Samenva2ng ‘25/’26
Week 1
College 1
Merton – twee typen theorieën:
• Theories of middle range – pogingen om bepaalde aspecten van de sociale wereld te
begrijpen en uit te leggen.
• Grand theory – opereren op een meer abstract niveau.
College 2
Onderzoeksonderwerpen (research objec+ve) moeten sociaal, wetenschappelijk en sociologisch
relevant zijn.
Een onderzoeksvraag (research ques+on) is een duidelijke, gefocuste en specifieke vraag zijn die je
door een onderzoek heen leidt. Het moet helder, begrijpelijk en te onderzoeken zijn en het moet
gelinkt zijn aan bestaand onderzoek. Er zijn twee soorten:
• DescripDve – wie, wat waar
• Explanatory – hoe, waarom
Een literatuurstudie (literature review) is een kriHsche samenvaIng en analyse van bestaand
onderzoek over een (sociologisch) onderwerp.
Een onderzoeksparadigma (research paradigm) is een gedeelde kijk op wat wetenschap is, wat een
theorie moet zijn, hoe wetenschap benadert moet worden. Het bestaat uit de volgende zaken:
• Ontologie (ontology): wat is de oorsprong van de realiteit? Hoe is de realiteit opgebouwd
(theory of being).
• Epistemologie (epistemology): hoe is kennis van realiteit mogelijk? Hoe kan dit verkregen
worden?
• Methodologie (methodology): hoe komt een onderzoeker iets te weten over wat er te weten
valt? Via welke stappen ontwikkelen we kennis?
• Methodes (methods): welke technieken worden gebruikt om data te verzamelen en
analyseren?
Ontologie
à Als sociale wetenschappers willen we sociale werkelijkheden begrijpen. Onze ontologische kijk zal
bepalen hoe wij deze werkelijkheid definiëren.
• Het hoofddilemma voor sociale wetenschappers is of sociale enHteiten:
1) ObjecHeve enHteiten zijn die bestaan los van sociale actoren (mensen), of
2) Sociale construcHes die ontstaan uit de sociale percepHes en handelingen van sociale
actoren.
, • ConstrucDvisme (construc+vism): neemt aan dat sociale verschijnselen ontstaan uit sociale
interacHe en zich in een staat van constante herziening bevinden.
à Ze zien wetenschappelijke kennis niet als definiHef, maar als een product van de
onderzoekers eigen kijk op de wereld.
Epistemologie
à Hoe kennis verkregen kan worden en wat acceptabele kennis is.
• Kan de sociale wereld worden begrepen met dezelfde principes en procedures die gebruikt
worden om de natuurlijke wereld te begrijpen?
• PosiDvisme (posi+vism) volgt de volgende principes:
1) We kunnen sociale verschijnselen alleen kennen zoals ze voor ons verschijnen door onze
zintuigen en ervaringen.
2) Doel: hypotheses genereren om de aanwezigheid van weSen (patronen en
regelmaHgheden) te verklaren.
3) Kennis wordt vergaard door feiten te verzamelen die de basis voor deze weSen vormen.
4) Wetenschap moet ‘waardenvrij’ zijn (objecHef).
5) Er is een duidelijk onderscheid tussen wetenschappelijke en normaHeve stellingen.
à deze principes van posiHvisme betekenen dat het vaker met kwanHtaHef onderzoek
geassocieerd wordt.
• InterpreDvisme (interpre+vism) volgt de volgende principes:
1) Er zijn fundamentele verschillen tussen mensen/insHtuHes en de objecten die bestudeerd
worden in de natuurwetenschappen.
2) Sociale wetenschappers moeten proberen de subjecHeve ervaring van sociaal handelen
te doorgronden en deze ervaringen en hun betekenis te begrijpen vanuit het perspecHef
van anderen.
3) Sociale wetenschappen moeten de eigenheid van menselijk bewustzijn weerspiegelen en
onze kennis over waarom mensen bepaalde betekenissen aan hun ervaringen toekennen,
verder ontwikkelen en verfijnen.
à deze principes van interpreHvisme betekenen dat het vaker met kwalitaHef onderzoek
geassocieerd wordt.
Verstehen (Weber): de wereld zien door mensen hun eigen perspecHef zodat we exact kunnen
begrijpen waarom ze handelen zoals ze handelen, in plaats van acHes slechts van buitenaf meten.
Hypothese (hypothesis): een toetsbare verwachHng over sociale werkelijkheid die voortvloeit uit een
meer algemene theorie à definieert de relaHe tussen twee of meer verschijnselen.
Nul hypothese (H0): we vinden bewijs dat de hypothese niet ondersteunt / dat de relaHe uit de
hypothese niet bestaat.
AlternaDeve hypothese (Ha): we vinden bewijs dat de hypothese ondersteunt / suggereert dat er een
relaHe bestaat à door kwanHtaHeve meHng en staHsHsche analyse.
CausaDe (causa+on): veranderingen in x veroorzaken veranderingen in y (direct of indirect).
Spurious relaDonship: als een derde variabele de relaHe tussen twee variabelen verklaart.
, Teksten uit het boek
H1)
KwanHtaHef onderzoek gebruikt een hypothese.
KwalitaHef onderzoek gebruikt een onderzoeksvraag.
Epistemologische posiHes: opvaIngen over hoe kennis geproduceerd zou moeten worden & hoe de
sociale wereld bestudeerd zou moeten worden.
Ontologische posiHes: opvaIngen over de aard van de sociale wereld en sociale verschijnselen
(geobserveerde feiten, gebeurtenissen of situaHes).
Concepten: de manier waarop we de sociale wereld begrijpen; labels die we bepaalde aspecten van
de sociale wereld geven.
Experiment: als je kijkt naar de impact van een intervenHe.
Longitudinaal: als je kijkt naar een sociale verandering over de Hjd.
Case study: onderzoeksvragen over bepaalde gemeenschappen, organisaHes of groepen.
Cross-secHonal design: huidige houdingen of gedragingen op een bepaald moment in de Hjd
omschrijven.
Vergelijkend: kijkend naar elementen in relaHe tot andere.
Elementen van een onderzoeksarHkel:
• IntroducHe – schetst het onderzoeksgebied en de betekenis ervan, kan de onderzoeksvraag
introduceren.
• Literatuur onderzoek – schetst wat er al bekend is over het onderwerp en onderzoekt dit
kriHsch.
• Onderzoeksmethode – presenteert de gebruikte methoden en licht deze keuze toe.
• Resultaten – presenteert de uitkomst.
• Discussie – onderzoekt de implicaHes van de resultaten in relaHe tot de bestaande literatuur
en de onderzoeksvragen
• Conclusie – benadrukt de significanHe van het onderzoek.
H2)
DeducHeve benadering: verzamelt data om theorieën te testen à theorie als de basis voor
onderzoek.
InducHeve benadering: verzamelt data om theorieën te bouwen à theorie ontstaat uit onderzoek.
AbducHeve benadering: vermindert de nadelen van deducHef en inducHef; begint met een observaHe
en probeert deze toe te lichten met de meest waarschijnlijke verklaring, gaat dan heen en weer van
de puzzel tot de sociale wereld en de literatuur.
à Erkent dat de conclusies van observaHes plausibel zijn, maar niet volledig zeker.
Empirisme: alleen kennis die door ervaringen en de zintuigen wordt verkregen is acceptabel & het
verzamelen van feiten is een legiHem doel op zichzelf.