INLEIDING EN GESCHIEDENIS
VAN DE PSYCHOLOGIE
HOORCOLLEGES
Pareidolia = gezichtsherkenning in voorwerpen
Afasie: hersenaandoening na herseninfarct
Motorische afasie: praten gaat niet meer vloeiend, maar woorden betekenen wel
wat ze moeten
Sensorische afasie: praten gaat vloeiend, maar de betekenis van de spraak klopt
niet
Conductie afasie: na praten lukt niet, begrijpen en praten op zichzelf gaat
Tomografie: het maken van 3d plaatjes door dingen in plakjes te snijden (digitaal)
Unconscious inference: je hersenen hebben bepaalde dingen aangeleerd, waardoor
dingen anders lijken dan ze werkelijk zijn. Bijv.; verticale lijnen zien wij als langer dan
horizontale lijnen doordat verticale lijnen vaak diepte representeren.
Wet van Prägnanz (eenvoud): de hersenen nemen alles zo simpel mogelijk waar
Gestaltwetten:
Wet van nabijheid: als dingen dichter bij elkaar staan, zien we dat als een
geheel
Wet van gelijkenis: als dingen overeenkomen/op elkaar lijken, zien we dat als
een groep
Wet van symmetrie: dingen die symmetrisch zijn zie je als geheel
Wet van continuïteit: dingen die op 1 lijn zijn zie je als geheel
Wet van gemeenschappelijke bestemming: dingen die dezelfde kant op gaan
Wet van geslotenheid: dingen die gesloten zijn zie je als geheel
Wet van verbondenheid: dingen die verbonden zijn zie je als geheel
Wet van gedeelde achtergrond: dingen die op dezelfde achtergrond zitten zie
je als geheel
S = k log p : psychofysica
, SAMENVATTING PER PERSOON
H1
Socrates: rationalisme & nativisme, leermeester van Plato
o Rationalisme: reden gebruiken om kennis en waarheid te ontdekken
o Nativisme: kennis en ideeën zijn aangeboren
Plato: mensen zelf laten ontdekken i.p.v. het ze te vertellen, idealisme, leermeester van
Aristoteles
o Idealisme: hoe je de wereld ervaart is niet echt, slechts ideale beelden in
hoofd zijn echt
allegorie van de grot: gevangenen zien alleen schaduwen op de muur
o Model van de psyche: rede houdt balans tussen lusten en plichten
Aristoteles: empirisme, categorieën van menselijke psyche, ordening zielen
o Empirisme: kennis komt uit observaties en classificaties (taxonomie)
o Categorieën van menselijke psyche: substantie, kwantiteit, kwaliteit,
plaats, tijd, relatie, activiteit
o Ordening zielen:
Vegetatieve zielen: slechts voeden en voortplanten
Sensitieve zielen: sensatie, bewegen, geheugen en verbeelding
Rationele zielen: logisch redeneren
Alhazen: belangrijk voor visuele waarneming
o Camera Obscura: zien is iets passiefs
Avicenna: uitbreiding op Aristoteles’ functies van ziel, floating-man gedachte-experiment
o Functies ziel:
Externe zintuigen: zicht, gehoor, reuk, smaak, tast
Interne zintuigen: combinatie, verbeelding, geheugen, inschatting, neiging
o Floating-man gedachte-experiment: geeft zelfbewustzijn
H2
Descartes:
o Methode om kennis te verkrijgen:
Twijfel aan alles
Deductie (denken) boven inductie (sensorische ervaringen)
Simple natures: fundamentele eigenschappen van fysieke fenomenen
waaraan je niet kunt twijfelen extensie en beweging
o Hele universum is gevuld met deeltjes die extensie en beweging hebben
o Mechanistische fysiologie: het menselijk lichaam als machine
Zenuwen zijn holle buisjes waardoor animal spirits (hersenvocht) stromen
Verklaart interactie intern/extern en geen ziel nodig voor verklaringen
(alleen rationele)
o Reflex = stimulus + respons
3 soorten reflexen: aangeleerd, automatisch, passies (emoties)
o Dualisme: aan zintuigen kun je twijfelen maar Cogito Ergo Sum (ik denk dus ik
besta)
Rationele ziel met aangeboren ideeën (innate ideas)
Lichaam geest, deze interacteren via pijnappelklier interactief
dualisme
Van Bohemen: vrouw die zelf geen wetenschap mocht doen
o Vroeg aan Descartes: ‘hoe interacteren het materiële lichaam en de
immateriële geest?’
