Inhoudsopgave
Week 1 ...................................................................................................................................... 2
Week 2 ...................................................................................................................................... 6
Week 3 ...................................................................................................................................... 8
Week 4 ...................................................................................................................................... 9
Week 5 .................................................................................................................................... 11
1
, Week 1
1. Deze cursus gaat over de economie van de publieke sector. Omschrijf wat ‘publieke
economie’ betekent, ook in relatie tot de ‘economie’ in algemene zin. Verbind dit
economische perspectief op overheidsingrijpen aan een of meer andere
perspectieven die een rol voor de overheid legitimeren (die je bijvoorbeeld in
eerdere USBO-cursussen bent tegen gekomen).
Wat is publieke economie?
• Onderdeel van de economische wetenschap dat zich focust (a) op wisselwerking tussen de
overheid en economie en (b) op de overheidsfinanciële aspecten van die wisselwerking
• Gaat zowel over distributie (samenstelling productie), stabilisatie (investeren of
bezuinigen) en herverdeling (belasting, sociale zekerheid)
• Centrale thema’s zijn: marktwerking en –falen, overheids- interventies, collectieve keuze
en belastingen
Perspectieven op overheidsinterventies
• Economisch: overheid moet ingrijpen als markt faalt
• Democratisch: overheid moet ingrijpen om publieke allocatie en verantwoording mogelijk
te maken
• Politiek: overheid moet ingrijpen om ideologisch eindbeeld te realiseren (of juist niet
ingrijpen)
• Gezondheid: overheid moet ingrijpen bij gevaar voor volksgezondheid
• Veiligheid: overheid moet ingrijpen als oorlog of fysieke onrust dreigt
• Rechtvaardigheid: overheid moet ingrijpen omdat verschillen tussen arm en rijk niet eerlijk
zijn
2. De overheid heeft verschillende rollen in de economie. Soms is zij bijvoorbeeld
producent, dan weer toezichthouder, dan weer afnemer van goederen en diensten
die direct aan inwoners worden verstrekt. Geef voor elk van de onderstaande
thema’s één of meerdere voorbeelden van overheidsparticipatie. Wees zo concreet
mogelijk over welke rol de overheid heeft en geef duidelijke voorbeelden: a.
Onderwijs; b. Nutsvoorzieningen; c. Transport; d. Bankwezen; e. Verzekeringen; f.
Voedsel; g. Huizenmarkt.
Toelichting op de rollen
• Overheid kan zelf goederen produceren (bijv. gas, water, elektriciteit) en diensten verlenen
(bijv. zorg, onderwijs, post, mobiliteit)
• Overheid kan bedrijven en/of huishoudens verplichten tot bepaalde omstandigheden (bijv.
inkomstenbelasting, 40-urige werkweek, minimumloon, importheffing, beroepsvergunning)
• Overheid neemt producten en diensten af bij (private) leveranciers voor eigen productie
en dienstverlening (bijv. aanschaf F35 straaljagers, inkoop van asfalt en aannemingsdiensten
voor het aanleggen van autosnelwegen)
• Overheid kan van een individu/groep verplaatsen naar een ander individu/groep (bv.
heffen inkomstenbelasting om bijstandsuitkering te betalen)
2