Bestuursrecht & bestuursprocesrecht
1. Zoek uit of een minister de bevoegdheid heeft om een Nederlander van 20 jaar
zijn nationaliteit te ontnemen omdat die aan de zijde van Hamas vecht tegen
Israël. Hamas staat op de lijst van terroristische organisaties. tip: gebruik
zoekterm Nederlanderschap
Ja, de minister heeft deze bevoegdheid op grond van de Rijkswet op het
Nederlanderschap. In art. 14 daarvan is geregeld op welke gronden intrekking
kan plaatsvinden. In casus gaat het om art. 14 lid 4 RWN.
2. De gemeente Tynaarlo schaft nieuwe computers aan voor haar ambtenaren.
Welk recht is op daarop van toepassing? Ga daarbij in op de vraag of de
gemeente Tynaarlo een rechtspersoon is
Hier handelt de overheid als private partij. De gemeente is een publiekrechtelijke
rechtspersoon, op grond van art. 2:1 lid 1 BW. Omdat de gemeente hier een
privaatrechtelijke overeenkomst sluit is daarop het privaatrecht, en wel het
verbintenissenrecht van toepassing: boek 6 BW. Zie ook art. 1:3 lid 1 Awb: i.c.
geen publiekrechtelijke handeling, maar een privaatrechtelijke (koopovk).
3. Is de Kinderombudsman een bestuursorgaan in de zin van de Awb
Nee, de kinderombudsman is geen bestuursorgaan, op grond van art. 1:1 lid 2
sub f Awb jo. Art 9 WNo. (tip; kijk naar art. 1.1 om te zien wat er valt onder
bestuursorganen en wat niet)
4. Leg uit of op het afsluiten van een provinciale weg door provincieambtenaren
de regels van de Awb van toepassing zijn
Nee, dit betreft een feitelijke handeling. Alleen op besluiten, zie art. 1:3 Awb, zijn
de regels van de Awb van toepassing. Een feitelijke rechtshandeling is geen
publiekrechtelijke rechtshandeling omdat er geen sprake is van een beoogd
rechtsgevolg. (= nergens te vinden maar gewoon weten dus ff tappen)
5. Om te kunnen procederen (bezwaar en beroep instellen) tegen een besluit van
een bestuursorgaan dien je belanghebbende te zijn. Leg uit of, en zo ja onder
welke voorwaarden, een stichting die zich bezig houdt met klimaatacties
belanghebbende kan zijn.
Belanghebbende is omschreven in art. 1:2 lid 1 Awb: degene wiens belang
rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In art. 1:2 lid 3 Awb staat: ten aanzien
van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en
collectieve belangen die krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke
,werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Stichting is een rechtspersoon ogv
art. 2:3 BW. Aan beide onderstreepte eisen moet worden voldaan. (even
markeren in deel 2)
6. De rechter toetst een genomen besluit door een bestuursorgaan onder meer
op de vraag in hoeverre de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht
zijn genomen.
a. Wat houdt het vertrouwensbeginsel in en waar is die te vinden?
Is ongeschreven, dus niet te vinden in het boek. Een bestuursorgaan dient het
door een bestuursorgaan opgewekt en gerechtvaardigd vertrouwen te honoreren.
Dit is een ongeschreven algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, derhalve
alleen in jurisprudentie te vinden en niet in de wet.
b. Wat kan de rechter doen als hij van oordeel is dat dit beginsel is geschonden
door het bestuursorgaan in kwestie.
Hij kan het besluit vernietigen. Zie art. 8:72 Awb.
7. De bestuursrechter ontvangt een beroepschrift van een onderneming in
Groningen, gevestigd op industrieterrein Driebond. Zij stellen beroep in tegen de
weigering van het college van B&W Groningen om hen een omgevingsvergunning
te verlenen. Daarbij stellen zij dat ditzelfde college een jaar eerder bij een
vergelijkbare aanvraag van een ander bedrijf, welke ook is gevestigd op
industrieterrein Driebond, wel een vergunning heeft verleend. Leg uit hoe de
rechter hiermee om dient te gaan en benoem het algemene beginsel van
behoorlijk bestuur waarop deze partij zich beroept.
