European Law (RGBUIER003)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor deze week van het vak European Law
(RGBUIER003) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
Kijk ook eens naar mijn andere materiaal:
● Heb je meer weken gemist? Ik heb van alle weken van dit vak losse samenvattingen
online staan, evenals een voordelige verzamelbundel.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Week 5: Internal market II: Freedom of
establishment & services
Content
1. Students understand and can apply EU legislation regarding free movement of
economically active persons (with a focus on self-employed persons).
2. Students understand the change in legislation occurring when a person moves
from being a worker to being self-employed.
3. Students can distinguish between service provision and establishment and apply
either the relevant TFEU Articles or provisions from the Services Directive.
Skills
1. Students practice speaking skills by working on questions in class and presenting
their results, allowing them to prepare for the oral presentations in week 6.
1. Introductie
De interne markt garandeert niet alleen het vrije verkeer van goederen, maar ook de
vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten. Dit betekent dat zelfstandigen
en bedrijven zich zonder belemmeringen in een andere lidstaat kunnen vestigen en diensten
grensoverschrijdend kunnen aanbieden. Dit leerstuk is specifiek bedoeld om zelfstandigen
(self-employed persons) te beschermen — werknemers vallen immers onder het vrij
werknemersverkeer (Art. 45 VWEU).
De drie juridische bouwstenen van de interne markt zijn:
● A. De vier verdragsvrijheden (o.a. Art. 34, 49, 56 VWEU) — gericht op lidstaten (en
soms private actoren)
● B. EU-mededingingsregels (Art. 101 & 102 VWEU) — gericht op private
actoren/ondernemingen
, ● C. Harmonisatiemaatregelen (bijv. Services Directive 2006/123 (SD)) — opgesteld
door de EU-wetgever
2. Juridisch stappenplan: Vrijheid van Vestiging en
Dienstenverkeer
Stap 1 — Is EU-recht van toepassing?
Als een situatie buiten de werkingssfeer van het EU-recht valt, kunnen Art. 49 en 56 VWEU
niet worden ingeroepen en gelden de nationale regels. Toets aan zowel de personele als de
materiële werkingssfeer.
Stap 1.1 Personele werkingssfeer
● Natuurlijke personen → moeten de nationaliteit hebben van een EU-lidstaat
● Rechtspersonen (bedrijven) → moeten hun statutaire zetel, hoofdbestuur of
hoofdvestiging hebben binnen de Unie (Art. 54 VWEU). Dit zijn drie alternatieve
⚠️
aanknopingspunten — het volstaat dus als aan één van de drie is voldaan
○ Let op: Voor rechtspersonen geldt als harde eis dat zij een winstoogmerk
(intention to make profit) moeten hebben. Non-profitorganisaties zijn
uitgesloten (Art. 54 lid 2 VWEU)
Stap 1.2 Materiële werkingssfeer
Er moet sprake zijn van (a) een economische activiteit én (b) een grensoverschrijdend
element.
(a) Economische activiteit
● De activiteit moet oprecht en effectief zijn (niet marginaal of incidenteel)
● De activiteit moet worden verricht voor vergoeding (Art. 57 VWEU: "normally
⚠️
provided for remuneration")
● Let op: Illegale activiteiten vallen buiten de reikwijdte van de verdragsvrijheden.
Zo kan een coffeeshophouder zich niet beroepen op het vrij dienstenverkeer voor de
verkoop van softdrugs (Josemans)
De actor moet zelfstandige zijn — geen werknemer. Gebruik hiervoor de criteria uit Jany:
💡
● De persoon verleent de dienst onafhankelijk
○ Tip: Zodra er sprake is van afhankelijkheid, valt de persoon terug
onder het vrij werknemersverkeer (Art. 45 VWEU). In Jany verwierp het
Hof het Nederlandse argument dat prostituees, vanwege hun
afhankelijkheid van een pooier, geen zelfstandigen zouden zijn — er
was onvoldoende bewijs voor ondergeschiktheid.
● Er is geen gezagsverhouding of ondergeschiktheid
● De persoon handelt voor eigen rekening en risico
● De persoon ontvangt direct en volledig een beloning
(b) Grensoverschrijdend element
● De situatie mag niet puur intern zijn