Nederlands recht in civiele traditie
(RGBUPRV023)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor deze week van het vak Nederlands recht
in civiele traditie (RGBUPRV023) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
Met deze samenvatting heb ik zelf een 10 gehaald voor het tentamen in 2026, dus hij is
helemaal tentamen-proof.
Kijk ook eens naar mijn andere materiaal:
● Heb je meer weken gemist? Ik heb van alle weken van dit vak losse samenvattingen
online staan, evenals een voordelige verzamelbundel.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Week 4: Eigendom, Verkrijging & Overdracht
Onderwerpen:
1. Eigendom: Het eigendomsrecht is uit de catalogus van goederenrechtelijke
rechten het meest oorspronkelijk – uit dat eigendomsrecht worden de andere
beperkte rechten – iura in re aliena - afgeleid. Het eigendomsrecht is het meest
omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben – aldus artikel 5:1 BW.
Het eigendomsrecht wordt gezien als het meest kenmerkende van de civiele traditie:
meest omvattend, absoluut, onbeperkt in tijd, en uniform voor alle zaken. Dat
verschilt nogal met de Engelse common law traditie. Het is goed om met een heel
korte zaak uit Engeland te worden geconfronteerd om die andere insteek te zien, en
ook om te zien hoe dat eigendomsbegrip ook door regels betreffende verkrijging
wordt gereguleerd. Dat laatste wordt prachtig duidelijk in een Schotse zaak over
eigendom en de overdracht daarvan. Vrij genot en beschikking voor iedere persoon
kreeg een fundament in de verklaring van de rechten van de mens – vrucht van
verlichting en revolutie (1789)- tot ons.
2. Verkrijging en overdracht: Hoe wordt een goed overgedragen? Door enkele
wilsovereenstemming, zoals in Frankrijk en Belgie, of door levering zoals in
Duitsland, Nederland en Schotland? Leveringsstelsels kunnen vervolgens weer
worden onderscheiden in abstracte en causale stelsels. Dat zijn bekende en – deels
- oude systemen van overdracht. Er zijn meer smaken, en tussenposities, en die zijn
vaak langzaam gegroeid. Beginselen als een numerus clausus, publiciteit en
specialiteit geven richting, met de belangen van mogelijk betrokkenen op
acceptabele wijze afgewogen. Nederland heeft nogal wat veranderingen gezien: van
, een leveringsstelsel, naar een consensueel stelsel, terug naar een leveringsstelsel,
waarbij een eeuw lang onduidelijk was of Nederland een abstract dan wel een
causaal stelsel van overdracht had.
Overkoepelend thema: De illusie van het absolute
eenheidsbegrip
Het uitgangspunt (De theorie): Binnen de civiele traditie geldt het eenheidsbegrip van
eigendom. Eigendom wordt gezien als het meest omvattende, absolute, exclusieve en
uniforme recht op een zaak (er kan theoretisch gezien maar één absolute eigenaar tegelijk
zijn, en dit recht is geldig tegenover iedereen).
De centrale spanning (De praktijk): De rode draad van dit college is dat dit strakke
eenheidsbegrip in de praktijk voortdurend onder druk staat en wordt uitgedaagd. Steeds
opnieuw blijkt eigendom minder eenvormig of ondeelbaar dan de theorie suggereert. Dit
zien we terug in vier historische en rechtsvergelijkende voorbeelden:
1. A. het klassieke Romeinse recht, dat tijdelijk een gespleten eigendom (duplex
dominium) erkende
2. B. de Engelse common law, waar de trust het eigendom opdeelt in formele en
begunstigde rechten
3. C. het Schotse recht, waar de import van de Engelse floating charge het civiele
eigendomsbegrip fragmenteert (zoals in Sharp v Thomson)
4. D. de negentiende-eeuwse Nederlandse heersende leer over roerende zaken
waarbij eigendom en bezit praktisch samenvielen.
1. Eigendom
1.1 Definitie en kenmerken
Het eigendomsrecht is gedefinieerd in art. 5:1 BW als ''het meest omvattende recht dat een
persoon op een zaak kan hebben.'' Het oudere art. 625 BW (oud, 1838–1992) omschreef
het als ''het recht van vrij genot en beschikking over een zaak, mits niet in strijd met de wet
of de rechten van anderen.''
In de civielrechtelijke traditie heeft eigendom zes kernkenmerken:
1. Eigendom is absoluut – geldig tegenover iedereen
a. Als individueel recht wordt eigendom ook beschermd tegen
overheidsinbreuken. Dit beschermingsfundament vindt zijn moderne
grondslag in de Verklaring van de Rechten van de Mens (1789), een vrucht
van Verlichting en Revolutie.
2. Eigendom is exclusief – slechts één eigenaar tegelijk
3. Eigendom is alomvattend – omvat alle bevoegdheden over de zaak
4. Eigendom is uniform – geldt gelijk voor alle zaken
5. Eigendom is eeuwigdurend – eindigt niet door tijdsverloop
6. Er is eén eigenaar op één moment – theoretisch onderbouwd door C.W.
Opzoomer (1821–1892)
1.2 Eigendom in het Romeinse recht