Leren in organisaties
Kennisclip 1.0: Introductie leren in organisaties
Concrete leervragen:
- Hoe ontwikkelen we een introductieprogramma voor nieuwe medewerkers wat
aansluit bij waar de organisatie voor staat en hoe de organisatie werkt?
- Hoe nemen we medewerkers mee in verdere digitalisering van bankzaken?
- Hoe trainen we alle medewerkers om aan eisen wetten en regelgeving te
voldoen?
- Hoe zorgen we ervoor dat fouten in beveiliging voorkomen kunnen worden?
- Hoe kunnen managers de ontwikkeling van medewerkers het beste faciliteren?
Wat is (een) organisatie? Welke plek heeft het leren van professionals in
organisatie(s)?
De rollen van onderwijswetenschapper in
organisaties
- Adviseur = iemand die in de positie is om
invloed uit te oefenen op een individu, een
groep of een organisatie maar die geen
directe invloed heeft om veranderingen door
te voeren
Kennisclip 1.1: Over NS
NS is actief in de wereld van het openbaar vervoer. We bevorderen het gebruik van
het openbaar vervoer en houden Nederland in beweging. Onze reizigers staan in al
onze activiteiten op 1, 2 en 3 en we werken voor hen aan een zo aangenaam en
duurzaam mogelijke reis van deur tot deur.
, Kennisclip 1.2: Organisatiekunde
Kapstok – leren in organisaties
Organisaties
- Lastige te observeren, abstracte term
- Organisaties hebben gemeenschappelijke kenmerken en zijn tegelijkertijd divers
qua samenstelling en omstandigheden waaronder zij werken
- Verschillende organisaties zijn niet te begrijpen met één uniform model hou
altijd rekening met dat wat kenmerkend is voor een organisatie
- ‘’Organizations are social entities that are goal-directed are designed as
deliberately structured and coordinated activity systems, and are linked to the
external environment’’
- Sociale entiteit (mensen) = interpreteren situaties hebben ideeën voor
toekomst van de organisatie. Kunnen wat de organisatie van hen verlangt
negeren (vaak subtiel)
- Doelgericht = zoeken naar de meest effectieve manier om het doel te
bereiken (kosten, moeite, etc.). Doel is niet persé gedeeld (in twijfel
getrokken, macht)
- Bewust gestructureerd en gecoördineerd activiteiten systeem =
ontwerp straalt uit wat organisatie doet en waardeert. Werkverdeling is
leidend, toezicht. Beschreven in procedures, werkbeschrijving. Praktijk kan
anders werken sterke overtuigingen
, - Niet los van externe omgeving = mate waarin ze gerelateerd zijn
varieert. Omgeving geeft organisatie vorm en verandert de organisatie
continu (en andersom)
Stakeholders/partijen
- Specifiek belang in de organisatie
- Oefenen directe invloed uit (bijv. concurrentie)
- Stellen randvoorwaarden aan producten en diensten
- Organisatie beïnvloedt hen ook
Omgeving
- Samenleving
- Oefenen indirecte invloed uit
- Zijn beperkt door organisatie te beïnvloeden (gegeven)
- Bijv. Milieu, technologie, demografie, politiek
Grote uitdagingen voor organisaties
Globalisering
- Internationaal samenwerken, onderdelen in buitenland > profiteren van
specifieke expertise, lagere kosten
Medewerkers
Ethisch handelen en sociale verantwoordelijkheid nemen wordt verwacht van
organisaties
Belangenorganisaties
Responsiviteit
- Wendbaar zijn en handelen als omgeving verandert, bij crises en klanten dat
verlangen
Medewerkers
Digitaal werken
- Inkoop en verkoop met een druk op de knop, minder tussenpersonen, hiërarchie
Afnemers
Diversiteit
- Grotere variëteit aan manieren van werken
Demografische factor
Type organisaties
- Grote multinationals
- Kleine familiebedrijven
- Gericht op diensten of producten
Kennisclip 1.0: Introductie leren in organisaties
Concrete leervragen:
- Hoe ontwikkelen we een introductieprogramma voor nieuwe medewerkers wat
aansluit bij waar de organisatie voor staat en hoe de organisatie werkt?
