Geschiedenis werklplaats H4
Hoofdstuk 1, tijdlijn
1061 Stavoren krijgt eerste stadsrecht in 1337-1453 Honderdjarige Oorlog
Nederland
1395-1456 Jac ques Coeur
1099 Kruisvaders veroveren Jeruzalem
1431 Dood van Jeanne d’Arc
1122 einde van de investituurstrijd
1464 Eerste vergadering van Nederlandse
1215 Magna Carta` Staten-Generaal
1271 Marco Polo begint zijn reis 1492 einde van de reconquista
1302 Eerste vergadering van de Franse
Staten Generaal
Kenmerkende aspecten
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving.
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
- Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel
geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
- De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, o.a. in de vorm van
kruistochten.
- Het begin van de staatsvorming en de centralisatie.
Paragraaf 1,
Na de ondergang van het Romeinse rijk ontstond er opnieuw een landbouw stedelijke
samenleving, in deze tijd kwamen er ook een aantal nieuwe steden op zoals Hamburg en
Dordrecht. In de tijd van steden en staten was er veel urbanisatie, met steden tot enkelen
duizenden inwoners. Deze steden ontstonden doordat er door het einde van plunderingen
van de Vikingen er weer handel kon komen, en steden dus konden groeien. Ook kwamen er
overschotten bij de boeren waardoor er meer aanbod kwam dan vraag, dit overschot werd
verkocht in steden. Steden groeide vooral door inwoners van buitenaf, deze kwam
hiernaartoe voor hun vrijheid en om te ontsnappen aan hun heer.
In deze tijd werd er niet alleen in steden gehandeld maar ook over grotere afstanden,
Aziaten handelde in luxeproducten, specerijen, parfum en zijde. Dit kochten de Italianen van
de Arabieren. Voor Eu waren Laken en wollen stoffen belangrijke nijverheidsproducten.
Laken werden in Vlaanderen gemaakt val wol uit Engeland. Dit was een hele klus, dus veel
werkgelegenheid + waarde. Naast het rijke Vlaanderen was Noord-Italië ook erg rijk, met
Milaan en Venetië. Verder waren Londen, Dordrecht en Bazel belangrijk.
Handel ging voornamelijk over het water omdat de wegen slecht waren onderhouden, en er
geen centrale overheid was die dit wel kon doen. Steden edelen en vorsten hieven tol op
belangrijke handelsroutes. Verschillende kooplieden vormden samen hanzen welke
Hoofdstuk 1, tijdlijn
1061 Stavoren krijgt eerste stadsrecht in 1337-1453 Honderdjarige Oorlog
Nederland
1395-1456 Jac ques Coeur
1099 Kruisvaders veroveren Jeruzalem
1431 Dood van Jeanne d’Arc
1122 einde van de investituurstrijd
1464 Eerste vergadering van Nederlandse
1215 Magna Carta` Staten-Generaal
1271 Marco Polo begint zijn reis 1492 einde van de reconquista
1302 Eerste vergadering van de Franse
Staten Generaal
Kenmerkende aspecten
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving.
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
- Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel
geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
- De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, o.a. in de vorm van
kruistochten.
- Het begin van de staatsvorming en de centralisatie.
Paragraaf 1,
Na de ondergang van het Romeinse rijk ontstond er opnieuw een landbouw stedelijke
samenleving, in deze tijd kwamen er ook een aantal nieuwe steden op zoals Hamburg en
Dordrecht. In de tijd van steden en staten was er veel urbanisatie, met steden tot enkelen
duizenden inwoners. Deze steden ontstonden doordat er door het einde van plunderingen
van de Vikingen er weer handel kon komen, en steden dus konden groeien. Ook kwamen er
overschotten bij de boeren waardoor er meer aanbod kwam dan vraag, dit overschot werd
verkocht in steden. Steden groeide vooral door inwoners van buitenaf, deze kwam
hiernaartoe voor hun vrijheid en om te ontsnappen aan hun heer.
In deze tijd werd er niet alleen in steden gehandeld maar ook over grotere afstanden,
Aziaten handelde in luxeproducten, specerijen, parfum en zijde. Dit kochten de Italianen van
de Arabieren. Voor Eu waren Laken en wollen stoffen belangrijke nijverheidsproducten.
Laken werden in Vlaanderen gemaakt val wol uit Engeland. Dit was een hele klus, dus veel
werkgelegenheid + waarde. Naast het rijke Vlaanderen was Noord-Italië ook erg rijk, met
Milaan en Venetië. Verder waren Londen, Dordrecht en Bazel belangrijk.
Handel ging voornamelijk over het water omdat de wegen slecht waren onderhouden, en er
geen centrale overheid was die dit wel kon doen. Steden edelen en vorsten hieven tol op
belangrijke handelsroutes. Verschillende kooplieden vormden samen hanzen welke