Hier wordt een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Dit is niet in de Awb
opgenomen, maar volgt wel uit art. 1 GW. De rechter dient dit betoog als een
beroep op dat beginsel te vertalen op grond van art. 8:69 lid 2 Awb: de rechter
vult ambtshalve de rechtsgronden aan.
Strafrecht & onderneming
1. Over het doel van het strafrecht is veel geschreven en gedebatteerd. Dit is van
alle tijden. Wat zijn de doelen van het strafrecht en welk doel is naar uw mening
het meest gerechtvaardigd? Gebruik hierbij zo mogelijk ook ethische inzichten.
Het eerste doel is vergelding. Hierbij draait het om de vraag welke straf
opweegt tegen het kwaad dat de dader heeft aangericht, er wordt derhalve
teruggekeken. Het tweede doel is persoonlijke preventie; straf moet
voorkomen dat de dader opnieuw in de fout gaat. Het derde doel is de
generieke preventie; van het straffen gaat een algemene maatschappelijke
preventie uit.
, 2. Leg uit dat het niet vanzelfsprekend is dat ook ondernemingen strafrechtelijk
vervolgd en gestraft kunnen worden. Ga daarbij in op de historie van het
(straf)recht.
Het strafrecht was van oorsprong slechts gerichte tegen menselijk handelen,
waardoor alleen natuurlijke personen strafrechtelijk aansprakelijk konden worden
gesteld voor hun handelen. Met de opkomst van rechtspersonen, grofweg vanaf
de Industriële revolutie, kwam de wens om ook bedrijven strafrechtelijk te
kunnen vervolgen, met name voor fiscale en economische delicten. recenter gaat
het ook vaak om milieudelicten.
3. Van Dam heeft samen met zijn vrouw een agrarische onderneming in Grou. De
rechtsvorm van deze onderneming is de maatschap, waar zowel van Dam als zijn
vrouw de maten (of vennoten) van zijn: Mts van Dam. Hij wordt ervan
beschuldigd een milieudelict te hebben begaan in een Natura-2000 gebied. Ga er
vanuit dat dit een strafrechtelijk te vervolgen delict is.
a. Waar in de wet zijn de regels omtrent de maatschap te vinden?
De regels omtrent de maatschap zijn te vinden …
b. Stel dat het OM in dit geval tot vervolging wil overgaan. Kan dan de maatschap
worden vervolgd?
Ja, de maatschap kan worden vervolgd op grond van art. 51 lid 1 jo. Lid 3 Sr.
Zowel rechtspersonen als natuurlijke personen kunnen strafbare feiten begaan.
De maatschap is geen rechtspersoon, maar wordt daaraan gelijkgesteld als het
gaat om strafvervolging op grond van art. 51 lid 3 Sr.
4. Wat zijn behalve een veroordeling de mogelijke uitspraken in een strafzaak?
Verwijs in uw antwoord op een correcte wijze naar de relevante wetsartikelen in
het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering.
De rechter kan op grond van art. 348 Sv jo. art. 349 Sv tot de uitspraak komen
dat de dagvaarding nietig is, hijzelf onbevoegd is, dat het OM niet ontvankelijk is
of besluiten tot schorsing van de vervolging. Dit zijn de einduitspraken op de zgn.
formele vragen. Indien dit niet gebeurt volgt de beraadslaging op de materiële
vragen, art. 350 Sv en volgt een veroordeling ogv art. 351 Sv of vrijspraak of
ontslag van rechtsvervolging, art. 352 Sv. (arceren helpt!!!)
5. Een onderneming kan vanzelfsprekend geen gevangenisstraf worden opgelegd
door de strafrechter. Zoek in de wet op welke straffen kunnen worden opgelegd in
een strafzaak waarbij een onderneming wordt vervolgd.
De straffen die kunnen worden opgelegd zijn genoemd in art. 9 Sr. In art 9 lid 1
sub a de hoofdstraffen en in at. 9 lid 1 sub b de bijkomende straffen. Een
rechtspersoon kan als hoofdstraf een geldboete worden opgelegd. Van de
bijkomende straffen is verbeurdverklaring (zie art. 33 en 33a Sr) en
openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak mogelijk.