Aardrijkskunde Wereldbeeld par 1.1 t/m 1.6
Par 1.1
Welvaartsverschillen tussen landen kun je meten op een paar manieren:
1. Brute binnenlands product (BBP), Dit bereken je door de waarde van goederen en diensten te
delen door het aantal inwoners dan heb je het bbp/hoofd.
2. De samenstelling van de Beroepsbevolking, Het ontwikkelingspeil is hoger als er minder mensen in
de landbouw werken en meer in de formele dienstensector.
Beroepsbevolking/formele= De bevolking dat betaalt krijgt voor het uitvoeren van een beroep
+ werklozen. Ze worden ingedeeld in verschillende sectoren:
-Primaire Sector= Alle beroepen waarbij iets uit de natuur wordt gehaald Landbouw, visserij,
mijnbouw, bosbouw.
-Secundaire Sector= Alle beroepen waarbij iets uit de natuur wordt bewerkt industrie, ambacht.
-Tertiaire Sector= Commerciële dienstverleningen Kapper, horeca.
-Quartaire Sector= Niet-commerciële dienstverlening Brandweer, artsen, politie, Onderwijs
(door overheid)
-Informele Sector= Illegale banen Zwartwerkers, Laatste kans sector.
Algemene regel welvaart: Hoe hoger de welvaart en Welzijn, hoe minder bbp/hoofd. Hoe hoger de
welvaart, hoe beter de welzijn.
Hoe meet/zie je welzijn:
-VN-ontwikkelingsindex, Maatstaf uit koopkracht(inkomen), alfabetisme en levensverwachting om
welzijn te meten.
Koopkracht= Hoeveel je voor 1 dollar iets kunt kopen in een land
Analfabetisme= Het niet kunnen lezen en schrijven deel van de bevolking.
Levensverwachting= Gemiddeld aantal jaren dat een pasgeboren kan verwachten te leven.
Aan het meten van welvaart zitten vier nadelen:
1. De Koopkracht(dollar) is niet overal evenveel waard
2. Inkomsten uit de Informele sector tellen vaak niet mee in de Economie (meet illegaliteit)
3. Sociale Ongelijkheid: Grote verschillen in Welvaart en ontwikkelingskansen tussen verschillende
groepen van de Bevolking. Een verdient meer dan de ander. Verschil tussen Arm en Rijk groeit.
4. Het bbp/hoofd laat geen Regionale Ongelijkheid (zien): Grote Verschillen in ontwikkeling tussen
gebieden. het brp/hoofd: Gem inkomen/hoofd in een regio. bijv. ligt een stuk lager in Anhui dan in
Shanghai.
, Par 1.2
Bevolkingsdichtheid= Gemiddeld aantal inwoners per km2
Bevolkingsspreiding= De manier waarop de bevolking over een gebied is verdeeld.
Grootste bevolkingen liggen aan de randen van de continenten, in kustvlaktes, langs rivieren en in
vruchtbare gebieden liggen.
Het spreidingspatroon verandert door Migratie en verschil in natuurlijke groei.
De bevolkingsverspreiding komt door:
Natuurlijke mogelijkheden: valt vaak samen met klimaat, vruchtbare bodems, de
beschikbaarheid van water, niet te bergachtig en gunstig voor een agrarische samenleving.
De Ligging: Gunstige ligging ten opzichte van economische kerngebieden en de verbinding
hiermee, vooral stedelijke gebieden stijgt de bevolkingsdichtheid.
Het koloniale verleden: hier concentreert de bevolking zich in de kustgebieden.
Verschillende soorten migranten en waarom ze verhuizen:
Economische migranten, door verschil in welvaart en ontwikkelingskansen. Door slechte
leefomstandigheden (pushfactoren: redenen om een gebied te verlaten) vertrekken ze uit
het gebied. Ze worden aangetrokken door de welvaart van westerse landen (pullfactoren:
redenen om in een gebied te vestigen)
Vluchtelingen Door oorlog of onderdrukking in hun land. Legaal door vluchtelingenstatus.
Ecologische migranten Speelt de natuur of milieurampen een rol.
buurlanden spelen bij de laatste twee een belangrijke rol: Wie laten ze in en wie niet?
Arbeidsmigratie= Verhuizen naar een ander gebied of plaats om daar te werken.
Veruit zijn de meeste migranten in hun eigenland. platteland Stad.
Par 1.3
Cultuur= Aangeleerd gedrag (Taal en godsdienst spelen een belangrijke rol)
De Cultuur van een groep herken je aan de cultuurelementen= Een kenmerk waaraan je een cultuur
kunt herkennen, bijvoorbeeld taal, godsdienst en gewoonten. Deze kun je in 3 hoofdgroepen delen:
Elementen die te maken hebben met je verstand, zoals taal en godsdienst
Elementen die bepalen hoe je met elkaar samenleeft, zoals wetten, familiebanden en
opvoeding. posities van vrouwen in NL verschilt veel met een Arabisch land.
Zichtbare of materiele kenmerken, De manier hoe ze hun gebied hebben ingericht,
bewerking land, bouwstijl van huizen en religieuze gebouwen, kleding etc.
