Lecture 1: Introduction Utopian Dystopian
CHANGES IN THE MEDIA LANDSCAPE: how we inform ourselves
• Decline in TV and print, static online and rising disengagement
o Decline in watching broadcast television in UK
• Generational split: young prefer online, over 55s TV news
• Facebook is becoming less influential for news
• Decline in interest in the news in some countries, but not all
• Selective news avoidance is growing over time
UTOPIAN / DYSTOPIAN PERSPECTIVES
• Utopia: a community or society that possesses highly desirable or nearly perfect
qualities for its citizen
• Dystopia: a community or society that is undesirable or frightening
FUNCTIONS OF UTOPIAN WORLDVIEW
• Optimism about the future
• Strong belief in technological development
• Push to invest in technological developments
• Cultural change toward individuation and individual empowerment
INDUSTRIAL REVOLUTION: DEFINITION a rapid major change in an economy (as in
England in the late 18th century) marked by the general introduction of power driven
machinery or by an important change in the prevailing types and methods of use of such
machines
Fourth fundamental shift blurring the lines between physical, digital and biological
systems, driven by, AI, robotics, the Internet of Things, and advanced technologies
4th INDUSTRIAL REVOLUTION (2012-??): four crucial questions arise:
• How will automation and AI impact jobs and the workforce?
• How do we regulate and govern emerging technologies?
• What are the societal and economic implications of digital transformation?
• How can sustainability and environmental concerns be integrated into 4IR?
,Lecture 2: An Introduction to Privacy
1. Wat is privacy?
Privacy is contextgebonden
Privacy is geen vaststaand begrip — het wordt gevormd door tijd, cultuur, individuele verschillen en
contexten. Wat in de ene omgeving als privé wordt beschouwd, is in een andere omgeving volledig
openbaar. Historisch gezien illustreert dit zich duidelijk: denk aan de veranderende sociale normen
rondom het menselijk lichaam in de openbare ruimte, van badhuiscultuur tot GDPR-wetgeving.
Cultureel gezien onderscheiden individualistisch georiënteerde samenlevingen (zoals West-Europa en
de VS) zich sterk van collectivistisch georiënteerde culturen (zoals Oost-Azië en het Midden-Oosten).
In individualistische culturen wordt privacy gezien als een fundamenteel recht, waarbij persoonlijke
autonomie en zelfexpressie centraal staan. In collectivistische culturen staat groepsharmonie hoger
dan individuele privacybelangen, en is informatiedeling binnen hechte gemeenschappen eerder norm
dan uitzondering.
Drie theoretische perspectieven op privacy
De slides introduceren drie klassieke theoretische benaderingen die samen een volledig beeld geven
van wat privacy betekent en hoe het werkt:
Theoreticus Benadering Kernidee
Westin (1967) Politieke wetenschappen Privacy als basisbehoefte in
interactie met de samenleving.
Privacy is non-monotoon: zowel te
weinig als te veel privacy zijn
problematisch.
Altman (1975) Psychologie Privacy als selectieve controle van
toegang tot het zelf — ten
behoeve van welzijn en
identiteitsregulatie.
Petronio (2002) Communicatiewetenschap Privacy als eigenaarschap van en
controle over informatie;
Communication Privacy
Management Theory (CPM).
Walther: de kernspanning van online communicatie
Joseph B. Walther (2011) beschrijft in zijn inleidingshoofdstuk de centrale paradox van online
communicatie: hoe meer je deelt, hoe meer sociale en persoonlijke voordelen je kunt behalen — maar
ook hoe groter het risico op privacyschendingen.
Centrale vraag (Walther): Hoeveel moeten we online delen?
Walther wijst op drie complicerende factoren die dit vraagstuk extra complex maken.
• Ten eerste hanteren veel gebruikers een misplaatste aanname dat online communicatie privé
is, terwijl het internet feitelijk een store-and-forward-systeem is dat informatie vastlegt en
verspreidt.
• Ten tweede zijn sociale media platforms juist ontworpen voor zichtbaarheid en deling.
• Ten derde biedt een verwachting van privacy geen juridische bescherming: publiek
toegankelijke berichten behoren tot het publieke domein.
