Oefententamenvragen Victimologie
- Het tentamen zal bestaan uit 6 open vragen met subvragen (a, b & c
bijvoorbeeld).
- Het tentamen betreft een gesloten boek tentamen. Kladpapier is toegestaan.
Dit wordt uitgedeeld door surveillanten. Het kladpapier moet achteraf
ingeleverd worden, maar wordt NIET beoordeeld.
- Zorg dat altijd alle deelvragen doorlees, voordat je de vraag beantwoordt. Zorg
ook dat je alle onderdelen van de vraag beantwoordt.
- Onderstaande vragen geven een indicatie van het soort vragen dat je in het
tentamen kunt verwachten. In het tentamen kunnen meer deelvragen gesteld
worden en die kunnen ook over verschillende publicaties die voorgeschreven
stonden gaan.
Vraag 1.
De victimologie is een relatief jonge discipline. Pas na de Tweede Wereldoorlog is het
slachtoffer (van criminaliteit) een onderwerp van studie geworden en werd de
discipline victimologie voor het eerst als zodanig aangeduid.
a) De theorie van von Hentig is besproken in week 1 en week 3 van het vak. De
theorie valt onder de klassieke victimologische theorieën, welke gebruik maken
van ‘victim precipitation’. Leg uit wat victim precipitation is en verklaar waarom
de theorie van Von Hentig hieronder valt.
NB. Bij deze subvraag is het nog niet nodig om de categorieën van de theorie
van von Hentig uit te werken.
b) Geef vijf voorbeelden van de categorieën in de slachtoffertypologie van von
Hentig en leg uit waarom van hen werd verwacht dat zij meer risico liepen op
slachtofferschap.
Vraag 2.
In week 2 is tijdens het college en in hoofdstuk 2 van het boek, getiteld “Wat is een
slachtoffer”, aandacht besteed aan de etymologische en sociaal-culturele oorsprong
van het begrip slachtoffer, onder andere op basis van het werk van Van Dijk (2008).
Tijdens het college is besproken dat het woord slachtoffer in veel Westerse en
Niets uit dit bestand mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
en/of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteurs van de Vrije Universiteit Amsterdam.
- Het tentamen zal bestaan uit 6 open vragen met subvragen (a, b & c
bijvoorbeeld).
- Het tentamen betreft een gesloten boek tentamen. Kladpapier is toegestaan.
Dit wordt uitgedeeld door surveillanten. Het kladpapier moet achteraf
ingeleverd worden, maar wordt NIET beoordeeld.
- Zorg dat altijd alle deelvragen doorlees, voordat je de vraag beantwoordt. Zorg
ook dat je alle onderdelen van de vraag beantwoordt.
- Onderstaande vragen geven een indicatie van het soort vragen dat je in het
tentamen kunt verwachten. In het tentamen kunnen meer deelvragen gesteld
worden en die kunnen ook over verschillende publicaties die voorgeschreven
stonden gaan.
Vraag 1.
De victimologie is een relatief jonge discipline. Pas na de Tweede Wereldoorlog is het
slachtoffer (van criminaliteit) een onderwerp van studie geworden en werd de
discipline victimologie voor het eerst als zodanig aangeduid.
a) De theorie van von Hentig is besproken in week 1 en week 3 van het vak. De
theorie valt onder de klassieke victimologische theorieën, welke gebruik maken
van ‘victim precipitation’. Leg uit wat victim precipitation is en verklaar waarom
de theorie van Von Hentig hieronder valt.
NB. Bij deze subvraag is het nog niet nodig om de categorieën van de theorie
van von Hentig uit te werken.
b) Geef vijf voorbeelden van de categorieën in de slachtoffertypologie van von
Hentig en leg uit waarom van hen werd verwacht dat zij meer risico liepen op
slachtofferschap.
Vraag 2.
In week 2 is tijdens het college en in hoofdstuk 2 van het boek, getiteld “Wat is een
slachtoffer”, aandacht besteed aan de etymologische en sociaal-culturele oorsprong
van het begrip slachtoffer, onder andere op basis van het werk van Van Dijk (2008).
Tijdens het college is besproken dat het woord slachtoffer in veel Westerse en
Niets uit dit bestand mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
en/of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteurs van de Vrije Universiteit Amsterdam.