Aardrijkskunde 3.1 tot en met 3.4 2havo
Paragraaf 3.1
Bij de korte waterkringloop komt het verdampte water weer meteen terug als
neerslag in de zee. Bij de lange kringloop komt het regen of het sneeuw op het land
terecht en dan valt het in het water en zo stroomt het weer terug de zee in.
Lange waterkringloop → verdamping - werkverplaatsing ( de wolken gaan naar het
land verplaatsen) - wolken stijgen (hierdoor ontstaat neerslag) - condensatie -
waterafvoer.
Het water dat je kunt drinken is zoet water het zoute water kan je niet drinken. Je
kunt het water op de aarde niet alleen indelen in zoet en zout water maar ook in
oppervlaktewater en grondwater. Bij oppervlaktewater moet je denken aan water dat
je kunt zien, dus in de zee, meren enzovoort. Maar het water dat je niet kunt zien,
dus in de grond zit heet grondwater.
Paragraaf 3.1
Bij de korte waterkringloop komt het verdampte water weer meteen terug als
neerslag in de zee. Bij de lange kringloop komt het regen of het sneeuw op het land
terecht en dan valt het in het water en zo stroomt het weer terug de zee in.
Lange waterkringloop → verdamping - werkverplaatsing ( de wolken gaan naar het
land verplaatsen) - wolken stijgen (hierdoor ontstaat neerslag) - condensatie -
waterafvoer.
Het water dat je kunt drinken is zoet water het zoute water kan je niet drinken. Je
kunt het water op de aarde niet alleen indelen in zoet en zout water maar ook in
oppervlaktewater en grondwater. Bij oppervlaktewater moet je denken aan water dat
je kunt zien, dus in de zee, meren enzovoort. Maar het water dat je niet kunt zien,
dus in de grond zit heet grondwater.