De psychologische ervaring van privacy is daarmee fundamenteel anders dan feitelijke informationele
privacy. Walther noemt dit de privacy myth: offline ervaringen (zoals een telefoongesprek of brief)
scheppen verwachtingen die online niet worden waargemaakt. Zodra iets online is geplaatst, is
volledige verwijdering vrijwel onmogelijk.
,De oplossing ligt volgens Walther niet in wetswijzigingen of technologische fixes, maar in het
bevorderen van privacy literacy — een geïnformeerd begrip van hoe digitale systemen werken, zodat
gebruikers bewustere keuzes kunnen maken over wat zij delen.
Altman: vijf elementen van privacy
Altman (1975) formuleerde de Privacy Regulation Theory om te begrijpen waarom mensen wisselen
tussen momenten van sociabiliteit en afzondering. Zijn definitie van privacy is kernachtig: het is "a
selective control of access to the self or to one's group". Privacy kent volgens hem vijf elementen die
samen een cyclisch model vormen:
Element Toelichting
Dynamic Process Privacy is geen statisch gegeven maar een
voortdurend proces. Individuen reguleren wat zij
willen delen, afhankelijk van de situationele of sociale
context.
Individual vs. Group Levels Privacy speelt zich af op individueel niveau (wie mag
jou benaderen, wanneer wil je alleen zijn) én op
groepsniveau (geheimen binnen een vriendengroep,
vertrouwelijkheid binnen een team).
Desired vs. Actual Level Er bestaat een spanning tussen het gewenste en het
feitelijke niveau van privacy. Soms heb je meer of
minder privacy dan je zou willen in een gegeven
context.
Non-Monotonic Meer privacy is niet altijd beter. Er bestaat zoiets als
te weinig én te veel privacy. Het saunaprincipe
(Teubner & Flath, 2016) illustreert dit: mensen delen
intieme informatie met vreemden in anonieme
settings, maar minder met kennissen.
Bi-Directional (inward & outward) Privacy werkt in twee richtingen: inwaartse regulatie
(wie heeft toegang tot jou) en uitwaartse regulatie
(wat onthul jij over jezelf).
Het "stranger on the train"-fenomeen is een treffend voorbeeld van de non-monotone aard van
privacy. Mensen blijken geneigd intieme informatie te delen met volslagen vreemden met wie ze geen
toekomstige interactie verwachten — dit is tegelijkertijd een ander voorbeeld van de curvilineaire
relatie tussen relatienabijheid en disclosure-bereidheid die ook in het artikel van Bazarova & Choi
terugkomt.
Petronio: Communication Privacy Management (CPM)
Sandra Petronio (2002) bouwt voort op Altmans definitie en ontwikkelt de Communication Privacy
Management Theory (CPM), ook wel bekend als Communication Boundary Management. Kern van de
theorie is dat mensen grenzen beheren tussen zichzelf en anderen. Privacy-informatie wordt
beschouwd als iets waarover je eigenaarschap hebt — maar zodra je het deelt, moeten anderen die
informatie ook respectvol bewaken. In sociale media is dit bijzonder complex, omdat grenzen zelden
helder zijn.
,2. Hoe managen we onze privacy?
Van fysieke naar informationele privacy
Een van de grootste verschuivingen in privacyonderzoek is die van fysieke privacy (ruimte, objecten,
lichaam) naar informationele privacy — en binnen die informationele privacy specifiek naar wat we
online doen. Dit maakt online communicatiegedrag tot de centrale arena voor privacyvraagstukken in
het heden.
Functionele self-disclosure op social media (Bazarova & Choi, 2014)
Achtergrond en probleemstelling
Het artikel van Bazarova & Choi (2014) sluit direct aan op de privacy-discussie door te onderzoeken
wat mensen beweegt om persoonlijke informatie te delen op SNS, en hoe de aard van de gebruikte
communicatievorm dit gedrag stuurt. De centrale observatie is dat publieke self-disclosure op SNS —
zoals een Facebook-statusupdate die gedeeld wordt met een divers en onbekend publiek — niet past
binnen klassieke modellen van self-disclosure, die uitgaan van een dyadische context (twee personen,
wederzijds vertrouwen, geleidelijke verdieping).
