European Law (RGBUIER003)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor deze week van het vak European Law
(RGBUIER003) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
Kijk ook eens naar mijn andere materiaal:
● Heb je meer weken gemist? Ik heb van alle weken van dit vak losse samenvattingen
online staan, evenals een voordelige verzamelbundel.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Week 2: EU Citizenship
Content
1. Students understand the concept of EU citizenship, how it evolved in EU law and
its relation with the free movement of workers, services and establishment, and
fundamental rights.
2. Students gain an understanding of different categories of mobility rights, starting
with migration rights.
3. Students gain insight into the impact of nationality laws on EU citizenship.
4. Students understand the difference in applicable legislation for EU citizens and
non-EU citizens and, regarding EU citizens, the difference in applicable legislation for
economic and non-economic EU citizens.
Skills
1. Practice legal reasoning by working on developing a schematic overview of the
applicable legislation of this week.
1. Inleiding EU-Burgerschap
Het EU-burgerschap is vastgelegd in Art. 20 VWEU. Iedereen die de nationaliteit van een
lidstaat bezit, is automatisch EU-burger. Dit burgerschap komt naast het nationale
burgerschap en vervangt het niet.
Rechten verbonden aan het EU-Burgerschap (Art. 20 lid 2 & 22 VWEU):
● Vrij verkeer: Het recht om vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de
lidstaten.
● Politieke rechten: Het recht om te stemmen en zich verkiesbaar te stellen bij
gemeenteraadsverkiezingen en verkiezingen voor het Europees Parlement in de
lidstaat waar zij verblijven.
, ● Bescherming in derdelanden: Recht op diplomatieke en consulaire bescherming
door een andere lidstaat wanneer de eigen lidstaat niet vertegenwoordigd is.
● Verzoekschriften: Recht om een petitie in te dienen bij het Europees Parlement of
de Europese Ombudsman.
Art. 18 VWEU (Non-discriminatie): Dit artikel vormt de primaire basis voor het verbod op
discriminatie op grond van nationaliteit binnen de EU. Art. 24 CRD 2004/38 is hier de
specifieke uitwerking van voor verblijfsrechten.
Er zijn twee hoofdroutes om verblijfsrechten te verkrijgen:
1. Route 1 (Art. 21 VWEU & CRD 2004/38): Voor situaties mét een cross-border
element
2. Route 2 (Art. 20 VWEU): Voor statische situaties zónder een cross-border
element, waarbij afgeleid verblijfsrecht centraal staat (bijv. CJEU Chavez-Vilchez).
Route 1: Vrij reizen en verblijven (Art. 21 VWEU)
Gebruik deze route als een EU-burger naar een andere lidstaat reist of daar verblijft
(interstate element). CRD 2004/38 is in dan de lex specialis ten opzichte van Art. 21
VWEU.
Stap 1: Is het EU-recht van toepassing?
● Er moet sprake zijn van een grensoverschrijdend element (interstate element). Als
de situatie puur intern is (bijv. een Duitser in Duitsland die nooit gereisd heeft), is de
CRD niet van toepassing.
○ Let op: Het interstate element kan ook in het verleden liggen. Art. 21 VWEU
is eveneens van toepassing wanneer een EU-burger eerder gebruik heeft
gemaakt van het vrij verkeer en is teruggekeerd naar de eigen lidstaat. De
CRD geldt dan niet rechtstreeks, maar Art. 21 VWEU kan alsnog
bescherming bieden.
● Let op: Voor EU-burgers die de hoedanigheid van worker of self-employed hebben
gelden de specifieke primaire vrijheden van Art. 45 VWEU (werknemers) of Art. 49
VWEU (zelfstandigen) als lex specialis die voorgaan op Art 21. VWEU. [check dus
eerst Art. 45 VWEU of Art. 49 VWEU, en Art. 21 VWEU pas als die artikelen geen
soelaas bieden]
Stap 2: Valt de persoon onder de reikwijdte?
● A. Unieburger (Art. 2 lid 1 CRD 2004/38): Iedereen met een nationaliteit van een
lidstaat.
● B. Familieleden (Art. 2 lid 2 CRD 2004/38): Familieleden hebben afgeleide rechten
als ze de Unieburger begeleiden of zich bij hem voegen. Tot de kernfamilie behoren
o.a. de echtgenoot, geregistreerd partner, en (klein)kinderen <21 jaar.
○ CJEU Coman: Het Hof oordeelde dat de term 'echtgenoot' (spouse) in de
CRD genderneutraal is. Dit betekent dat de echtgenoot van hetzelfde
geslacht van een Unieburger ook onder deze definitie valt en de gastlidstaat
het huwelijk moet erkennen, zélfs als de lidstaat het homohuwelijk in de
eigen nationale wetgeving niet erkent