★ KC Sociale ongelijkheid: situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet
aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie
en zorgen voor een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken
van waardering en behandeling.
- Discriminatie: ongelijke behandeling in gelijke gevallen op basis van stereotypen en
vooroordelen.
→ Als onderscheidt in situatie niet wordt gemaakt op basis van
vooroordelen/stereotypen is het geen discriminatie.
Vier soorten sociale ongelijkheid:
- Ongelijke verdeling van economische hulpbronnen: kennis, inkomen, vermogen,
opleiding, werkervaring.
- Ongelijke verdeling van sociale hulpbronnen: contacten met mensen.
- Ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen: expertise, talenten, functie, status
en aanzien.
- Ongelijke verdeling van politieke hulpbronnen: verschillen tussen mensen met
politieke macht en mensen met minder/geen macht in samenleving.
___
- Sociale stratificatie: verdeling van maatschappij in groepen waartussen sociale
ongelijkheid bestaat → sociale lagen.
- Sociale laag: grote groep mensen met dezelfde maatschappelijke positie.
- Maatschappelijke ladder: indeling waarbij mensen met meer bezit/status hoger staan
dan anderen
→ Beroepsprestigeladder: mensen worden vergeleken op basis van status beroep.
- Sociale mobiliteit: het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
→ Het stijgen/dalen op maatschappelijke ladder is niet in iedere samenleving even
makkelijk:
● Gesloten samenleving: weinig mogelijkheden om sociaal mobiel te zijn.
● Open samenleving: je afkomst zou niet bepalend moeten zijn voor de plek die
je gaat innemen op de maatschappelijke ladder.
- Positietoewijzing: gaat over maatschappelijke oorzaken die van buitenaf op de
persoon/groep inwerken. Zijn zaken waar je zelf niet veel invloed op hebt.
→ Voorbeeld: welke rechten en plichten zijn er vastgesteld in jouw wetgeving? Hoe is
de kwaliteit van het onderwijs op jouw school?
- Positieverwerving: het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen
bijdrage van een persoon/groep waar hij toebehoort.
→ Hoe goed doe je je best op school? Heb je een bijbaan? Eet je gezond?