Self-disclosure is in klassieke zin het intentioneel verbaal communiceren van persoonlijke informatie
— ervaringen, gevoelens, meningen — aan anderen (Jourard, 1971). Traditioneel verloopt dit in
gesloten, vertrouwde relaties: het zogenaamde dyadische grensmodel. Mensen zijn het meest
geneigd intieme informatie te delen met ofwel een volslagen vreemde (geen toekomstige interactie)
ofwel een vertrouwde partner. Met kennissen — mensen die je enigszins kent maar waarbij
toekomstige interactie verwacht wordt — deel je het minst.
De functionele benadering van self-disclosure
Bazarova & Choi bouwen voort op de functionele theorie van Derlega & Grzelak (1979) en het
disclosure decision model van Omarzu (2000). De centrale aanname is dat self-disclosure gestuurd
wordt door de sociale doelen die mensen nastreven. Deze doelen worden geactiveerd door
situationele aanwijzingen — waaronder de eigenschappen van het medium zelf (de affordances).
De vijf disclosure-doelen zijn:
• Social validation goedkeuring en bevestiging zoeken bij anderen
• Self-expression emoties uiten en spanning verlichten
• Relational development intimiteit en verbondenheid opbouwen
• Identity clarification de eigen identiteit definiëren en communiceren
• Social control strategisch informatie inzetten om sociale uitkomsten te beïnvloeden
Media affordances als situationele aanwijzingen
SNS-platforms bieden niet één maar meerdere communicatievormen, elk met eigen eigenschappen.
Treem & Leonardi (2012) onderscheiden vier basisaffordances van sociale media: data permanence,
communal visibility, editability, en associations. Binnen Facebook varieert met name de communal
visibility sterk per communicatievorm.
Bazarova & Choi richten zich op twee cruciale dimensies: zichtbaarheid (visibility) en gerichtheid
(directedness). Status updates zijn openbaar en niet gericht aan een specifieke persoon; wall posts
zijn openbaar maar gericht aan een individu; private berichten zijn besloten en gericht. Omdat
audiences bij publieke vormen vaag en onzichtbaar zijn — Bernstein et al. (2013) toonden aan dat
gebruikers hun werkelijke publiek structureel onderschatten — gaan mensen uit van een imagined
audience. Die mentale voorstelling van het publiek is minstens zo bepalend voor het gedrag als het
werkelijke publiek.
Context collapse (Marwick & boyd, 2011): de zichtbaarheid van publieke SNS-vormen leidt tot een
samenvoeging van meerdere sociale kringen in één publiek. Mensen uit je vriendenkring, familie,
collega's en kennissen vormen samen één ongedifferentieerde groep ontvangers.
,Het mediatiemodel
Op basis van deze inzichten formuleren Bazarova & Choi een mediatiemodel: de keuze voor een
specifieke communicatievorm activeert bepaalde disclosure-doelen, die op hun beurt de disclosure-
intimiteit bepalen. De communicatievorm heeft ook een direct effect op disclosure-intimiteit, maar de
disclosure-doelen mediëren een substantieel deel van dat verband.
Hypothesen en uitkomsten
H Hypothese Bevestigd? Toelichting
H1 Mensen stellen Ja Significante verschillen
verschillende disclosure- per communicatievorm.
doelen in statusupdates,
wall posts en
privéberichten.
H2 Bij gericht verkeer (wall Ja Kans op relatiedoel ~11x
posts, privé) domineert hoger in wall posts dan
relational development. statusupdates.
H3a Social validation is Ja ~4x vaker social
sterker in statusupdates validation in
dan in wall posts/privé. statusupdates dan wall
posts.
H3b Social validation is Ja Vanwege grotere
sterker in wall posts dan zichtbaarheid van wall
in privéberichten. posts.
H4 Publieke vormen leiden Ja Privéberichten significant
tot minder intieme intiemer dan status/wall
disclosure dan posts.
privéberichten.
H5 Disclosure-doelen Ja Significant effect van
beïnvloeden disclosure- doel op intimiteit.
intimiteit.
H6 Social validation-doelen Ja Relatiedoel leidt tot
zijn gekoppeld aan hogere intimiteit dan
minder intieme validatiedoel.
disclosure dan relational
development.