- Hoe nemen we medewerkers mee in verdere digitalisering van bankzaken?
- Hoe trainen we alle medewerkers om aan eisen wetten en regelgeving te
voldoen?
- Hoe zorgen we ervoor dat fouten in beveiliging voorkomen kunnen worden?
- Hoe kunnen managers de ontwikkeling van medewerkers het beste faciliteren?
Wat is (een) organisatie? Welke plek heeft het leren van professionals in
organisatie(s)?
De rollen van onderwijswetenschapper in
organisaties
- Adviseur = iemand die in de positie is om
invloed uit te oefenen op een individu, een
groep of een organisatie maar die geen
directe invloed heeft om veranderingen door
te voeren
Kennisclip 1.1: Over NS
NS is actief in de wereld van het openbaar vervoer. We bevorderen het gebruik van
het openbaar vervoer en houden Nederland in beweging. Onze reizigers staan in al
onze activiteiten op 1, 2 en 3 en we werken voor hen aan een zo aangenaam en
duurzaam mogelijke reis van deur tot deur.
, Kennisclip 1.2: Organisatiekunde
Kapstok – leren in organisaties
Organisaties
- Lastige te observeren, abstracte term
- Organisaties hebben gemeenschappelijke kenmerken en zijn tegelijkertijd divers
qua samenstelling en omstandigheden waaronder zij werken
- Verschillende organisaties zijn niet te begrijpen met één uniform model hou
altijd rekening met dat wat kenmerkend is voor een organisatie
- ‘’Organizations are social entities that are goal-directed are designed as
deliberately structured and coordinated activity systems, and are linked to the
external environment’’
- Sociale entiteit (mensen) = interpreteren situaties hebben ideeën voor
toekomst van de organisatie. Kunnen wat de organisatie van hen verlangt
negeren (vaak subtiel)
- Doelgericht = zoeken naar de meest effectieve manier om het doel te
bereiken (kosten, moeite, etc.). Doel is niet persé gedeeld (in twijfel
getrokken, macht)
- Bewust gestructureerd en gecoördineerd activiteiten systeem =
ontwerp straalt uit wat organisatie doet en waardeert. Werkverdeling is
leidend, toezicht. Beschreven in procedures, werkbeschrijving. Praktijk kan
anders werken sterke overtuigingen
, - Niet los van externe omgeving = mate waarin ze gerelateerd zijn
varieert. Omgeving geeft organisatie vorm en verandert de organisatie
continu (en andersom)
Stakeholders/partijen
- Specifiek belang in de organisatie
- Oefenen directe invloed uit (bijv. concurrentie)
- Stellen randvoorwaarden aan producten en diensten
- Organisatie beïnvloedt hen ook
Omgeving
- Samenleving
- Oefenen indirecte invloed uit
- Zijn beperkt door organisatie te beïnvloeden (gegeven)
- Bijv. Milieu, technologie, demografie, politiek
Grote uitdagingen voor organisaties
Globalisering
- Internationaal samenwerken, onderdelen in buitenland > profiteren van
specifieke expertise, lagere kosten
Medewerkers
Ethisch handelen en sociale verantwoordelijkheid nemen wordt verwacht van
organisaties
Belangenorganisaties
Responsiviteit
- Wendbaar zijn en handelen als omgeving verandert, bij crises en klanten dat
verlangen
Medewerkers
Digitaal werken
- Inkoop en verkoop met een druk op de knop, minder tussenpersonen, hiërarchie
Afnemers
Diversiteit
- Grotere variëteit aan manieren van werken
Demografische factor
Type organisaties
- Grote multinationals
- Kleine familiebedrijven
- Gericht op diensten of producten