Geschiedenis werkplaats H1-H3
Hoofdstuk 1, tijdlijn
13 000 v Chr. Tovenaar van les Trois freres 3400-3200 v Chr. Hunebedden in
Nederland
11 500 v Chr. Einde laatste ijstijd
3300 v Chr. Ötzi
9 000 v Chr. Begin landbouw midden
oosten 3000 v Chr. Egypte wordt een staat,
ontstaan spijkerschrift
6500 v Chr. Catalhöyük
5300 v Chr. Eerste boeren in Nederland
3000 v Chr. Einde jagers en boeren
Kenmerkende aspecten
- De levenswijze van jagers en verzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving
- Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Paragraaf 1,
De geschiedenis voor de schriftelijke bronnen heet de prehistorie, of te wel de tijd van
jagers en boeren. Archeologie bestudeerd deze geschiedenis, aan de hand van botresten
potscherven voetafdrukken, grotschilderingen etc. Er is meer over de cultuur bekend, maar
weinig over de individu. Ötzi: mummie gevonden tussen IT en AUS ingevroren.
2 miljoen jaar geleden eerste mensen, de eerste jagers en verzamelaars. Ze aten van alles en
gingen rond 400 000 vuur gebruiken. De moderne mens, homo sapiens, denkende mens
ontstond 200 000 jaar geleden in Oost-Afrika. Vanaf 50 000 v. Chr. Verspreide deze zich
richting Azië, en 10 000 jaar later in Europa. Bij verspreiding hiervan stierven andere soorten
uit, zoals de neanderthaler. Mannen jaagde, en verdedigde. Vrouwen zorgden voor de
kinderen, verzamelden paddenstoelen, wortels, zaden, noten, bessen en ander voedsel.
De mensen toen leefden in groepen van 10 tallen, en waren nomaden. Mensen hadden dus
weinig bezit, en grove werktuigen. Dit veranderde in 50 000 v Chr. Vanaf 30 000 v Chr. kwam
er ook kunst, in eu mollige vrouwen beelden, en in t zuiden muurschilderingen. Mensen
gingen ook symbolen begrijpen.
Paragraaf 2,
Landbouw ontstond in het M-O. Hier was het vruchtbare gebied genaamd de vruchtbare
halve maan. Na akkerbouw ontstond veeteelt rond 8000 v. Chr. en hierna werd de landbouw
steeds gevarieerder. Als laatst werden er paarden gehouden. Dat landbouw was ontstaan
was een revolutie die alles veranderde. Door migranten verspreide deze veranderingen over
de rest van de wereld. De landbouwrevolutie vond ook zelfstandig plaatst in China (rijst) en
Midden-Amerika (maïs) en Peru (bonen).
, Landbouw ontstaan door het veranderde klimaat, er kwamen in het MO zachte winters en
droge zomers. Hier groeide granen en peulvruchten goed. Wilde planten werden
gedomesticeerd door de goede wilde planten te bewaren en de slechte niet meer te
planten. Wilde dieren sterfte snel uit door het vele jagen.
Vanaf 5000 v Chr. werd het vee gebruikt voor landbouw en hun wol melk etc. Zo kon er
meer grond worden verbouwd, en was er dus meer voedsel waardoor de bevolking bleef
groeien. Door deze evolutie ontstond de landbouwsamenleving en was het nomaden
bestaan voorbij, een sedentaire leefwijze. Er werden huizen en akkers gebouwd met grotere
groepen. Deze groepen waren Autarkisch, en bezit was hier belangrijk. Ze bezaten producten
van nijverheid, potten werktuigen etc. Mensen met veel bezit hadden ook meer macht en
sociale ongelijkheid was geboren. Er kwamen ook slaven, zij hadden helemaal geen bezit.
Dit verschil was ook te zien in graven. Zo werden rijken in Hunnebedden begraven, en waren
dit monumenten. Zij werden vereerd en kregen grafgiften mee voor in het hiernamaals. Dit
omdat men toen geloofden in natuurgodsdiensten zoals de zon, maan en water. Deze
werden vereerd door rituelen en offeren.
