Inhoudsopgave
Week 1 Introductie.........................................................................................4
Hof ’s-Hertogenbosch 22 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1593 (Chemie-Pack)............4
HR 8 maart 1988, NJ 1988/839 (Tebourne Ltd)...............................................................4
HR 11 december 1990, NJ 1991/466 (Nederlander kan ook RP zijn)...............................5
HR 29 juni 1999, NJ 1999/719 (fiscale eenheid)..............................................................6
HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3360 (RP slachtoffer van bedreiging).............6
Week 2 Daderschap RP...................................................................................7
HR 21 februari 1938, NJ 1938/820 (Wilde bussen)..........................................................7
HR 27 januari 1948, NJ 1948/197 (V&D).........................................................................8
HR 27 februari 1951, NJ 1951/474 (ATO of Van Gend & Loos).........................................8
HR 23 februari 1954, NJ 1954/378 (IJzerdraad)...............................................................9
HR 29 mei 1990, NJ 1991/217 (abortus).......................................................................10
HR 14 januari 1992, NJ 1992/413 (Café Nol of Discotheek Babylon).............................10
HR 23 februari 1993, NJ 1993/605 (Furazolidon)...........................................................11
HR 13 november 2001, NJ 2002/219 (Boorplatform).....................................................12
HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938, NJ 2006/328 (Drijfmest).....................13
HR 29 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AF7619 (touwtjes-methode)...............................14
HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2918, NJ 2005/434 (eigenares schip).................14
HR 8 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3487 (functioneel daderschap)......................15
HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:970 (Hells Angels 140 Sr)..........................................16
Week 3 Opzet, schuld, strafuitsluitingsgronden.............................................17
HR 14 maart 1950, NJ 1952/656 (Bijenkorf)..................................................................17
HR 13 november 1990, NJ 1991/222 (Bakker Bart).......................................................18
HR 2 februari 1993, NJ 1993/476 (aflatoxine in pinda’s)...............................................18
HR 15 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0145, NJ 1997/109 (werknemer).................19
HR 29 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8977, NJ 2009/130 (gemeente Etten-Leur).......20
HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733 (gemeenschappelijke regeling WOT).............21
Week 4 Aansprakelijkheid leidinggevenden...................................................22
HR 16 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7243, NJ 1981/586 (Papa Blanca of NUT)...........22
HR 27 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9380, NJ 1987/45 (Vof Las- en Constructiebedrijf)
..................................................................................................................................... 23
1
, HR 16 december 1986, NJ 1987/321 en 322 (Slavenburg II).........................................24
HR 10 februari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC1276, NJ 1987/662 (Luchthaven Zuid-
Limburg)....................................................................................................................... 25
HR 21 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC8948, NJ 1992/414 (Roda JC)........................26
HR 1 februari 2005, NJ 2006/421 (Vuurwerkramp, FLG overtredingen en culpoze
delicten)........................................................................................................................ 27
HR 12 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2149, JIN 2010/151 (volgorde)......................28
HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733 (gemeenschappelijke regeling WOT).............29
HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1387 (Klimop-zaak)...................................................30
Gerechtshof Den Haag 3 december 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2436 (CEO ING – II). .31
Week 5 Onderzoek en opsporing, rechtspositie RP.........................................32
HR 19 november 1991, NJ 1992/250 (voorlopige maatregel vissersschip)....................32
HR 9 maart 1993, NJ 1993/633 (WED-opsporing bij aanwijzingen)...............................33
HR 21 oktober 1997, NJ 1998/173 (bevel uitlevering WED)..........................................33
HR 19 september 2006, NJ 2007/39 (rapportage meetgegevens).................................34
HR 21 december 2010, NJ 2011/425 (Tripod-analyse, nemo tenetur)...........................34
HR 19 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1562, NJ 2024/52 (“fishing expedition”).......35
Week 6 Vervolgbaarheid...............................................................................36
HR 28 oktober 1980, NJ 1981/123 (Atlantic Aardolieprodukten)...................................36
HR 25 januari 1994, NJ 1994/598 (vliegbasis Volkel).....................................................37
