Een stof die straling uitzend, noem je radioactief. Je lichaam is ook een stralingsbron.
Als je telefoon aan het zenden is, loopt er een wisselstroom door de antenne, die bewegen
met een hoge frequentie heen en weer. Door die beweging ontstaan er elektromagnetische
golven die met een zeer hoge snelheid bij de antenne vandaan bewegen. De elektronen in de
zendmast gaan in hetzelfde tempo heen en weer bewegen als de elektronen in de
telefoonantenne. Dit zorgt voor wisselstroom met dezelfde frequentie als de wisselstroom in
de telefoonantenne. Hierdoor kunnen signalen van de telefoon naar de zendmast worden
doorgegeven.
Elektromagnetische golven werken net zoals watergolven.
De ‘bron’ gaat op en neer en brengt zo het water in beweging. De ‘ontvanger’ gaat op en
neer als de golven bij het blokje aankomen.
Er zijn ook verschillen tussen elektromagnetische golven & watergolven:
1. Elektromagnetische golven bewegen in alle richtingen, watergolven niet.
2. Elektromagnetische golven zijn geen trillingen in een stof, maar planten zich
zelfstandig voort (ook door een vacuüm).
3. Elektromagnetische golven hebben in vacuüm altijd dezelfde snelheid: 3,0X10 8 m/s.
Dit is de lichtsnelheid, c. De lichtsnelheid in lucht is bijna gelijk aan die in vacuüm.
Het aantal golftoppen dat in 1 seconde voorbijkomt, noem je de frequentie van de golf. De
afstand tussen 2 golftoppen is de golflengte, .
Formule voor de golflengte:
=c:
Of
=c:
Hierin is:
de golflente in m
C de lichtsnelheid in m/s 3,0 X 108
de frequentie is hertz (Hz)
, s=vXt V S=CXt
Hierin is:
s = afstand in meter
v = snelheid van het radiosignaal
t = tijd is seconde
Een kleine golflengte word vaak weergegeven in nanometers (1nm = 10-9).
Je hebt verschillende soorten stralingen: ir-straling, uv-straling, röntgenstraling &
gammastraling.
*Elke spectraalkleur heeft zijn eigen golflengte (in vacuüm).*
Doordat stralingsenergie wordt omgezet in warmte, stijgt de temperatuur van je huis door
zonlicht. Hiervoor is verhoudingsgewijs veel energie nodig.
Sommige soorten straling hebben nog een ander effect: hun stralingsenergie kan stoffen
afbreken. De ultraviolette straling in het zonlicht maakt de kleurstofmoleculen kapot.
Straling die moleculen kapot kan maken, wordt ioniserende straling genoemd. Radiogolven,
ir-straling en licht zijn niet ioniserend. Uv-straling is zwak ioniserend en röntgen- of
gammastraling zijn sterk ioniserend. Met deze straling moet je voorzichtig zijn.
Klas 2 §6.1
De belangrijkste natuurlijke lichtbron op aarde is de zon. Geen zonlicht = geen leven. Een
driehoekig stuk glas heet een prisma. Hiermee kan je aantonen dat wit licht uit alle kleuren
van de regenboog bestaat. Een reeks kleuren noem je een spectrum.