Hoorcolleges 1t/m 4
Hoofdstuk 1,2,3,8
Papers Wijnen & Libben
Hoorcollege 1 – Introductie
Sinds de Chomsky revolutie in de jaren ‟50 is linguïstiek deel van de cognitieve wetenschap.
Taalwetenschappers maken modellen van cognitieve mechanismen die betrekking hebben op de
vertaling van geluid in betekenis.
Er bestaat een oude discussie tussen gedragspsychologen en cognitivisten. Hoofdpunten
- Gedragspsychologen verwerpen het onderzoek van de menselijke geest als iets wat wetenschappelijk
mogelijk is. Hun doel is om met een theorie te komen over hoe gedrag wordt bepaald door externe
stimuli. Cognitivisten willen de onderliggende mentale modellen van gedrag begrijpen.
Stimuli ZWARTE DOOS (menselijke geest) gedrag
Gedragspsychologen: we kunnen dit (de zwarte doos) niet wetenschappelijk onderzoeken!
Cognitivisten; dit kunnen we wel!
Laten we naar iets anders, niet-linguistisch kijken: Ponzo illusies!
Deze lijnen lijken niet even lang, maar zijn dit wel!
Dus de hersenen dragen actief bij en interpreteren actief wat wordt waargenomen. In de visuele
cognitie bouwen onderzoekers modellen van hoe de waarneming van visuele stimuli (grootte, afstand,
textuur) naar de interpretatie van iets als een bepaald object gegaan wordt. In taal is dit van geluid naar
betekenis.
Maar wat is cognitie? En wat is de plaats van taal in dit systeem?
Wat is cognitie?
Denken? Intelligentie? Informatieverwerking? Bewustzijn? Wat is modulariteit?
Het McGurk effect; een geluidsillusie. De waarneming van spraak gebeurt op een multimodale manier,
namelijk het zien van articulatie en het horen van geluid. Zintuigen werken niet isolatie van elkaar
maar werken samen om een correcte waarneming van de wereld te krijgen.
, We moeten een onderscheid maken tussen taal als een cultureel/sociaal fenomeen en taal als een
biologisch fenomeen:
- Cultureel/sociaal aspect: gebruik van taal
- Biologisch aspect: kennis van taal
Psychologie van taal gaat niet over hoe we taal gebruiken om te interacteren met anderen. Het gaat
niet over psychologie van communicatie. Het is een wetenschap over wat we weten als we taal kennen
en hoe we dit onbewust implementeren.
Taalfaculteit
Menselijke taalcapaciteit is een eigenschap van de hersenen. Er bestaan taal specifieke regels die zijn
geïnstalleerd in bepaalde gebieden van de hersenen
Dus we onderzoeken de structuur van de menselijke geest (en hersenen). Wat is de relatie tussen de
geest en de hersenen?
Computationele theorie van de geest
Geest = software
Hersenen = hardware
Om iets te weten heb je de benodigde hardware nodig die een specifiek programma uitvoert
(software).
Drie niveaus van begrip:
1. Berekeningen
2. Algoritme
3. Uitvoering
1. Wat is „computation‟ (berekeningen)?
Formele, symbolische bewerkingen die onafhankelijk van de context werken. 3 appels + 2 appels = 5
appels, maar dit werkt precies hetzelfde met bananen (3 bananen + 2 bananen = 5 bananen).
2. Algoritme
Hoe de berekening is uitgevoerd. 15 x 5
(15+15+15+15+15) of ((15x10)/2)
3. Implementatie (uitvoering)
Om een fenomeen te begrijpen, moeten we weten:
- Wat wordt gedaan (1)
- Hoe het wordt gedaan (2)
- Wat het betekent (3)
Dus taal linguïstiek, wat er gebeurt in de taalverwerking en patronen/relevante hersenstructuren. Hoe
hebben deze drie niveaus betrekking tot elkaar?
De informatieverwerking benadering
Hersenen als informatieverwerking apparaat. Biologische hardware versus software. De geest is wat
de hersenen doen.
De regels en processen zijn compleet onbewust, snel en automatisch. We kunnen snel en
moeiteloos lange zinnen produceren en we kunnen ingewikkelde structuren begrijpen, vaak zonder
herhaling. In productie en begrip gebruiken we taalregels.