HR 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342, NJ 1998/367 (Pikmeer II).......................37
HR ECLI:NL:HR:1999:ZD3918 (bedrijfsopvolging).........................................................38
HR 2 oktober 2007, NJ 2008, 550 (vervolging ontbonden RP).......................................38
HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN7719, NJ 2011/124 (geen vrije keuze).........39
HR 21 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1607, NJ 2024/17 (waterschap Hunze en Aa’s)
..................................................................................................................................... 40
HR 25 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1774 (gemeente Zoetermeer).....................41
Week 7 Berechting RP (incl. alternatieven)....................................................41
HR 13 oktober 1981, NJ 1982/17 (cautie RP)................................................................42
HR 26 januari 1988, NJ 1988/815 (bestuurder geen getuige)........................................42
HR 25 april 1989, NJ 1990/91 (vertegenwoordiger geen raadsman).............................42
HR 20 maart 1990, NJ 1991/8 (mondelinge machtiging)...............................................43
HR 25 juni 1991, NJ 1992/7 (vertegenwoordiger geen getuige)....................................43
Week 8 Bestraffing RP (incl. bijkomende gevolgen.........................................44
HR 24 november 1987, NJ 1988/395 (geldboete na einde RP)......................................44
HR 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7004, NJ 2002/581 (bestraffing FLG na RP)....44
2
, HR 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1378 (FLG is geen beroep)............................45
HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2039 (beroepsverbod FLG)...........................45
HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1213 (eisen aan strafmaatverweer RP).......46
HR 18 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:765 (beroepsverbod middellijk bestuurder)...........46
HR 25 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:450 (beroep van ondernemer is te onbepaald). .46
HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1818 (ontneming, geen vereenzelviging).......47
3
, Week 1 Introductie
Hof ’s-Hertogenbosch 22 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1593 (Chemie-
Pack)
In deze zaak stond Chemie-Pack Nederland B.V. terecht naar aanleiding van de
grote brand op 5 januari 2011 in Moerdijk. Volgens het hof was de brand ontstaan
bij een membraanpomp op het buitenterrein. Een productiemedewerker had van
zijn chef opdracht gekregen harsproducten te verpompen; toen de pomp door de
kou vastliep, heeft hij een gasbrander gebruikt om de pomp te verwarmen. Bij de
pomp bevond zich ook xyleen, waarmee de pomp werd schoongespoeld, en op
het buitenterrein stonden daarnaast meer gevaarlijke stoffen opgeslagen. Daarna
is brand ontstaan, die zich snel heeft uitgebreid. Het hof sprak Chemie-Pack vrij
van opzettelijke brandstichting, maar achtte wel bewezen dat sprake was
van brand door schuld. Daarnaast achtte het hof bewezen dat Chemie-Pack de
inrichting en de werking daarvan opzettelijk zonder vergunning had veranderd,
onder meer door gevaarlijke stoffen op het buitenterrein op te slaan, een
membraanpomp en opwarmcontainer daar te gebruiken en ferroceen en tolueen
in IBC’s te mengen, en dat Chemie-Pack in strijd met art. 5 BRZO 1999 niet alle
noodzakelijke maatregelen had getroffen om zware ongevallen te voorkomen en
de gevolgen daarvan te beperken. Ook het verweer dat het OM niet-ontvankelijk
moest worden verklaard, onder meer vanwege een toezegging aan een
productiemedewerker, werd verworpen.
De rechtsregel uit deze uitspraak is vooral dat een gedraging van een natuurlijke
persoon aan een rechtspersoon kan worden toegerekend wanneer die gedraging
heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Het hof herhaalt
daarvoor de bekende maatstaf: van een gedraging in de sfeer van de
rechtspersoon kan sprake zijn als het gaat om handelen van iemand die voor de
rechtspersoon werkzaam is, de gedraging past in de normale bedrijfsvoering, de
gedraging de rechtspersoon dienstig is, of de rechtspersoon erover kon
beschikken of de gedraging zou plaatsvinden en zulk gedrag blijkens de feitelijke
gang van zaken werd aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder
aanvaarden ook valt het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de
rechtspersoon kon worden gevergd om die gedraging te voorkomen. Toegepast
op deze zaak betekende dat: hoewel de productiemedewerker zelf de brander
hanteerde, kon dat handelen aan Chemie-Pack worden toegerekend omdat hij
handelde in het kader van zijn werk, de handeling gericht was op voortzetting
van het productieproces, problemen met de pomp binnen het bedrijf bekend
waren, het gebruik van een brander om zulke problemen te verhelpen vaker
voorkwam en Chemie-Pack onvoldoende toezicht en veiligheidszorg had betracht.
HR 8 maart 1988, NJ 1988/839 (Tebourne Ltd)
In deze zaak was de verdachte veroordeeld wegens onder meer bedrieglijke
bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding had
gegeven aan de verboden gedraging. Het ging om meerdere failliete
vennootschappen waarbij de administratie niet aan de curator ter beschikking
4