Erfrecht 1
Literatuur: hoofdstuk 3 of uit het Compendium Personen- en familierecht de
nummers 172 t/m 178 en 182 t/m 186.
Leerdoelen:
het verschil tussen wettelijk en testamentair (=versterf) erfrecht uitleggen
aan cliënten;
uitleggen wie op welk deel van de erfenis recht heeft;
uitleggen wie een (levens)testament kan opstellen;
adviseren welke onderdelen cliënten het beste in hun
(levens)testament(en) zouden kunnen opnemen;
uitleggen wat de functie is van een executeur-testamentair;
een (levens)testament inschrijven in het Centraal Testamenten Register;
een eenvoudig (levens)testament opstellen.
Het verschil tussen wettelijk en testamentair (=versterf) erfrecht
uitleggen aan cliënten;
Wettelijk erfrecht (versterferfrecht)
geldt wanneer geen testament is opgesteld -> art. 4:9-13 BW
de wet bepaalt wie erfgenamen zijn
er wordt gewerkt met erfgenamen in wettelijke groepen
echtgenoot en kinderen hebben een sterke positie (wettelijke verdeling)
testamentair erfrecht (uiterste wil)
geld wanneer er wel een testament is
de erflater kan afwijken van de wettelijke regeling
erfgenamen kunnen worden benoemd of uitgesloten
er kunnen legaten (art. 4:117 BW) en bijzondere bepalingen worden
opgenomen.
Art. 4:42 BW
uitleggen wie op welk deel van de erfenis recht heeft;
zonder testament (wettelijke verdeling)
graad 1: echtgenoot/geregistreerd partner + kinderen
zij erven in gelijke delen
de langstlevende echtgenoten krijgt alle goederen
kinderen krijgen geldvordering op langstlevende ouder
art. 4:10 BW
art. 4:13 BW
met testament
de erflater bepaalt verdeling
beperkingen
- kinderen hebben recht op legitieme portie (art. 4:63 jo. 4:64 BW)
- dit geld alleen voor afstammelingen
art. 4:65 BW
,art. 4:13 BW -> wettelijke verdeling
1. als iemand geen testament heeft opgesteld. Is de wettelijke verdeling van
toepassing.
2. Het gevolg is dat de langstlevende echtgenoot alle goederen van de
nalatenschap krijgt. de kinderen krijgen niet gelijk hun erfdeel, maar
krijgen een geldvordering op de langstlevende ouder. Deze geldvordering
is pas opeisbaar als de langstlevende ouder komt te overlijden.
3. Het doel van dit recht is dat het gezin en echtgenoot beschermt wordt. De
langlevende ouder kan dan haar of zijn leven voortzetten zoals voor het
overlijden van de partner. De kinderen kunnen dan bijvoorbeeld niet
zomaar het huis verkopen voor het verkrijgen van hun eigen erfdeel.
Indien je geldvordering hebt op de langstlevende ouder dan is die sowieso
opeisbaar als deze ouder komt te overlijden. De verschillende wilsrechten kan je
inroepen indien je waardevolle spullen/goederen van je eerst en langstlevende
ouder wil hebben. Deze spullen kan je krijgen ter waarde van de geldvordering
die je hebt op de betreffende ouder. Het doel van al deze wilsrechten is het
veiligstellen van goederen.
Art. 4;19 BW -> Wilsrecht 1 inroepen
1. Als de langstlevende ouder aangifte doet om te hertrouwen.
2. Het gevolg van het inroepen van dit Wilsrecht is dat het kind met een
geldvordering op de langstlevende ouder, mag de ouder verzoeken om
goederen aan hem over te dragen. De ouder is dan verplicht om de
goederen over te dragen met de waarde van de geldvordering. Het kind
wordt dan wel eigenaar van de goederen maar ontvangt slecht het
blooteigendom. Het kind krijgt dan wel het eigendom over de goederen.
De langlevende ouder mag gebruik maken van de goederen, de
langstlevende ouder houdt hier vruchtgebruik over.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van de overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt. Het
veiligstellen van goederen.
Indien je een beroep hebt gedaan op Wilsrecht 1 dan krijg je na het overlijden
van je langstlevende ouder de goederen waar je recht op hebt. Je hoeft dan niets
meer verder te doen. Stel je voor als je dat niet hebt gedaan en je langstlevende
ouder gat trouwen en komt te overlijden dan kan je nog beroep doen op Wilsrecht
2.
