heeft.
• Niet alleen natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen. Bijvoorbeeld:
Arbeidsrecht.
Overeenkomst: een afspraak tussen twee of meerdere partijen waarbij er over en weer
rechten en verplichtingen voortvloeien.
• Aanbod: mondeling/ schriftelijk
Vereiste: aanbod moet voldoende duidelijk zijn.
• Aanvaarding
• Als het aanbod wordt aanvaard ontstaan er rechten en plichten tussen beide
partijen = verbintenis.
• Bij de koop biedt de rechter de consument meer bescherming.
Overeenkomst op afstand: (‘e-commerce’) vallen overeenkomsten waarbij uitsluitend
gebruik wordt gemaakt van 1 of meer technieken voor communicatie op afstand en
waarbij een consument betrokken is.
Extra bescherming door de wet:
Reden: Om consument te beschermen tegen soms al te ver gaande bevoegdheden van
de online verkoper.
• Informatieplicht: verkoper is verplicht de consument vóór het sluiten van de
overeenkomst informatie te geven over het product;
• Herroepingsrecht: er geldt in principe een bedenktijd van 14 dagen.
Algemene voorwaarden: Wanneer van toepassing?
• Bij sluiten van de overeenkomst bepaalt de ondernemer uitdrukkelijk dat zijn
Algemene voorwaarden van toepassing zijn;
• De wederpartij moet ermee instemmen.
→ Dus door aanbod en aanvaarding.
Vereiste onrechtmatige daad:
1. : Onrechtmatigheid (voldoet niet aan het ‘recht’)
2. Ontbreken rechtvaardigingsgrond (‘goede’ reden voor afwijken)
• Noodweer (verdediging van jezelf of een ander): inbreker in huis
3. Toerekenbaarheid
• Iemand die pas net zijn rijbewijs heeft maakt ongeluk door
onervarenheid: toerekenbaar?
4. Schade (materieel en immaterieel)
5. Causaal verband (oorzaak-gevolg)
• art. 6:98 BW
6. Relativiteit (wettelijk vastgelegd belang van ‘slachtoffer’ beschermen)
• art. 6:163 BW
Wettelijke criteria productaansprakkelijkheid:
1. Product
• Bijv. tv, auto, fiets, pak hagelslag, fles limonade, shampoo,
vleeswaren, grondstoffen
• Diensten vallen daarbuiten!
2. Producent
• Fabrikant van product
• Buiten EU: importeur van het product is ‘producent’
3. Gebrek
• Onveilig product
4. Schade
, Gevolgschade: schade die is veroorzaakt aan een andere zaak (incl.
•
dood of lichamelijk letsel)
• Transactieschade: schade aan het product zelf
Arbeidsovereenkomst kenmerken: In dienst/ gezag relatie, Loon , zekere tijd, arbeid.
Flexibele arbeidsrelaties:
Detachering: arbeidsovereenkomst met detacheringsbureau of oorspronkelijke
werkgever
Freelanceovereenkomst: Overeenkomst van opdracht (géén werknemer!)
Oproepkrachten: Nul-urencontract, min-maxcontract, na 3 maanden bescherming zoals
werknemer
Uitzendkrachten: Uitzendovereenkomst met uitzendbureau
Werkgeversverplichtingen: een goed werkgever te zijn;
• het afgesproken loon tijdig te betalen;
• het wettelijk minimumloon te betalen (WML);
• minimaal vier keer de overeengekomen arbeidsduur p.w. aan vakantie uren te
geven;
• werknemers gelijk te behandelen;
• te zorgen voor een gezonde en veilige werkplek (arbo en arbeidstijden);
• schadevergoeding te betalen als werknemer bij werkzaamheden schade lijdt.
Werknemersverplichtingen:
• goed werknemer te zijn;
• zelf het werk te verrichten;
• instructies van de werkgever op te volgen (gezag).
Proeftijd:
• Moet voor beide partijen even lang zijn;
• Moet schriftelijk worden overeengekomen;
• Wettelijke maximumduur
• Afspraken over een langere proeftijd zijn nietig (ongeldig);
Concurrentiebeding: Doel: het risico te beperken dat (ex)werknemers er vandoor gaan
met klanten en kennis van je bedrijf.
Einde van de arbeidsovereenkomst:
• Door de wet
• van rechtswege (contract loopt af, overlijden, pensioen)
• Gezamenlijk
• Wederzijds goedvinden (leidt tot vaststellingsovereenkomst)
• Door de werknemer
• Opzegging werknemer
• Ontslag op staande voet
• Door de werkgever
• Ontslag op staande voet;
• Opzegging werkgever: Goedkeuring UWV;
• Opzegging werkgever: Ontbinding door de rechter;
Op staande voet ( ontslaan)
Er moet sprake zijn van:
1. Dringende reden:
• Fraude, diefstal, mishandeling, weigeren een redelijke opdracht uit te
voeren (werkweigering of bij overwerk), ernstige mate van
onbekwaamheid, schending geheimhoudingsplicht, valse inlichtingen
verstrekken.
2. Direct bekend maken (direct weg)
3. Geen opzegtermijn (normaal minimaal een maand)