Hoofdstuk 9 - Wereldoorlogen
Paragraaf 9.1
Kenmerkende aspecten
Het voeren van twee wereldoorlogen
Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en
de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
De aanleiding van WOI was de moord op de Oostenrijkse prins Frans Ferdinand, die op 28
juni 1914 werd vermoord door een lid van een terreurgroep die vanuit Servië opereerde.
Bosnië kwam onder heerschappij van Oostenrijk. Servië maakte ook aanspraak op Bosnië.
Daarom stookte Servië de in Bosnië wonende Serviërs op. Om Servische bedreiging te
stoppen, besloot Oostenrijk Servië te straffen. Nadat Duitsland Oostenrijk
onvoorwaardelijke steun beloofd had, stelde Oostenrijk Servië een ultimatum:
Oostenrijkse rechercheurs moesten in Servië de vrije hand krijgen. Servië weigerde nadat
Rusland steun had beloofd. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk Servië de oorlog. Rusland
mobiliseerde zijn leger, waarna Duitsland Rusland de oorlog verklaarde. Na mobilisatie
Frankrijk, verklaarde Duitsland ook hen de oorlog. Vanaf dat moment vochten de
geallieerden, Groot-Brittannië (GB), Frankrijk, Rusland, tegen de centralen, Duitsland,
Oostenrijk. Toen de VS zich aansloot bij de geallieerden, was het een wereldoorlog.
Hoe kon dit uitlopen tot een wereldoorlog? Belangrijk was dat in de 19 e eeuw 2
bondgenootschappen in Europa waren ontstaan. Oostenrijk & Duitsland en Rusland &
Frankrijk. De spanningen liepen op door nationalisme en onderling wantrouwen. Frankrijk
wilde wraak voor de verloren oorlog tegen Duitsland. Oostenrijk voelde zich bedreigd door
Rusland, dat zijn ‘Slavische broedervolken’ op de Balkan steunde. Rusland zag Duitsland en
Oostenrijk als obstakels voor zijn machtsuitbreiding. Duitsland voelden zich omsingeld en
‘had’ recht op meer macht. Om zijn koloniale rijk uit te breiden, bouwde Duitsland een
grote oorlogsvloot, wat leidde tot een wapenwedloop op zee met GB. GB had lang Rusland
als belangrijkste bedreiging voor zijn wereldrijk gezien, maar de agressieve Duitse politiek
veranderde dat. Overal heerste militarisme: leger verheerlijking, militaire waarden als
discipline en strijdvaardigheid stonden hoog in aanzien. Duitsland, Frankrijk en Rusland
hadden gedetailleerde oorlogsplannen, met snelheid als key. Toen mobilisaties begonnen,
vonden generaals dat er geen weg terug was. De spanningen op de Balkan vormden de
grootste bedreiging voor de vrede. De situatie was er instabiel door de zwakte van het
Ottomaanse Rijk en het agressieve nationalisme van kleine landen.
West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk waren verdeeld door loopgraven. Rusland had te
maken met grote binnenlandse problemen. Honger onder bevolking liep uit op een opstand
tegen de regering. De Tsaar trad af. De nieuwe regering zette de oorlog voort, maar het
land bleef in chaos. Toen de Duitsers achter hun linies werden teruggedrongen, besefte de
legerleiding dat de oorlog verloren was. Ze stelde een burgerregering aan die vrede moest
sluiten. Toen de keizer hoorde dat het leger niet meer voor hem wilde vechten, vluchtte
hij naar Nederland. Vervolgens kwam op 11 november een wapenstilstand.
, WOI leidde tot ongekende verwoestingen. De vernietigingskracht van wapens nam toe door
industrialisatie. Duitsers kwamen met gifgas. Militair leverde dit
massavernietigingswapen geen voordeel op. Er kwamen snel gasmaskers. In de hoop op
een doorbraak, organiseerde de legerleiding grote offensieven.
Legers bestonden uit dienstplichten en vrijwilligers. Vrouwen en ouderen houden
productie op gang. De economie werd volledig afgestemd op de oorlog. Door beperking van
productie van consumptiegoederen, ontstonden voedseltekorten. Er was veel geweld wat
gevolg was van haatcampagnes.
Na de oorlog moest Duitsland de Vrede van Versailles teken. Ze verloren grondgebied,
raakte koloniën kwijt, had een klein leger, kreeg hoge herstelbetalingen opgelegd en mocht
geen lid worden van de Volkenbond. Van de oude multi-etnische staten bleef alleen
Rusland bestaan. Communisten heroverden later Oekraïne en Georgië en ze werden samen
de Sovjet-Unie. Daarnaast viel het Habsburgse Rijk uiteen.
