Hoofdstuk 7: Koningen, heren en denkers
7.1 Absolutisme
Begin 17e eeuw kregen Franse koningen er genoeg van steeds te moeten
overleggen met het hoogste overlegorgaan (de Staten-Generaal b.v.) Zij
streefden naar uitbreiding van hun macht en versterking van het centraal gezag.
Er werd geprobeerd de macht van de adel te beperken, bijvoorbeeld door het
aannemen van ambtenaren of door het rechtstreeks heffen van belastingen →
absolutisme: de koning trok alle macht naar zich toe. Absolutisme kent 4 aspecten:
- Politiek: koning neemt alle besluiten zelf en duldt geen tegenspraak →
nieuwe wetten en census (bekritiseren werd moeilijker)
- Militair: professionalisering van soldaten zodat er een beroepsleger
ontstaat → rangen waren niet meer door de adel te koop maar werden
verkegen d.m.v. geschiktheid, bovendien kregen soldaten salaris → een
goed betaald en uitgerust leger = een betrouwbaar leger
- Economisch: mercantilisme: export bevorderen en import beperken
- Religieus: eenvormigheid: geloofsvrijheid werd afgeschaft (herroeping Edict van
Nantes 1685)
De rechtvaardiging van absolute macht was dat de koning een plaatsvervanger van God op
aarde was: droit divin (goddelijk recht) → koning is niemand behalve God
verantwoording schuldig. De koning stond dus boven de wet en zijn gezag
absoluut.
Absolutisme buiten Frankrijk
Rusland ontwikkelde zich tot een absolute monarchie: de tsaren beperkten de zeggenschap
van de adel en geestelijken, schaften allerlei vormen van lokaal zelfbestuur af, trokken alle
militaire en administratieve taken naar zich toe, het leger werd moderner en de kerk werd
een instrument in handen van de staat. Een grote rol bij deze ontwikkeling speelde Peter de
Grote, die hoopte dat Rusland zijn achterstand op de rest van Europa zou inhalen.
Pruisen ontwikkelde zich tot een belangrijke grootmacht onder leiding van Frederik
Willem. Zowel het leger als de ambtenarij werd gemoderniseerd (verdienste belangrijker dan
afkomst). Het belastingstelsel werd vernieuwd. Anders dan Frankrijk en Rusland was er in
Pruisen een zekere mate van geloofsvrijheid, dit had te maken met economische
overwegingen.
7.1 Absolutisme
Begin 17e eeuw kregen Franse koningen er genoeg van steeds te moeten
overleggen met het hoogste overlegorgaan (de Staten-Generaal b.v.) Zij
streefden naar uitbreiding van hun macht en versterking van het centraal gezag.
Er werd geprobeerd de macht van de adel te beperken, bijvoorbeeld door het
aannemen van ambtenaren of door het rechtstreeks heffen van belastingen →
absolutisme: de koning trok alle macht naar zich toe. Absolutisme kent 4 aspecten:
- Politiek: koning neemt alle besluiten zelf en duldt geen tegenspraak →
nieuwe wetten en census (bekritiseren werd moeilijker)
- Militair: professionalisering van soldaten zodat er een beroepsleger
ontstaat → rangen waren niet meer door de adel te koop maar werden
verkegen d.m.v. geschiktheid, bovendien kregen soldaten salaris → een
goed betaald en uitgerust leger = een betrouwbaar leger
- Economisch: mercantilisme: export bevorderen en import beperken
- Religieus: eenvormigheid: geloofsvrijheid werd afgeschaft (herroeping Edict van
Nantes 1685)
De rechtvaardiging van absolute macht was dat de koning een plaatsvervanger van God op
aarde was: droit divin (goddelijk recht) → koning is niemand behalve God
verantwoording schuldig. De koning stond dus boven de wet en zijn gezag
absoluut.
Absolutisme buiten Frankrijk
Rusland ontwikkelde zich tot een absolute monarchie: de tsaren beperkten de zeggenschap
van de adel en geestelijken, schaften allerlei vormen van lokaal zelfbestuur af, trokken alle
militaire en administratieve taken naar zich toe, het leger werd moderner en de kerk werd
een instrument in handen van de staat. Een grote rol bij deze ontwikkeling speelde Peter de
Grote, die hoopte dat Rusland zijn achterstand op de rest van Europa zou inhalen.
Pruisen ontwikkelde zich tot een belangrijke grootmacht onder leiding van Frederik
Willem. Zowel het leger als de ambtenarij werd gemoderniseerd (verdienste belangrijker dan
afkomst). Het belastingstelsel werd vernieuwd. Anders dan Frankrijk en Rusland was er in
Pruisen een zekere mate van geloofsvrijheid, dit had te maken met economische
overwegingen.