Galileo: vergelijkbare methode met Descartes om kennis te verkrijgen:
o Primaire kwaliteiten: vorm, hoeveelheid, beweging
o Secundaire kwaliteiten: zicht, geluid, gevoel (ontstaan pas bij interactie met
een voorwerp)
Locke: ziel (aangeboren ideeën) niet nodig voor kennis
o Sensaties + reflecties = herinnering
VAN DE PSYCHOLOGIE
HOORCOLLEGES
Pareidolia = gezichtsherkenning in voorwerpen
Afasie: hersenaandoening na herseninfarct
Motorische afasie: praten gaat niet meer vloeiend, maar woorden betekenen wel
wat ze moeten
Sensorische afasie: praten gaat vloeiend, maar de betekenis van de spraak klopt
niet
Conductie afasie: na praten lukt niet, begrijpen en praten op zichzelf gaat
Tomografie: het maken van 3d plaatjes door dingen in plakjes te snijden (digitaal)
Unconscious inference: je hersenen hebben bepaalde dingen aangeleerd, waardoor
dingen anders lijken dan ze werkelijk zijn. Bijv.; verticale lijnen zien wij als langer dan
horizontale lijnen doordat verticale lijnen vaak diepte representeren.
Wet van Prägnanz (eenvoud): de hersenen nemen alles zo simpel mogelijk waar
Gestaltwetten:
Wet van nabijheid: als dingen dichter bij elkaar staan, zien we dat als een
geheel
Wet van gelijkenis: als dingen overeenkomen/op elkaar lijken, zien we dat als
een groep
Wet van symmetrie: dingen die symmetrisch zijn zie je als geheel
Wet van continuïteit: dingen die op 1 lijn zijn zie je als geheel
Wet van gemeenschappelijke bestemming: dingen die dezelfde kant op gaan
Wet van geslotenheid: dingen die gesloten zijn zie je als geheel
Wet van verbondenheid: dingen die verbonden zijn zie je als geheel
Wet van gedeelde achtergrond: dingen die op dezelfde achtergrond zitten zie
je als geheel
S = k log p : psychofysica
, SAMENVATTING PER PERSOON
H1
Socrates: rationalisme & nativisme, leermeester van Plato
o Rationalisme: reden gebruiken om kennis en waarheid te ontdekken
o Nativisme: kennis en ideeën zijn aangeboren
Plato: mensen zelf laten ontdekken i.p.v. het ze te vertellen, idealisme, leermeester van
Aristoteles
o Idealisme: hoe je de wereld ervaart is niet echt, slechts ideale beelden in
hoofd zijn echt
allegorie van de grot: gevangenen zien alleen schaduwen op de muur
o Model van de psyche: rede houdt balans tussen lusten en plichten
Aristoteles: empirisme, categorieën van menselijke psyche, ordening zielen
o Empirisme: kennis komt uit observaties en classificaties (taxonomie)
o Categorieën van menselijke psyche: substantie, kwantiteit, kwaliteit,
plaats, tijd, relatie, activiteit
o Ordening zielen:
Vegetatieve zielen: slechts voeden en voortplanten
Sensitieve zielen: sensatie, bewegen, geheugen en verbeelding
Rationele zielen: logisch redeneren
Alhazen: belangrijk voor visuele waarneming
o Camera Obscura: zien is iets passiefs
Avicenna: uitbreiding op Aristoteles’ functies van ziel, floating-man gedachte-experiment
o Functies ziel:
Externe zintuigen: zicht, gehoor, reuk, smaak, tast
Interne zintuigen: combinatie, verbeelding, geheugen, inschatting, neiging
o Floating-man gedachte-experiment: geeft zelfbewustzijn
H2
Descartes:
o Methode om kennis te verkrijgen:
Twijfel aan alles
Deductie (denken) boven inductie (sensorische ervaringen)
Simple natures: fundamentele eigenschappen van fysieke fenomenen
waaraan je niet kunt twijfelen extensie en beweging
o Hele universum is gevuld met deeltjes die extensie en beweging hebben
o Mechanistische fysiologie: het menselijk lichaam als machine
Zenuwen zijn holle buisjes waardoor animal spirits (hersenvocht) stromen
Verklaart interactie intern/extern en geen ziel nodig voor verklaringen
(alleen rationele)
o Reflex = stimulus + respons
3 soorten reflexen: aangeleerd, automatisch, passies (emoties)
o Dualisme: aan zintuigen kun je twijfelen maar Cogito Ergo Sum (ik denk dus ik
besta)
Rationele ziel met aangeboren ideeën (innate ideas)
Lichaam geest, deze interacteren via pijnappelklier interactief
dualisme
Van Bohemen: vrouw die zelf geen wetenschap mocht doen
o Vroeg aan Descartes: ‘hoe interacteren het materiële lichaam en de
immateriële geest?’
Galileo: vergelijkbare methode met Descartes om kennis te verkrijgen:
o Primaire kwaliteiten: vorm, hoeveelheid, beweging
o Secundaire kwaliteiten: zicht, geluid, gevoel (ontstaan pas bij interactie met
een voorwerp)
Locke: ziel (aangeboren ideeën) niet nodig voor kennis
o Sensaties + reflecties = herinnering