Hoofdstuk 14 - Organisaties
Organigram:
Schematische weergave van afdelingen en zeggenschap (de
organisatiestructuur)
Lijnorganisatie: een organisatie waarbij :
- Boven elke werknemer een manager of meerdere staat en
- Waarin de taken opgedeeld zijn in logisch bij elkaar horende
afdelingen.
Kenmerken:
- Één baas, duidelijk wie leiding geeft aan wie (eenheid van bevel)
- Lijkt op piramide: smal aan top en breed uitlopend naar beneden
Lijn-staforganisatie:
Een lijnorganisatie waaraan één of meerdere stafafdelingen zijn toegevoegd.
Mogelijke taken staf: Dit zijn deskundigen die managers bijstaan:
- Advies en voorlichting
- Ondersteunende werkzaamheden
- Specialistisch werk buiten de lijn
Lijnfunctionaris is onderdeel hiërarchische structuur, een stafmedewerker
staat ernaast geeft dus géén leiding aan de mensen in de lijn!
Interculturele communicatie:
- Communicatie in verschillende culturen is moeilijk: Zowel non-verbale
als verbale communicatie kan een andere betekenis hebben
- Symbolen staan vaak ook voor andere dingen
, Hoofdstuk 15 - Leiderschap
Omspanningsvermogen:
Het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende effectief leiding kan geven
Spanwijdte of span-of-control:
Het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende leiding geeft
Situationeel leiderschap: Beste leiderschapsstijl is afhankelijk van:
- Situatie of omstandigheden (rustige meeting of crisis)
- Motivatie en bekwaamheid medewerker
Span-of-control: kan groter worden door:
- Stafdiensten (nemen de manager werk uit handen)
- Verbeterde communicatiemogelijkheden (communicatie gaat sneller)
- Fysieke nabijheid (makkelijker om dingen af te stemmen)
- Routinematig werk (manager hoeft er minder tijd aan te besteden om te
vertellen hoe het moet)
- Deskundigheid medewerkers (manager hoeft er minder tijd aan te
besteden om te vertellen hoe het moet)
- Delegatie van taken (manager draagt taken over aan medewerkers en
hoeft dus minder zelf te doen)
Organigram:
Schematische weergave van afdelingen en zeggenschap (de
organisatiestructuur)
Lijnorganisatie: een organisatie waarbij :
- Boven elke werknemer een manager of meerdere staat en
- Waarin de taken opgedeeld zijn in logisch bij elkaar horende
afdelingen.
Kenmerken:
- Één baas, duidelijk wie leiding geeft aan wie (eenheid van bevel)
- Lijkt op piramide: smal aan top en breed uitlopend naar beneden
Lijn-staforganisatie:
Een lijnorganisatie waaraan één of meerdere stafafdelingen zijn toegevoegd.
Mogelijke taken staf: Dit zijn deskundigen die managers bijstaan:
- Advies en voorlichting
- Ondersteunende werkzaamheden
- Specialistisch werk buiten de lijn
Lijnfunctionaris is onderdeel hiërarchische structuur, een stafmedewerker
staat ernaast geeft dus géén leiding aan de mensen in de lijn!
Interculturele communicatie:
- Communicatie in verschillende culturen is moeilijk: Zowel non-verbale
als verbale communicatie kan een andere betekenis hebben
- Symbolen staan vaak ook voor andere dingen
, Hoofdstuk 15 - Leiderschap
Omspanningsvermogen:
Het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende effectief leiding kan geven
Spanwijdte of span-of-control:
Het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende leiding geeft
Situationeel leiderschap: Beste leiderschapsstijl is afhankelijk van:
- Situatie of omstandigheden (rustige meeting of crisis)
- Motivatie en bekwaamheid medewerker
Span-of-control: kan groter worden door:
- Stafdiensten (nemen de manager werk uit handen)
- Verbeterde communicatiemogelijkheden (communicatie gaat sneller)
- Fysieke nabijheid (makkelijker om dingen af te stemmen)
- Routinematig werk (manager hoeft er minder tijd aan te besteden om te
vertellen hoe het moet)
- Deskundigheid medewerkers (manager hoeft er minder tijd aan te
besteden om te vertellen hoe het moet)
- Delegatie van taken (manager draagt taken over aan medewerkers en
hoeft dus minder zelf te doen)