H7 Disclosure-doelen Ja Mediatie gevonden voor
mediëren het verband relational development,
tussen social validation, social
communicatievorm en control en self-
intimiteit. expression.
Belangrijkste bevindingen
De resultaten bevestigen het functionele mediatiemodel volledig. De twee voornaamste inzichten zijn:
Ten eerste zijn statusupdates in meer dan 70% van de gevallen gemotiveerd door social validation en
self-expression — zelfgerichte doelen. Wall posts en privéberichten zijn juist overwegend gemotiveerd
door relational development — een interpersoonlijk gericht doel. Wall posts nemen een tussenpositie
in: ze zijn net als privéberichten gericht aan een individu, maar de publieke zichtbaarheid ervan
verhoogt het aandeel social validation-motieven.
Ten tweede geldt: hoe minder controle iemand heeft over wie het bericht ontvangt (publiek,
onzichtbaar publiek), hoe meer hij of zij die onzekerheid compenseert door de inhoud van het bericht
te controleren — door minder intieme informatie te delen. Dit mechanisme noemen de auteurs het
compenseren van target-controle door inhoudsselectiviteit.
,3. Wie zijn ons online publiek? Context Collapse
Het onzichtbare publiek
Online communiceren we altijd voor een publiek dat potentieel veel groter en diverser is dan we
beseffen. Dit publiek omvat vrienden, familie, oud-studiegenoten, collega's, toekomstige werkgevers
en andere onbekenden. Facebook-onderzoek van Bernstein et al. (2013) — uitgevoerd op meer dan
30 miljoen gebruikers — liet zien dat vrijwel alle gebruikers hun werkelijke publiek structureel
onderschatten, zowel voor individuele berichten als in het algemeen.
Context collapse (Marwick & boyd, 2011)
Context collapse beschrijft het fenomeen waarbij meerdere afzonderlijke sociale kringen
samensmelten tot één ongedifferentieerde groep ontvangers. In het offline leven gedraag je jezelf
anders als vriend, als student, als familielid of als medewerker — elk met bijbehorende normen en
verwachtingen. Op sociale media worden al deze contexten tegelijk geconfronteerd met hetzelfde
bericht. Vitak (2012) definieert context collapse als:
"The flattening out of multiple distinct audiences in one's social network, such that people from
different contexts become part of a singular group of message recipients."
Dit is een uitdaging omdat de informatie die iemand deelt altijd een enkelvoudige, gepresenteerde
identiteit weergeeft — terwijl het publiek allesbehalve enkelvoudig is. Een bericht dat passend is voor
vrienden kan ongewenst zijn voor collega's of toekomstige werkgevers. De theorie van context
collapse verklaart daarmee precies de gevolgen van de privacy mythe die Walther beschrijft: wie niet
beseft dat berichten structureel een groter en diverser publiek bereiken dan bedoeld, kan
reputatieschade of andere consequenties ondervinden.
,Appendix A — Kernbegrippen
Begriff (EN) Definitie
Privacy Het selectief controleren van toegang tot het zelf of
de eigen groep (Altman, 1975). Privacy is niet
absoluut maar contextueel, dynamisch en non-
monotoon.
Privacy literacy Een geïnformeerd begrip van hoe digitale systemen
werken, waardoor gebruikers bewustere keuzes
kunnen maken over wat zij online delen.
Privacy myth De misvatting dat online communicatie dezelfde
privacyverwachtingen rechtvaardigt als offline
communicatie (brief, telefoongesprek).
Privacy Regulation Theory Altmans (1975) theorie die beschrijft waarom
individuen wisselen tussen sociabiliteit en
afzondering, op basis van vijf elementen van privacy.
Communication Privacy Management (CPM) Petronio's (2002) theorie die privacy behandelt als
informatie-eigenaarschap en het managen van
grenzen tussen zichzelf en anderen.
Self-disclosure Het intentioneel verbaal communiceren van
persoonlijke informatie aan anderen (Jourard, 1971),
inclusief ervaringen, gevoelens en meningen.
Functional approach to self-disclosure Theorie (Derlega & Grzelak, 1979) die stelt dat self-
disclosure gestuurd wordt door de sociale doelen
(rewards) die men hoopt te bereiken.
