Week 1
- Verschil materiaal en formeel strafrecht:
Materieel: wat is strafbaar en welke personen zijn hiervoor strafbaar?
Formeel: wat zijn de bevoegdheden en regels v/d verschillende organen.
Doelen van het strafrecht:
1. Vergelding (oog om oog, tand om tand/ terugbetaling)
2. Preventie (voorkomen)
- Speciale preventie ; om iets af te leren, je bent al gestraft en doet het niet opnieuw.
- Generale preventie ; de straf moet andere mensen afschrikken hetzelfde te doen.
3. Resocialisatie (heropvoeden)
4. Voorkomen van eigenrichting (eigen rechter spelen)
Rechterlijk beslissingsmodel (art. 349, 351 en 352 sv)
1. Is de dagvaarding geldig?
- Uitspraak rechter: nietigheid v/d dagvaarding.
2. Is de rechter bevoegd?
- Onbevoegdheid v/d rechter.
3. Is de OvJ ontvankelijk?
- Niet-ontvankelijkheid v/d OvJ.
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
- Schorsing v/d vervolging.
5. Kan de tenlastelegging bewezen worden? ****
Nee -> vrijspraak
6. Levert het bewezen verklaarde een strafbaar feit op?
Nee -> **
7. Is de dader strafbaar?
Nee -> OVAR wegens niet strafbaarheid v/d dader.
8. Welke straf of maatregel moet er worden opgelegd?
Veroordeling art. 352 sv.
Misdrijf of overtreding?
Misdrijven: zwaardere feiten, poging/voorbereiding wel strafbaar, medeplichtigheid is strafbaar,
voorlopige hechtenis mogelijk, wel een gevangenisstraf en berechting door de rechtbank.