Europees recht RS0442-252633S
In deze samenvatting worden alle leereenheden (0 t/m 7) besproken, inclusief de
arresten en de quizvragen.
Het volgende boek is gebruikt: F. Amtenbrink & H.H.B. Vedder, Recht van de
Europese Unie, Den Haag: Boom 2022 (zevende druk)
Inhoudsopgave
0 - De EU als rechtsorde................................................................................................. 3
0.2 Europese integratie: primair en secundair recht....................................................3
0.3 Institutionele actoren en besluitvorming...............................................................5
0.4 Rechtsbeginselen..................................................................................................8
0.5 Doorwerking........................................................................................................ 10
Arresten:................................................................................................................... 11
1 – Europese (markt)integratie.....................................................................................12
1.1 Inleiding.............................................................................................................. 13
1.2 Hoe komt (markt)integratie tot stand?................................................................13
1.3 (Markt)integratie en rechtstreekse werking.........................................................15
1.4 Werkingssfeer fundamentele rechten..................................................................16
Arresten..................................................................................................................... 18
2 – Non-discriminatie en vrij verkeer van goederen......................................................21
2.1 Inleiding.............................................................................................................. 21
2.2 Vrij verkeer en non-discriminatieregels...............................................................22
2.3 Vrij verkeer van goederen...................................................................................22
2.4 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................25
Arresten..................................................................................................................... 26
3 – Vrij verkeer van personen (EU-burgerschap) en diensten.......................................27
3.1 Inleiding.............................................................................................................. 28
3.2 Vrij verkeer van personen en EU burgerschap.....................................................29
3.3 Vrij verkeer van personen en EU burgerschap.....................................................32
3.4 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................35
Arresten..................................................................................................................... 36
4 – Vrij verkeer van kapitaal en de Economische en Monetaire Unie............................38
4.1 Inleiding.............................................................................................................. 38
4.2 Vrij verkeer van kapitaal......................................................................................40
4.3 Economische en monetaire unie..........................................................................42
4.4 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................47
Arresten..................................................................................................................... 49
5 – Rechtsbescherming.................................................................................................51
5.1 Inleiding.............................................................................................................. 51
5.2 De rol van de rechter........................................................................................... 52
5.3 Het Hof van Justitie en het Gerecht.....................................................................55
5.4 De nationale rechter............................................................................................ 56
5.5 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................56
Arresten..................................................................................................................... 57
6 – Mededinging............................................................................................................ 60
1
, 6.1 Inleiding.............................................................................................................. 60
6.2 Basisbeginselen en werkingssfeer mededingingsrecht........................................61
6.3 Kartelverbod en machtsmisbruik.........................................................................63
6.4 Overheidsingrijpen en staatssteun......................................................................66
6.5 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................68
Arresten..................................................................................................................... 69
7 – Extern beleid........................................................................................................... 69
7.1 Inleiding.............................................................................................................. 70
7.2 Bevoegdheden extern beleid...............................................................................71
7.3 Handelspolitiek, associatie, ontwikkelingsbeleid en het GBVB.............................72
7.4 Oefenvragen en virtuele klas..............................................................................75
Arresten..................................................................................................................... 76
2
,0 - De EU als rechtsorde
Let op! Dit hoofdstuk is geen verplichte leerstof, maar wel essentieel om door te
kunnen naar de verplichte leereenheden. Dit is de basis van het Europees recht.
Literatuur: A/V, hoofdstuk I, II (par. 1, 2, 3), III, IV en XI.
Arresten:
o C-300/89 Titaandioxide, ECLI:EU:C:1991:2
o C-376/98 Tabaksreclame, ECLI:EU:C:2000:544
o C-26/62 Van Gend en Loos, ECLI:C:1963:1
o C-6/64 Costa/ENEL, ECLI:EU:C:1964:66
o C-129/96 Inter-Environment, ECLI:EU:C:1997:628
0.2 Europese integratie: primair en secundair recht.
Europese integratie betekent dat Europese landen steeds meer
samenwerken en hun beleid op elkaar afstemmen.