Cultuurgebied= Een gebied waar culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.
Par 1.1
Welvaartsverschillen tussen landen kun je meten op een paar manieren:
1. Brute binnenlands product (BBP), Dit bereken je door de waarde van goederen en diensten te
delen door het aantal inwoners dan heb je het bbp/hoofd.
2. De samenstelling van de Beroepsbevolking, Het ontwikkelingspeil is hoger als er minder mensen in
de landbouw werken en meer in de formele dienstensector.
Beroepsbevolking/formele= De bevolking dat betaalt krijgt voor het uitvoeren van een beroep
+ werklozen. Ze worden ingedeeld in verschillende sectoren:
-Primaire Sector= Alle beroepen waarbij iets uit de natuur wordt gehaald Landbouw, visserij,
mijnbouw, bosbouw.
-Secundaire Sector= Alle beroepen waarbij iets uit de natuur wordt bewerkt industrie, ambacht.
-Tertiaire Sector= Commerciële dienstverleningen Kapper, horeca.
-Quartaire Sector= Niet-commerciële dienstverlening Brandweer, artsen, politie, Onderwijs
(door overheid)
-Informele Sector= Illegale banen Zwartwerkers, Laatste kans sector.
Algemene regel welvaart: Hoe hoger de welvaart en Welzijn, hoe minder bbp/hoofd. Hoe hoger de
welvaart, hoe beter de welzijn.
Hoe meet/zie je welzijn:
-VN-ontwikkelingsindex, Maatstaf uit koopkracht(inkomen), alfabetisme en levensverwachting om
welzijn te meten.
Koopkracht= Hoeveel je voor 1 dollar iets kunt kopen in een land
Analfabetisme= Het niet kunnen lezen en schrijven deel van de bevolking.
Levensverwachting= Gemiddeld aantal jaren dat een pasgeboren kan verwachten te leven.
Aan het meten van welvaart zitten vier nadelen:
1. De Koopkracht(dollar) is niet overal evenveel waard
2. Inkomsten uit de Informele sector tellen vaak niet mee in de Economie (meet illegaliteit)
3. Sociale Ongelijkheid: Grote verschillen in Welvaart en ontwikkelingskansen tussen verschillende
groepen van de Bevolking. Een verdient meer dan de ander. Verschil tussen Arm en Rijk groeit.
4. Het bbp/hoofd laat geen Regionale Ongelijkheid (zien): Grote Verschillen in ontwikkeling tussen
gebieden. het brp/hoofd: Gem inkomen/hoofd in een regio. bijv. ligt een stuk lager in Anhui dan in
Shanghai.
, Par 1.2
Bevolkingsdichtheid= Gemiddeld aantal inwoners per km2
Bevolkingsspreiding= De manier waarop de bevolking over een gebied is verdeeld.
Grootste bevolkingen liggen aan de randen van de continenten, in kustvlaktes, langs rivieren en in
vruchtbare gebieden liggen.
Het spreidingspatroon verandert door Migratie en verschil in natuurlijke groei.
De bevolkingsverspreiding komt door:
Natuurlijke mogelijkheden: valt vaak samen met klimaat, vruchtbare bodems, de
beschikbaarheid van water, niet te bergachtig en gunstig voor een agrarische samenleving.
De Ligging: Gunstige ligging ten opzichte van economische kerngebieden en de verbinding
hiermee, vooral stedelijke gebieden stijgt de bevolkingsdichtheid.
Het koloniale verleden: hier concentreert de bevolking zich in de kustgebieden.
Verschillende soorten migranten en waarom ze verhuizen:
Economische migranten, door verschil in welvaart en ontwikkelingskansen. Door slechte
leefomstandigheden (pushfactoren: redenen om een gebied te verlaten) vertrekken ze uit
het gebied. Ze worden aangetrokken door de welvaart van westerse landen (pullfactoren:
redenen om in een gebied te vestigen)
Vluchtelingen Door oorlog of onderdrukking in hun land. Legaal door vluchtelingenstatus.
Ecologische migranten Speelt de natuur of milieurampen een rol.
buurlanden spelen bij de laatste twee een belangrijke rol: Wie laten ze in en wie niet?
Arbeidsmigratie= Verhuizen naar een ander gebied of plaats om daar te werken.
Veruit zijn de meeste migranten in hun eigenland. platteland Stad.
Par 1.3
Cultuur= Aangeleerd gedrag (Taal en godsdienst spelen een belangrijke rol)
De Cultuur van een groep herken je aan de cultuurelementen= Een kenmerk waaraan je een cultuur
kunt herkennen, bijvoorbeeld taal, godsdienst en gewoonten. Deze kun je in 3 hoofdgroepen delen:
Elementen die te maken hebben met je verstand, zoals taal en godsdienst
Elementen die bepalen hoe je met elkaar samenleeft, zoals wetten, familiebanden en
opvoeding. posities van vrouwen in NL verschilt veel met een Arabisch land.
Zichtbare of materiele kenmerken, De manier hoe ze hun gebied hebben ingericht,
bewerking land, bouwstijl van huizen en religieuze gebouwen, kleding etc.
Cultuurgebied= Een gebied waar culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.