Oefententamenvragen Victimologie
- Het tentamen zal bestaan uit 6 open vragen met subvragen (a, b & c
bijvoorbeeld).
- Het tentamen betreft een gesloten boek tentamen. Kladpapier is toegestaan.
Dit wordt uitgedeeld door surveillanten. Het kladpapier moet achteraf
ingeleverd worden, maar wordt NIET beoordeeld.
- Zorg dat altijd alle deelvragen doorlees, voordat je de vraag beantwoordt. Zorg
ook dat je alle onderdelen van de vraag beantwoordt.
- Onderstaande vragen geven een indicatie van het soort vragen dat je in het
tentamen kunt verwachten. In het tentamen kunnen meer deelvragen gesteld
worden en die kunnen ook over verschillende publicaties die voorgeschreven
stonden gaan.
Vraag 1.
De victimologie is een relatief jonge discipline. Pas na de Tweede Wereldoorlog is het
slachtoffer (van criminaliteit) een onderwerp van studie geworden en werd de
discipline victimologie voor het eerst als zodanig aangeduid.
a) De theorie van von Hentig is besproken in week 1 en week 3 van het vak. De
theorie valt onder de klassieke victimologische theorieën, welke gebruik maken
van ‘victim precipitation’. Leg uit wat victim precipitation is en verklaar waarom
de theorie van Von Hentig hieronder valt.
NB. Bij deze subvraag is het nog niet nodig om de categorieën van de theorie
van von Hentig uit te werken.
Antwoordmodel
Victim precipitation is een theoretisch concept waarbij gekeken wordt naar de
rol van het slachtoffer bij het slachtofferschap. Hierbij wordt ook wel gekeken
naar of het slachtoffer een bepaalde mate van verantwoordelijkheid heeft voor
het eigen slachtofferschap, onder andere door zijn of haar gedrag tijdens een
delict. In de theorie van von Hentig worden categorieën van slachtoffers
gepresenteerd die ieder op een bepaalde reden meer risico zouden lopen op
slachtofferschap. Daarbij wordt gekeken naar hun rol en mogelijke
verantwoordelijkheid bij het slachtofferschap.
Niets uit dit bestand mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
en/of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteurs van de Vrije Universiteit Amsterdam.
, 2/9
b) Geef vijf voorbeelden van de categorieën in de slachtoffertypologie van von
Hentig en leg uit waarom van hen werd verwacht dat zij meer risico liepen op
slachtofferschap.
Antwoordmodel
(vijf uit dit lijstje categorieën)
1. Jongeren: zij zouden fysiek minder sterk zijn en zij zouden mentaal en
emotioneel onvolwassen zijn.
2. Vrouwen: zij zouden fysiek minder sterk zijn.
3. Ouderen: zij zouden fysiek minder sterk zijn.
4. Mensen met een verstandelijke beperking: van hen zou gemakkelijker
kunnen worden geprofiteerd.
5. Immigranten: zij zouden de taal minder goed begrijpen of kwetsbaar zijn
in verband met het risico op uitzetting.
6. Minderheden: zij zouden worden gemarginaliseerd in de samenleving
waardoor ze kwetsbaar worden voor slachtofferschap.
7. Saaie normalen: deze mensen zouden naïef of kwetsbaar kunnen zijn,
waardoor ze makkelijk misleid worden.
8. Gedeprimeerden: zij zouden goedgelovig zijn en niet voorzichtig.
9. Hebzuchtigen: van hen zou geprofiteerd kunnen worden door hun
behoefte aan financiële winst.
10. Losbandigen: zij zouden meer risicogedrag vertonen.
11. Eenzame mensen en mensen met liefdesverdriet: zij zouden bij iemand
willen horen, waardoor ze kwetsbaar zijn voor manipulatie, vooral door
partners.
12. Kwelgeesten: misbruikers in relaties zouden zelf slachtoffer worden
wanneer hun slachtoffer zich tegen zich keert.
13. Geblokkeerden, vrijgestelden en vechtenden: zij komen in situaties
terecht waarin er geprofiteerd van hen wordt, zoals chantage.
Vraag 2.
In week 2 is tijdens het college en in hoofdstuk 2 van het boek, getiteld “Wat is een
slachtoffer”, aandacht besteed aan de etymologische en sociaal-culturele oorsprong
van het begrip slachtoffer, onder andere op basis van het werk van Van Dijk (2008).
Tijdens het college is besproken dat het woord slachtoffer in veel Westerse en
Romaanse talen is afgeleid van het Latijnse victima, en dat deze religieuze oorsprong
doorwerkt in de moderne betekenissen en verwachtingen rondom slachtofferschap.
De term slachtoffer heeft hierdoor een morele en normatieve lading gekregen.
