Toets geschiedenis: 2.2, 2.3 en 3.1.
Lees de vragen goed, geef in volledige zinnen antwoord. Verwerk de kern van de vraag in je
antwoord. Je levert de toets via Teams in. De toets heeft negen vragen. Het maximaal te behalen
aantal punten is 16. Succes!!
1. Vergelijk de opkomst van de fascisten in Italië met de opkomst van het
nationaalsocialisme in Duitsland. Bespreek,(= noemen en toelichten), twee
overeenkomsten. Denk aan gebeurtenissen en/of omstandigheden.(3)
(Bij een vergelijking schenk je altijd aandacht aan alle twee de delen van de vergelijking.)
2.
Hiernaast zie je
kerstboomversiering uit de Nazi-
tijd. Leg uit dat je deze
versiering kunt beschouwen als
een voorbeeld van geslaagde
indoctrinatie. Begin je antwoord
met een omschrijving van het
begrip indoctrinatie. (2)
3. Lees de twee uitspraken.
I In de vijfjarenplannen van Stalin kreeg de zware industrie topprioriteit.
II De planeconomie van Stalin boekte op het terrein van de zware industrie weinig
succes.
A. Uitspraak I is juist, uitspraak II is onjuist.
B. Uitspraak I is onjuist, uitspraak II is juist
C. Uitspraak I en II zijn juist.
D. Uistpraak I en II zijn onjuist. (1)
4. Kolchozen waren:
A. Grote landbouwbedrijven waarin boeren samenwerkten en zoveel mogelijk winst
maakten.
B. Grote landbouwbedrijven in de vorm van een staatsgevangenis waarin koelakken
werden opgesloten.
C. Grote landbouwbedrijven waarin boeren samenwerkten en de productie moesten
afstaan aan de staat.
D. Grote landbouwbedrijven waar koelakken in protest tegen Stalin zich vrijwillig
voor melden.(1)
Lees de vragen goed, geef in volledige zinnen antwoord. Verwerk de kern van de vraag in je
antwoord. Je levert de toets via Teams in. De toets heeft negen vragen. Het maximaal te behalen
aantal punten is 16. Succes!!
1. Vergelijk de opkomst van de fascisten in Italië met de opkomst van het
nationaalsocialisme in Duitsland. Bespreek,(= noemen en toelichten), twee
overeenkomsten. Denk aan gebeurtenissen en/of omstandigheden.(3)
(Bij een vergelijking schenk je altijd aandacht aan alle twee de delen van de vergelijking.)
2.
Hiernaast zie je
kerstboomversiering uit de Nazi-
tijd. Leg uit dat je deze
versiering kunt beschouwen als
een voorbeeld van geslaagde
indoctrinatie. Begin je antwoord
met een omschrijving van het
begrip indoctrinatie. (2)
3. Lees de twee uitspraken.
I In de vijfjarenplannen van Stalin kreeg de zware industrie topprioriteit.
II De planeconomie van Stalin boekte op het terrein van de zware industrie weinig
succes.
A. Uitspraak I is juist, uitspraak II is onjuist.
B. Uitspraak I is onjuist, uitspraak II is juist
C. Uitspraak I en II zijn juist.
D. Uistpraak I en II zijn onjuist. (1)
4. Kolchozen waren:
A. Grote landbouwbedrijven waarin boeren samenwerkten en zoveel mogelijk winst
maakten.
B. Grote landbouwbedrijven in de vorm van een staatsgevangenis waarin koelakken
werden opgesloten.
C. Grote landbouwbedrijven waarin boeren samenwerkten en de productie moesten
afstaan aan de staat.
D. Grote landbouwbedrijven waar koelakken in protest tegen Stalin zich vrijwillig
voor melden.(1)