De Europese Unie is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Het belangrijkste
doel was:
Vrede in Europa bewaren
Voorkomen dat landen opnieuw oorlog zouden voeren
Economische samenwerking versterken
Europese integratie begon na WOII met EGKS (1951), gevolgd door EEG en
Euratom (1957). Doel: vrede en economische samenwerking.
Eerste stap naar samenwerking: In 1950 kwam het plan van Schuman. Het
idee was om de productie van kolen en staal gezamenlijk te organiseren.
Waarom juist deze sectoren? Omdat kolen en staal essentieel zijn voor: industrie,
wapens, economische macht. Door deze sectoren samen te beheren, konden
landen geen oorlog voorbereiden zonder dat anderen dat merkten. Daaruit
ontstond: EGKS – Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
Het belangrijkste doel van deze samenwerking werd de interne markt.
De interne markt betekent dat er binnen de EU één grote economische ruimte
bestaat. Daarbinnen mogen vrij bewegen:
1. Goederen
2. Diensten
3. Kapitaal (geld/investeringen)
4. Personen
Dit noemen we ook wel de vier vrijheden van de EU. Later ging de EU ook
samenwerken op andere gebieden, bijvoorbeeld: politie, justitie, migratie,
buitenlands beleid
Normaal werken landen internationaal samen via intergouvernementele
samenwerking. Bij deze vorm:
Landen blijven volledig zelf de baas
Beslissingen moeten vaak unaniem
Eén land kan dus een besluit tegenhouden
Een voorbeeld hiervan is de Raad van Europa (1949).
Supranationaal: De EU koos voor een andere aanpak: supranationale
samenwerking. Dit was bijzonder. Dat betekent:
3
, Landen geven een deel van hun macht aan een organisatie boven de
lidstaten
Die organisatie kan bindende beslissingen nemen
Ook als sommige landen het niet eens zijn
Dit is een breuk met traditionele internationale samenwerking. Hierdoor kan de
EU sterkere en effectievere regels maken.
De Europese integratie bestaat inmiddels meer dan 70 jaar. De 6
oprichtingslanden waren: Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en
Luxemburg. De EU heeft nu 27 lidstaten, nadat het Verenigd Koninkrijk in 2020
uit de EU stapte (Brexit).
We maken een onderscheid tussen:
1. Primair recht
2. Secundair recht
Het primair recht is de basis van het EU-recht. Het bestaat uit de
belangrijkste verdragen die de EU hebben opgericht en bepalen hoe de EU
werkt.
De belangrijkste zijn:
1. Verdrag over de Europese Unie (VEU): dit verdrag gaat over de basis
en waarden van de EU. Het regelt onder andere:
De instellingen van de EU
De toetreding van nieuwe lidstaten
De fundamentele waarden
Belangrijke waarden zijn:
Democratie
Rechtsstaat
Mensenrechten
Ook het buitenlands beleid van de EU staat hierin.
2. Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU): dit verdrag gaat
over het concrete beleid van de EU. Hierin staan regels over bijvoorbeeld:
Interne markt
Landbouw
Milieu
Mededinging
Sociale politiek
Ook staat hierin welke bevoegdheden EU-instellingen hebben om wetten
te maken.
3. Handvest van de Grondrechten van de EU: dit document bevat de
grondrechten van burgers in de EU, zoals:
Menselijke waardigheid
Privacy
Non-discriminatie
Sociale rechten
Sinds het Verdrag van Lissabon (2009) heeft het Handvest dezelfde juridische
waarde als het VEU en VWEU (art. 6 lid 1 VEU). Het wordt gebruikt om te
controleren of EU-wetten en Nationale maatregelen binnen EU-recht niet in strijd
zijn met grondrechten.
4