- Het tentamen zal bestaan uit 6 open vragen met subvragen (a, b & c
bijvoorbeeld).
- Het tentamen betreft een gesloten boek tentamen. Kladpapier is toegestaan.
Dit wordt uitgedeeld door surveillanten. Het kladpapier moet achteraf
ingeleverd worden, maar wordt NIET beoordeeld.
- Zorg dat altijd alle deelvragen doorlees, voordat je de vraag beantwoordt. Zorg
ook dat je alle onderdelen van de vraag beantwoordt.
- Onderstaande vragen geven een indicatie van het soort vragen dat je in het
tentamen kunt verwachten. In het tentamen kunnen meer deelvragen gesteld
worden en die kunnen ook over verschillende publicaties die voorgeschreven
stonden gaan.
Vraag 1.
De victimologie is een relatief jonge discipline. Pas na de Tweede Wereldoorlog is het
slachtoffer (van criminaliteit) een onderwerp van studie geworden en werd de
discipline victimologie voor het eerst als zodanig aangeduid.
a) De theorie van von Hentig is besproken in week 1 en week 3 van het vak. De
theorie valt onder de klassieke victimologische theorieën, welke gebruik maken
van ‘victim precipitation’. Leg uit wat victim precipitation is en verklaar waarom
de theorie van Von Hentig hieronder valt.
NB. Bij deze subvraag is het nog niet nodig om de categorieën van de theorie
van von Hentig uit te werken.
Antwoordmodel
Victim precipitation is een theoretisch concept waarbij gekeken wordt naar de
rol van het slachtoffer bij het slachtofferschap. Hierbij wordt ook wel gekeken
naar of het slachtoffer een bepaalde mate van verantwoordelijkheid heeft voor
het eigen slachtofferschap, onder andere door zijn of haar gedrag tijdens een
delict. In de theorie van von Hentig worden categorieën van slachtoffers
gepresenteerd die ieder op een bepaalde reden meer risico zouden lopen op
slachtofferschap. Daarbij wordt gekeken naar hun rol en mogelijke
verantwoordelijkheid bij het slachtofferschap.
Niets uit dit bestand mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
en/of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteurs van de Vrije Universiteit Amsterdam.
, 2/9
b) Geef vijf voorbeelden van de categorieën in de slachtoffertypologie van von
Hentig en leg uit waarom van hen werd verwacht dat zij meer risico liepen op
slachtofferschap.
Antwoordmodel
(vijf uit dit lijstje categorieën)
1. Jongeren: zij zouden fysiek minder sterk zijn en zij zouden mentaal en
emotioneel onvolwassen zijn.
2. Vrouwen: zij zouden fysiek minder sterk zijn.
3. Ouderen: zij zouden fysiek minder sterk zijn.
4. Mensen met een verstandelijke beperking: van hen zou gemakkelijker
kunnen worden geprofiteerd.
5. Immigranten: zij zouden de taal minder goed begrijpen of kwetsbaar zijn
in verband met het risico op uitzetting.
6. Minderheden: zij zouden worden gemarginaliseerd in de samenleving
waardoor ze kwetsbaar worden voor slachtofferschap.
7. Saaie normalen: deze mensen zouden naïef of kwetsbaar kunnen zijn,
waardoor ze makkelijk misleid worden.
8. Gedeprimeerden: zij zouden goedgelovig zijn en niet voorzichtig.
9. Hebzuchtigen: van hen zou geprofiteerd kunnen worden door hun
behoefte aan financiële winst.
10. Losbandigen: zij zouden meer risicogedrag vertonen.
11. Eenzame mensen en mensen met liefdesverdriet: zij zouden bij iemand
willen horen, waardoor ze kwetsbaar zijn voor manipulatie, vooral door
partners.
12. Kwelgeesten: misbruikers in relaties zouden zelf slachtoffer worden
wanneer hun slachtoffer zich tegen zich keert.
13. Geblokkeerden, vrijgestelden en vechtenden: zij komen in situaties
terecht waarin er geprofiteerd van hen wordt, zoals chantage.
Vraag 2.
In week 2 is tijdens het college en in hoofdstuk 2 van het boek, getiteld “Wat is een
slachtoffer”, aandacht besteed aan de etymologische en sociaal-culturele oorsprong
van het begrip slachtoffer, onder andere op basis van het werk van Van Dijk (2008).
Tijdens het college is besproken dat het woord slachtoffer in veel Westerse en
Romaanse talen is afgeleid van het Latijnse victima, en dat deze religieuze oorsprong
doorwerkt in de moderne betekenissen en verwachtingen rondom slachtofferschap.
De term slachtoffer heeft hierdoor een morele en normatieve lading gekregen.