Art. 4:20 BW -> Wilsrecht 2 inroepen
1. Indien je niet gebruik hebt gemaakt van Wilsrecht 1, kan je nog Wilsrecht 2
inroepen. Je langstlevende ouder is getrouwd met een nieuwe partner.
Vervolgens overlijdt deze langstlevende ouder. Op het moment dat je
langstlevende ouder komt te overlijden, kan je een beroep doen op
Wilsrecht 2.
2. Het gevolg is dat de vordering die je hebt op je langstlevende ouder vrij
komt. Het kind mag de vordering nu opeisen. De stiefouder moet de
geldvordering betalen aan het kind vermeerderd met de wettelijke rente.
Indien je waardevolle spullen wil hebben die van je ouders nog waren dan
, kan je dat aan de stiefouder vragen. Je krijgt dan spullen ter waarde van de
geldvordering die je nog hebt vanwege het overleden van je eerste ouder.
3. Het is het beschermen van het kind tegenover de stiefouder. Het doel van
dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te beschermen.
Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:21 BW= Wilsrecht 3
1. Je langstlevende ouder is getrouwd met een nieuwe partner. Indien je
langstlevende ouder komt te overlijden dan laat zij een nalatenschap
achter. Als kind heb je recht op jouw deel van de nalatenschap. Je kan je
beroepen op Wilsrecht 3 voor het verkrijgen van eigendom op van
bepaalde goederen.
2. Het gevolg is dat jij een geldvordering krijgt bij je stiefouder. Je krijgt de
goederen niet, omdat je stiefouder het vruchtgebruik heeft.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:22 BW= Wilsrecht 4
1. Je kan je beroepen op Wilsrecht 4 als je stiefouder komt te overlijden. Je
geldvordering kan je nu opeisen.
2. In plaats van die geldvordering kan je ook goederen eisen. Je krijgt dan de
spullen van je langstlevende ouder. Deze zijn na het overlijden van je
stiefouder opeisbaar geworden.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:28 BW= voortgezet gebruik van de woning
1. Als een echtgenoot niet als erfgenaam is gewezen dan hebben de andere
erfgenamen recht op haar deel. De erfgenamen kunnen na het overlijden
van je echtgenoot het huis verkopen. Dit zou betekenen dat de andere
echtgenoot het huis moet verlaten.
2. Als je je gaat beroepen op dit artikel dan mag jij nog 6 maanden in dat huis
blijven wonen.
3. Het doel van dit recht is het beschermen van de echtgenoot dat zij niet op
straat komt te staan.
Art. 4:63 BW- legitieme portie
1. Indien je door een van je ouders bent onterfd dan heb je nog altijd recht op
je legitieme portie. Je kan je dan hierop beroepen.
2. Je krijgt dan de helft van de erfenis waar je normaal gesproken als recht op
zou hebben als erfgenaam.
3. Het doel van dit wettelijke recht is het beschermen van het kind.
, uitleggen wie een (levens)testament kan opstellen;
testament
alleen een wilsbekwame natuurlijke persoon
minimaal 16 jaar
opgesteld bij notariële akte
art. 4:42 BW
art. 4:94 BW
art. 4:54 jo. 4:55 BW
levenstestament
iedere wilsbekwame meerderjarige
regelt zaken voor tijdens leven bij wilsonbekwaamheid
bevat vaak volmachten en medische wensen
art. 3:60 jo. 3:61 jo. 3:62 BW
adviseren welke onderdelen cliënten het beste in hun
(levens)testament(en) zouden kunnen opnemen;
testament:
benoeming erfgenamen
uitsluiting erfgenamen
legaten (art. 4:117 BW)
executeur (art. 4:142 BW)
bewind
uitsluitingsclausule (art. 1:94 lid 2 BW
voogdijregeling (art. 1:292 BW)
tweetrapsmaking
levenstestament
algemene volmacht
medische volmacht
vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid
wensen rondom verzorging
financieel beheer
uitleggen wat de functie is van een executeur-testamentair;
een executeur:
beheert nalatenschap (art. 4:144 BW)
betaalt schulden
vertegenwoordigt erfgenamen (art. 4:145 BW)
voert het testament uit
bevoegdheden -> art. 4:142 BW
einde taak -> art. 4:147 BW
een (levens)testament inschrijven in het Centraal Testamenten Register;
Literatuur: hoofdstuk 3 of uit het Compendium Personen- en familierecht de
nummers 172 t/m 178 en 182 t/m 186.