Paragraaf 3,
Een stad is een stad wanneer deze van het platteland gescheiden is, met veel bewoners
zonder veel boeren (Catalhöyük-Turkije) Deze ontstonden vaak bij rivieren zoals de Eufraat
en Tigris omdat dan de boeren overschotten hadden. De soemeriërs bouwden vele dorpen
met bestuursgebouwen pakhuizen en tempels. En de landbouw stedelijke samenleving
ontstond. Hierbij leefde een minderheid in steden. Het waterbeheer in dit gebied moest
georganiseerd worden, door de elite.
Door steden waren er minder boeren nodig en ging men zich specialiseren in ambacht.
Steden waren afhankelijk van handel, en er kwam ook export, Soemeriërs exporteerde
graan, kleding aardewerk en importeerde luxeartikelen en hout.
Bij de elite kwam vaak 1 leider naar voren de vorst hij werd geadviseerd door andere elite.
De rest van het volk waren de onderdanen. Rond 3000 v Chr. ontstond 1 staat Egypte met
als hoofd Farao. Verder bleven in Mesopotamië stadstaten, stad met omliggend land.
Hierbij waren de koningen ook opperpriesters, zij hadden contact met goden en waren dus
erg machtig. Onderaan standen de boeren en slaven, zij moesten hun opbrengsten afstaan
als belasting aan de overheid. Dit ging dan weer naar de ambtenaren militairen en priesters.
De soemeriërs hadden een beschaving met verschillende technieken. Ze hadden een
polytheïstische godsdienst, met goden die op mensen leken. Verhalen werden verteld als
mythes. Van deze periode weten we meer door het schrift (3300-2900 v Chr.) en
verschillende afbeeldingen. Dit was nodig voor de organisatie van de steden. Eerst was er
beeldschrift en hierna abstract schrift spijkerschrift.
Hoofdstuk 2, tijdlijn
Hoofdstuk 1, tijdlijn
13 000 v Chr. Tovenaar van les Trois freres 3400-3200 v Chr. Hunebedden in
Nederland
11 500 v Chr. Einde laatste ijstijd
3300 v Chr. Ötzi
9 000 v Chr. Begin landbouw midden
oosten 3000 v Chr. Egypte wordt een staat,
ontstaan spijkerschrift
6500 v Chr. Catalhöyük
5300 v Chr. Eerste boeren in Nederland
3000 v Chr. Einde jagers en boeren
Kenmerkende aspecten
- De levenswijze van jagers en verzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving
- Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Paragraaf 1,
De geschiedenis voor de schriftelijke bronnen heet de prehistorie, of te wel de tijd van
jagers en boeren. Archeologie bestudeerd deze geschiedenis, aan de hand van botresten
potscherven voetafdrukken, grotschilderingen etc. Er is meer over de cultuur bekend, maar
weinig over de individu. Ötzi: mummie gevonden tussen IT en AUS ingevroren.
2 miljoen jaar geleden eerste mensen, de eerste jagers en verzamelaars. Ze aten van alles en
gingen rond 400 000 vuur gebruiken. De moderne mens, homo sapiens, denkende mens
ontstond 200 000 jaar geleden in Oost-Afrika. Vanaf 50 000 v. Chr. Verspreide deze zich
richting Azië, en 10 000 jaar later in Europa. Bij verspreiding hiervan stierven andere soorten
uit, zoals de neanderthaler. Mannen jaagde, en verdedigde. Vrouwen zorgden voor de
kinderen, verzamelden paddenstoelen, wortels, zaden, noten, bessen en ander voedsel.
De mensen toen leefden in groepen van 10 tallen, en waren nomaden. Mensen hadden dus
weinig bezit, en grove werktuigen. Dit veranderde in 50 000 v Chr. Vanaf 30 000 v Chr. kwam
er ook kunst, in eu mollige vrouwen beelden, en in t zuiden muurschilderingen. Mensen
gingen ook symbolen begrijpen.