Paragraaf 9.2
Kenmerkend aspect
De crisis van het wereldkapitalisme
WOI maakte een eind aan de stijging van welvaart in Europa. In 1924 begon een tijd van
economische bloei, staat ook wel bekend als de Roaring Twenties. De Amerikaanse
economie groeide door de snelle uitbreiding van het wegen- en elektriciteitsnet en de
opkomst van nieuwe producten. Dit is een consumptiemaatschappij. De economische
groei veroorzaakte optimisme.
Door het optimisme stegen de koersen van aandelen. Veel mensen gingen dan ook geld
beleggen. Op 24 oktober 1929 verkochten beleggers opeens veel aandelen. Toen de koersen
daardoor snel omlaaggingen, sloeg paniek toe. De beurskrach werd gevolgd door een
recessie. Banken, fabrieken en bedrijven gingen failliet, waardoor productie kromp en
werkeloosheid steeg. Ook Europa werd hierdoor hard getroffen. Overtollige voorraden,
productiebeperking, werkeloosheid en dalende koopkracht was het gevolg van de
beurskrach.
De beurskrach veroorzaakte de Grote Depressie. Er was geld geleend om te beleggen,
toen koersen daalde wilden banken geld terug. Mensen konden dat niet betalen en zo
gingen banken failliet. Een indirecte oorzaak was overproductie. Toen Europese landbouw
zich herstelde, overtrof de productie de vraag. De Amerikaanse crisis breidde zich uit tot
de wereldcrisis.
Westerse landen dachten dat deze crisis wel over zou gaan. Als de productie en prijzen
maar genoeg daalden, zou vanzelf weer voldoende vraag ontstaan. De overheid kon dat
bevorderen door te bezuinigen en de markt zijn werk te laten doen. Er kwam pas herstel na
Rooseveldt’s new deal. De overheid redde banken met staatsleningen, gaf geld aan
werklozen, hielp huisbezitters met schulden en geld aan openbare werken. De crisis ging
tijdens het interbellum niet echt over. WOII maakte eind aan de crisisjaren.
Paragraaf 9.1
Kenmerkende aspecten
Het voeren van twee wereldoorlogen
Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en
de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
De aanleiding van WOI was de moord op de Oostenrijkse prins Frans Ferdinand, die op 28
juni 1914 werd vermoord door een lid van een terreurgroep die vanuit Servië opereerde.
Bosnië kwam onder heerschappij van Oostenrijk. Servië maakte ook aanspraak op Bosnië.
Daarom stookte Servië de in Bosnië wonende Serviërs op. Om Servische bedreiging te
stoppen, besloot Oostenrijk Servië te straffen. Nadat Duitsland Oostenrijk
onvoorwaardelijke steun beloofd had, stelde Oostenrijk Servië een ultimatum:
Oostenrijkse rechercheurs moesten in Servië de vrije hand krijgen. Servië weigerde nadat
Rusland steun had beloofd. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk Servië de oorlog. Rusland
mobiliseerde zijn leger, waarna Duitsland Rusland de oorlog verklaarde. Na mobilisatie
Frankrijk, verklaarde Duitsland ook hen de oorlog. Vanaf dat moment vochten de
geallieerden, Groot-Brittannië (GB), Frankrijk, Rusland, tegen de centralen, Duitsland,
Oostenrijk. Toen de VS zich aansloot bij de geallieerden, was het een wereldoorlog.
Hoe kon dit uitlopen tot een wereldoorlog? Belangrijk was dat in de 19 e eeuw 2
bondgenootschappen in Europa waren ontstaan. Oostenrijk & Duitsland en Rusland &
Frankrijk. De spanningen liepen op door nationalisme en onderling wantrouwen. Frankrijk
wilde wraak voor de verloren oorlog tegen Duitsland. Oostenrijk voelde zich bedreigd door
Rusland, dat zijn ‘Slavische broedervolken’ op de Balkan steunde. Rusland zag Duitsland en
Oostenrijk als obstakels voor zijn machtsuitbreiding. Duitsland voelden zich omsingeld en
‘had’ recht op meer macht. Om zijn koloniale rijk uit te breiden, bouwde Duitsland een
grote oorlogsvloot, wat leidde tot een wapenwedloop op zee met GB. GB had lang Rusland
als belangrijkste bedreiging voor zijn wereldrijk gezien, maar de agressieve Duitse politiek
veranderde dat. Overal heerste militarisme: leger verheerlijking, militaire waarden als
discipline en strijdvaardigheid stonden hoog in aanzien. Duitsland, Frankrijk en Rusland
hadden gedetailleerde oorlogsplannen, met snelheid als key. Toen mobilisaties begonnen,
vonden generaals dat er geen weg terug was. De spanningen op de Balkan vormden de
grootste bedreiging voor de vrede. De situatie was er instabiel door de zwakte van het
Ottomaanse Rijk en het agressieve nationalisme van kleine landen.