Leerdoelen:
het verschil tussen wettelijk en testamentair (=versterf) erfrecht uitleggen
aan cliënten;
uitleggen wie op welk deel van de erfenis recht heeft;
uitleggen wie een (levens)testament kan opstellen;
adviseren welke onderdelen cliënten het beste in hun
(levens)testament(en) zouden kunnen opnemen;
uitleggen wat de functie is van een executeur-testamentair;
een (levens)testament inschrijven in het Centraal Testamenten Register;
een eenvoudig (levens)testament opstellen.
Het verschil tussen wettelijk en testamentair (=versterf) erfrecht
uitleggen aan cliënten;
Wettelijk erfrecht (versterferfrecht)
geldt wanneer geen testament is opgesteld -> art. 4:9-13 BW
de wet bepaalt wie erfgenamen zijn
er wordt gewerkt met erfgenamen in wettelijke groepen
echtgenoot en kinderen hebben een sterke positie (wettelijke verdeling)
testamentair erfrecht (uiterste wil)
geld wanneer er wel een testament is
de erflater kan afwijken van de wettelijke regeling
erfgenamen kunnen worden benoemd of uitgesloten
er kunnen legaten (art. 4:117 BW) en bijzondere bepalingen worden
opgenomen.
Art. 4:42 BW
uitleggen wie op welk deel van de erfenis recht heeft;
zonder testament (wettelijke verdeling)
graad 1: echtgenoot/geregistreerd partner + kinderen
zij erven in gelijke delen
de langstlevende echtgenoten krijgt alle goederen
kinderen krijgen geldvordering op langstlevende ouder
art. 4:10 BW
art. 4:13 BW
met testament
de erflater bepaalt verdeling
beperkingen
- kinderen hebben recht op legitieme portie (art. 4:63 jo. 4:64 BW)
- dit geld alleen voor afstammelingen
art. 4:65 BW
,art. 4:13 BW -> wettelijke verdeling
1. als iemand geen testament heeft opgesteld. Is de wettelijke verdeling van
toepassing.
2. Het gevolg is dat de langstlevende echtgenoot alle goederen van de
nalatenschap krijgt. de kinderen krijgen niet gelijk hun erfdeel, maar
krijgen een geldvordering op de langstlevende ouder. Deze geldvordering
is pas opeisbaar als de langstlevende ouder komt te overlijden.
3. Het doel van dit recht is dat het gezin en echtgenoot beschermt wordt. De
langlevende ouder kan dan haar of zijn leven voortzetten zoals voor het
overlijden van de partner. De kinderen kunnen dan bijvoorbeeld niet
zomaar het huis verkopen voor het verkrijgen van hun eigen erfdeel.
Indien je geldvordering hebt op de langstlevende ouder dan is die sowieso
opeisbaar als deze ouder komt te overlijden. De verschillende wilsrechten kan je
inroepen indien je waardevolle spullen/goederen van je eerst en langstlevende
ouder wil hebben. Deze spullen kan je krijgen ter waarde van de geldvordering
die je hebt op de betreffende ouder. Het doel van al deze wilsrechten is het
veiligstellen van goederen.
Art. 4;19 BW -> Wilsrecht 1 inroepen
1. Als de langstlevende ouder aangifte doet om te hertrouwen.
2. Het gevolg van het inroepen van dit Wilsrecht is dat het kind met een
geldvordering op de langstlevende ouder, mag de ouder verzoeken om
goederen aan hem over te dragen. De ouder is dan verplicht om de
goederen over te dragen met de waarde van de geldvordering. Het kind
wordt dan wel eigenaar van de goederen maar ontvangt slecht het
blooteigendom. Het kind krijgt dan wel het eigendom over de goederen.
De langlevende ouder mag gebruik maken van de goederen, de
langstlevende ouder houdt hier vruchtgebruik over.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van de overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt. Het
veiligstellen van goederen.
Indien je een beroep hebt gedaan op Wilsrecht 1 dan krijg je na het overlijden
van je langstlevende ouder de goederen waar je recht op hebt. Je hoeft dan niets
meer verder te doen. Stel je voor als je dat niet hebt gedaan en je langstlevende
ouder gat trouwen en komt te overlijden dan kan je nog beroep doen op Wilsrecht
2.