Paragraaf 2,
Landbouw ontstond in het M-O. Hier was het vruchtbare gebied genaamd de vruchtbare
halve maan. Na akkerbouw ontstond veeteelt rond 8000 v. Chr. en hierna werd de landbouw
steeds gevarieerder. Als laatst werden er paarden gehouden. Dat landbouw was ontstaan
was een revolutie die alles veranderde. Door migranten verspreide deze veranderingen over
de rest van de wereld. De landbouwrevolutie vond ook zelfstandig plaatst in China (rijst) en
Midden-Amerika (maïs) en Peru (bonen).
, Landbouw ontstaan door het veranderde klimaat, er kwamen in het MO zachte winters en
droge zomers. Hier groeide granen en peulvruchten goed. Wilde planten werden
gedomesticeerd door de goede wilde planten te bewaren en de slechte niet meer te
planten. Wilde dieren sterfte snel uit door het vele jagen.
Vanaf 5000 v Chr. werd het vee gebruikt voor landbouw en hun wol melk etc. Zo kon er
meer grond worden verbouwd, en was er dus meer voedsel waardoor de bevolking bleef
groeien. Door deze evolutie ontstond de landbouwsamenleving en was het nomaden
bestaan voorbij, een sedentaire leefwijze. Er werden huizen en akkers gebouwd met grotere
groepen. Deze groepen waren Autarkisch, en bezit was hier belangrijk. Ze bezaten producten
van nijverheid, potten werktuigen etc. Mensen met veel bezit hadden ook meer macht en
sociale ongelijkheid was geboren. Er kwamen ook slaven, zij hadden helemaal geen bezit.
Dit verschil was ook te zien in graven. Zo werden rijken in Hunnebedden begraven, en waren
dit monumenten. Zij werden vereerd en kregen grafgiften mee voor in het hiernamaals. Dit
omdat men toen geloofden in natuurgodsdiensten zoals de zon, maan en water. Deze
werden vereerd door rituelen en offeren.
Paragraaf 3,
Een stad is een stad wanneer deze van het platteland gescheiden is, met veel bewoners
zonder veel boeren (Catalhöyük-Turkije) Deze ontstonden vaak bij rivieren zoals de Eufraat
en Tigris omdat dan de boeren overschotten hadden. De soemeriërs bouwden vele dorpen
met bestuursgebouwen pakhuizen en tempels. En de landbouw stedelijke samenleving
ontstond. Hierbij leefde een minderheid in steden. Het waterbeheer in dit gebied moest
georganiseerd worden, door de elite.
Door steden waren er minder boeren nodig en ging men zich specialiseren in ambacht.
Steden waren afhankelijk van handel, en er kwam ook export, Soemeriërs exporteerde
graan, kleding aardewerk en importeerde luxeartikelen en hout.
Bij de elite kwam vaak 1 leider naar voren de vorst hij werd geadviseerd door andere elite.
De rest van het volk waren de onderdanen. Rond 3000 v Chr. ontstond 1 staat Egypte met
als hoofd Farao. Verder bleven in Mesopotamië stadstaten, stad met omliggend land.
Hierbij waren de koningen ook opperpriesters, zij hadden contact met goden en waren dus
erg machtig. Onderaan standen de boeren en slaven, zij moesten hun opbrengsten afstaan
als belasting aan de overheid. Dit ging dan weer naar de ambtenaren militairen en priesters.
De soemeriërs hadden een beschaving met verschillende technieken. Ze hadden een
polytheïstische godsdienst, met goden die op mensen leken. Verhalen werden verteld als
mythes. Van deze periode weten we meer door het schrift (3300-2900 v Chr.) en
verschillende afbeeldingen. Dit was nodig voor de organisatie van de steden. Eerst was er
beeldschrift en hierna abstract schrift spijkerschrift.
Hoofdstuk 2, tijdlijn