Disclosure goal De subjectieve reden of het doel dat iemand heeft bij
het delen van persoonlijke informatie (bijv. social
validation, relational development).
Disclosure intimacy De mate van persoonlijkheid, intimiteit en
gepercipeerde privaatheid van een gedeeld bericht.
Media affordances De eigenschappen van een medium die bepaald
gebruik en bepaalde doelen mogelijk maken of
bevorderen (bijv. visibility, editability, permanence).
Communal visibility De mate waarin een bericht op een SNS zichtbaar is
voor anderen binnen het netwerk (hoog bij
statusupdates, laag bij privéberichten).
Directedness De mate waarin een bericht gericht is aan een
specifieke ontvanger (gericht: wall post/privébericht;
niet-gericht: statusupdate).
Context collapse Het samenvoegen van meerdere afzonderlijke
sociale kringen tot één ongedifferentieerde groep
ontvangers op sociale media (Marwick & boyd,
2011).
Imagined audience De mentale voorstelling van wie een bericht zal lezen
— doorgaans kleiner en minder divers dan het
werkelijke publiek.
Dyadic boundary model Klassiek uitgangspunt van self-disclosure-onderzoek:
intieme informatie wordt gedeeld binnen de veilige
grenzen van een tweepersoonsrelatie.
Non-monotonic (privacy) Privacy kent een optimaal niveau: zowel te weinig als
te veel privacy is ongewenst. Meer is niet altijd beter.
Store-and-forward system Technische eigenschap van het internet waardoor
informatie actief wordt opgeslagen en doorgestuurd
— en daarmee moeilijk volledig verwijderbaar is.
, Auteur(s) & jaar Centraal argument Conclusie
Walther, J.B. (2011) — Online communicatie schept een Psychologische privacy ≠
Introduction to Privacy Online valse indruk van privacy. Het informationele privacy. De
internet is een store-and-forward oplossing ligt in privacy literacy,
systeem, en berichten behoren niet in wetgeving of technologie.
juridisch tot het publieke domein.
Privacy is fundamenteel
afhankelijk van het gedrag van de
gebruiker.
Bazarova, N.N. & Choi, Y.H. De keuze voor een Alle 7 hypothesen bevestigd.
(2014) — Self-Disclosure in communicatievorm op SNS Statusupdates dienen
Social Media: Extending the (statusupdate, wall post, overwegend social validation en
Functional Approach privébericht) activeert specifieke self-expression; wall posts en
disclosure-doelen, die op hun privéberichten dienen relational
beurt de intimiteit van de development. Disclosure-doelen
disclosure bepalen. Media mediëren het verband tussen
affordances fungeren als communicatievorm en intimiteit.
situationele aanwijzingen. Publiek gedrag → minder intimiteit
door inhoudsselectiviteit.
Theorie/Model Auteur(s) Kerninhoud
Privacy Regulation Theory Altman (1975) Privacy als dynamisch, non-
monotoon, bi-directioneel en
zowel individueel als
groepsgericht proces van
selectieve toegangscontrole.
Communication Privacy Petronio (2002) Privacy als informatie-
Management Theory (CPM) eigenaarschap; mensen beheren
grenzen tussen zichzelf en
anderen bij het delen van privé-
informatie.
Functional Theory of Self- Derlega & Grzelak (1979) Disclosure wordt gestuurd door vijf
Disclosure soorten sociale
beloningswaarden: social
validation, self-expression,
relational development, identity
clarification, social control.
Disclosure Decision Model Omarzu (2000) Persoonlijkheidskenmerken en
situationele aanwijzingen
activeren disclosure-doelen, die
op hun beurt disclosure-
karakteristieken (zoals intimiteit)
bepalen.
Functional Model of Self- Bazarova & Choi (2014) Uitbreiding van Omarzu's model
Disclosure on SNSs naar sociale media: SNS-
affordances (visibility,
directedness) fungeren als
situationele aanwijzingen →
activeren disclosure-doelen →
bepalen disclosure-intimiteit.
Doelen mediëren het directe
verband.
Context Collapse Marwick & boyd (2011) Het samenvoegen van meerdere
afzonderlijke sociale kringen tot
één publiek op SNS, wat self-
presentatie en disclosure