Art. 4:20 BW -> Wilsrecht 2 inroepen
1. Indien je niet gebruik hebt gemaakt van Wilsrecht 1, kan je nog Wilsrecht 2
inroepen. Je langstlevende ouder is getrouwd met een nieuwe partner.
Vervolgens overlijdt deze langstlevende ouder. Op het moment dat je
langstlevende ouder komt te overlijden, kan je een beroep doen op
Wilsrecht 2.
2. Het gevolg is dat de vordering die je hebt op je langstlevende ouder vrij
komt. Het kind mag de vordering nu opeisen. De stiefouder moet de
geldvordering betalen aan het kind vermeerderd met de wettelijke rente.
Indien je waardevolle spullen wil hebben die van je ouders nog waren dan
, kan je dat aan de stiefouder vragen. Je krijgt dan spullen ter waarde van de
geldvordering die je nog hebt vanwege het overleden van je eerste ouder.
3. Het is het beschermen van het kind tegenover de stiefouder. Het doel van
dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te beschermen.
Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:21 BW= Wilsrecht 3
1. Je langstlevende ouder is getrouwd met een nieuwe partner. Indien je
langstlevende ouder komt te overlijden dan laat zij een nalatenschap
achter. Als kind heb je recht op jouw deel van de nalatenschap. Je kan je
beroepen op Wilsrecht 3 voor het verkrijgen van eigendom op van
bepaalde goederen.
2. Het gevolg is dat jij een geldvordering krijgt bij je stiefouder. Je krijgt de
goederen niet, omdat je stiefouder het vruchtgebruik heeft.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:22 BW= Wilsrecht 4
1. Je kan je beroepen op Wilsrecht 4 als je stiefouder komt te overlijden. Je
geldvordering kan je nu opeisen.
2. In plaats van die geldvordering kan je ook goederen eisen. Je krijgt dan de
spullen van je langstlevende ouder. Deze zijn na het overlijden van je
stiefouder opeisbaar geworden.
3. Het doel van dit Wilsrecht is om de goederen van je overleden ouder te
beschermen. Dat deze goederen niet bij de stief familie komt.
Art. 4:28 BW= voortgezet gebruik van de woning
1. Als een echtgenoot niet als erfgenaam is gewezen dan hebben de andere
erfgenamen recht op haar deel. De erfgenamen kunnen na het overlijden
van je echtgenoot het huis verkopen. Dit zou betekenen dat de andere
echtgenoot het huis moet verlaten.
2. Als je je gaat beroepen op dit artikel dan mag jij nog 6 maanden in dat huis
blijven wonen.
3. Het doel van dit recht is het beschermen van de echtgenoot dat zij niet op
straat komt te staan.
Art. 4:63 BW- legitieme portie
1. Indien je door een van je ouders bent onterfd dan heb je nog altijd recht op
je legitieme portie. Je kan je dan hierop beroepen.
2. Je krijgt dan de helft van de erfenis waar je normaal gesproken als recht op
zou hebben als erfgenaam.
3. Het doel van dit wettelijke recht is het beschermen van het kind.
, uitleggen wie een (levens)testament kan opstellen;
testament
alleen een wilsbekwame natuurlijke persoon
minimaal 16 jaar
opgesteld bij notariële akte
art. 4:42 BW
art. 4:94 BW
art. 4:54 jo. 4:55 BW
levenstestament
iedere wilsbekwame meerderjarige
regelt zaken voor tijdens leven bij wilsonbekwaamheid
bevat vaak volmachten en medische wensen
art. 3:60 jo. 3:61 jo. 3:62 BW
adviseren welke onderdelen cliënten het beste in hun
(levens)testament(en) zouden kunnen opnemen;
testament:
benoeming erfgenamen
uitsluiting erfgenamen
legaten (art. 4:117 BW)
executeur (art. 4:142 BW)
bewind
uitsluitingsclausule (art. 1:94 lid 2 BW
voogdijregeling (art. 1:292 BW)
tweetrapsmaking
levenstestament
algemene volmacht
medische volmacht
vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid
wensen rondom verzorging
financieel beheer
uitleggen wat de functie is van een executeur-testamentair;
een executeur:
beheert nalatenschap (art. 4:144 BW)
betaalt schulden
vertegenwoordigt erfgenamen (art. 4:145 BW)
voert het testament uit
bevoegdheden -> art. 4:142 BW
einde taak -> art. 4:147 BW
een (levens)testament inschrijven in het Centraal Testamenten Register;