West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk waren verdeeld door loopgraven. Rusland had te
maken met grote binnenlandse problemen. Honger onder bevolking liep uit op een opstand
tegen de regering. De Tsaar trad af. De nieuwe regering zette de oorlog voort, maar het
land bleef in chaos. Toen de Duitsers achter hun linies werden teruggedrongen, besefte de
legerleiding dat de oorlog verloren was. Ze stelde een burgerregering aan die vrede moest
sluiten. Toen de keizer hoorde dat het leger niet meer voor hem wilde vechten, vluchtte
hij naar Nederland. Vervolgens kwam op 11 november een wapenstilstand.
, WOI leidde tot ongekende verwoestingen. De vernietigingskracht van wapens nam toe door
industrialisatie. Duitsers kwamen met gifgas. Militair leverde dit
massavernietigingswapen geen voordeel op. Er kwamen snel gasmaskers. In de hoop op
een doorbraak, organiseerde de legerleiding grote offensieven.
Legers bestonden uit dienstplichten en vrijwilligers. Vrouwen en ouderen houden
productie op gang. De economie werd volledig afgestemd op de oorlog. Door beperking van
productie van consumptiegoederen, ontstonden voedseltekorten. Er was veel geweld wat
gevolg was van haatcampagnes.
Na de oorlog moest Duitsland de Vrede van Versailles teken. Ze verloren grondgebied,
raakte koloniën kwijt, had een klein leger, kreeg hoge herstelbetalingen opgelegd en mocht
geen lid worden van de Volkenbond. Van de oude multi-etnische staten bleef alleen
Rusland bestaan. Communisten heroverden later Oekraïne en Georgië en ze werden samen
de Sovjet-Unie. Daarnaast viel het Habsburgse Rijk uiteen.
Paragraaf 9.2
Kenmerkend aspect
De crisis van het wereldkapitalisme
WOI maakte een eind aan de stijging van welvaart in Europa. In 1924 begon een tijd van
economische bloei, staat ook wel bekend als de Roaring Twenties. De Amerikaanse
economie groeide door de snelle uitbreiding van het wegen- en elektriciteitsnet en de
opkomst van nieuwe producten. Dit is een consumptiemaatschappij. De economische
groei veroorzaakte optimisme.
Door het optimisme stegen de koersen van aandelen. Veel mensen gingen dan ook geld
beleggen. Op 24 oktober 1929 verkochten beleggers opeens veel aandelen. Toen de koersen
daardoor snel omlaaggingen, sloeg paniek toe. De beurskrach werd gevolgd door een
recessie. Banken, fabrieken en bedrijven gingen failliet, waardoor productie kromp en
werkeloosheid steeg. Ook Europa werd hierdoor hard getroffen. Overtollige voorraden,
productiebeperking, werkeloosheid en dalende koopkracht was het gevolg van de
beurskrach.
De beurskrach veroorzaakte de Grote Depressie. Er was geld geleend om te beleggen,
toen koersen daalde wilden banken geld terug. Mensen konden dat niet betalen en zo
gingen banken failliet. Een indirecte oorzaak was overproductie. Toen Europese landbouw
zich herstelde, overtrof de productie de vraag. De Amerikaanse crisis breidde zich uit tot
de wereldcrisis.
Westerse landen dachten dat deze crisis wel over zou gaan. Als de productie en prijzen
maar genoeg daalden, zou vanzelf weer voldoende vraag ontstaan. De overheid kon dat
bevorderen door te bezuinigen en de markt zijn werk te laten doen. Er kwam pas herstel na
Rooseveldt’s new deal. De overheid redde banken met staatsleningen, gaf geld aan
werklozen, hielp huisbezitters met schulden en geld aan openbare werken. De crisis ging
tijdens het interbellum niet echt over. WOII maakte eind aan de crisisjaren.