GEZONDHEIDSZORG
COLLEGE 1
Gezondheid = niet ziek zijn
- Positieve gezondheid: het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen
regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het
leven (Huber).
- Lichaamsfunctie, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-
maatschappelijk participeren, dagelijks functioneren.
Ziekte
- Ervaren ziekte (illness): hoe jij je voelt
- Ziekte in strikte zin (disease): diagnose is gesteld door arts (kanker, reuma)
medische toestand
- Ziektegedrag (sickness): ieder mens gedraagt zich anders bij ziektes
Volksgezondheid = omvang en spreiding van ziekte en gezondheid onder de bevolking
- Prevalentie: aantal gevallen per groep (100.000) op een bepaald moment
- Incidentie: aantal nieuwe gevallen per tijdseenheid
Publieke gezondheidszorg = datgene wat de overheid doet om te zorgen dat het volk
gezond is.
- Collectieve maatregelen (accijns alcohol, avondklok, mondkapjes plicht, niet
appen op fiets)
- Hogere levensverwachting (bijna verdubbeld in 50 jaar)
- Radicale verschuiving in doodsoorzaken
- Epidemieën en hongersnood
- Afnemende pandemieën (sanitaire beweging: riolering, schoon drinkwater)
- Degeneratieve (ouderdom) en door mens veroorzaakte aandoeningen
- Groei welvaart en hygiëne
- Effectieve interventies
Uitdagingen 21e eeuw
Gezondheidbedreigingen: overgewicht, milieu, waterschaarste
Gezondheidsverschillen: lagere sociale klasse, etniciteit, seksualiteit
Gezondheidszorg: wordt steeds duurder
- Verzorgingsstaat: aandacht voor ziekte en solidariteit (premie betalen voor
ziekenfonds)
-> meer marktwerking in de zorg
-> participatiestaat: eigen regie / verantwoordelijkheid
Modellen
- Determinanten: factoren die het ontstaan van iets bepalen bijv. ziekte (longkanker
= roken)
- Opvattingen verschillen per cultuur, sociale klasse, leeftijd etc.
- Biomedisch model: objectieve feiten, directe causale relatie (oorzaak gevolg)
- Bio psychosociaal model: achterliggende organische oorzaken, unieke individuele
reactie
, HOOFDSTUK 1 GEZONDHEID EN WELZIJN
Gezondheid = ‘toestand van volledig: fysiek, mentaal en maatschappelijk welbevinden
en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek.’ (definitie WHO). Kritiek:
1. Idealistische karakter van de definitie: kan je wel volledig gezond zijn?
2. Stimulans tot medicalisering: stimuleert het medisch handelen
3. Statische karakter van gezondheid: ‘toestand’ kan elk moment verschillen
4. Scheiding van lichamelijke, psychische en sociale: daar is een samenhang tussen,
een beïnvloedt ander.
5. Verhouding tussen individuele en collectieve aspect van gezondheidsbepaling:
wanneer ben je echt ziek
Ontwikkelingen in het sociale domein
Tot aan WO II kwam het sociaal werk vooral van particulier initiatief.
Na WO II ontstond er een professionalisering van het maatschappelijk werk.
- 1962: eerste beroepscode voor maatschappelijk werk vastgesteld.
- Overheid nam steeds meer van het maatschappelijke middenveld ontwikkelende
hulp over.
2007: eerste Wet maatschappelijke ondersteuning ingevoerd (streeft naar minder
afhankelijke burgers).
- Verzorgingsstaat -> participatiesamenleving
- Andere verhouding tussen overheid en burger (o.a. decentralisatie van
voorzieningen)
- Participatiewet stimuleert men om deel te nemen aan samenleving.
- Burger voert meer eigen regie en moet met veerkracht zijn uitdagingen aangaan.
Professional helpt maar lost niet op.
HOOFDSTUK 3 PERSPECTIEVEN OP DE GEZONDHEIDSZORG IN DE NABIJE TOEKOMST
De huidige organisatie van de gezondheidszorg is niet langer houdbaar (sterke
vergrijzing, toename mensen met chronische ziekte en alle
veranderingen in maatschappij).
ABCD-model van de zorg
- A Voorzorg: maatschappelijke aangelegenheid waarbij veel
domeinen betrokken zijn, waaronder de gezondheidszorg.
Richt zich op het ontwikkelen van veerkracht en op
gezondheidsrisico’s door gezondheidsbevordering, -
bescherming en ziektepreventie.
- B Gemeenschapszorg: zo veel mogelijk zelf, samen, de buurt
en het netwerk. Veel gebruik van technologie.
- C Laagcomplexe tot complexe zorg: basiszorg en
gespecialiseerde zorg met hoge mate van voorspelbaarheid
van benodigde inzet en van het beloop. Uitgangspunt:
functioneren
- D Hoog complexe zorg: zeer complexe behandeling met lage
mate van voorspelbaarheid van de benodigde kwantitatieve
en kwalitatieve inzet en van het beloop. Uitgangspunt: functioneren
HOOFDSTUK 6 VERSCHILLENDE MANIEREN OM NAAR GEZONDHEID TE KIJKEN
Holistisch mensbeeld: de som is meer dan het geheel der delen
Biopsychosociaal model: mensen zijn meer dan alleen hun
biologie.
- Functioneren niet alleen lichamelijk, maar kunnen ook
nadenken over welbevinden en emoties ervaren.
- Leven in sociale gemeenschappen (gezin, land, cultuur)
- Zowel de psyche (intern) als sociale (extern,
buitenwereld) hebben invloed op ziekte en gezondheid.
COLLEGE 1
Gezondheid = niet ziek zijn
- Positieve gezondheid: het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen
regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het
leven (Huber).
- Lichaamsfunctie, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-
maatschappelijk participeren, dagelijks functioneren.
Ziekte
- Ervaren ziekte (illness): hoe jij je voelt
- Ziekte in strikte zin (disease): diagnose is gesteld door arts (kanker, reuma)
medische toestand
- Ziektegedrag (sickness): ieder mens gedraagt zich anders bij ziektes
Volksgezondheid = omvang en spreiding van ziekte en gezondheid onder de bevolking
- Prevalentie: aantal gevallen per groep (100.000) op een bepaald moment
- Incidentie: aantal nieuwe gevallen per tijdseenheid
Publieke gezondheidszorg = datgene wat de overheid doet om te zorgen dat het volk
gezond is.
- Collectieve maatregelen (accijns alcohol, avondklok, mondkapjes plicht, niet
appen op fiets)
- Hogere levensverwachting (bijna verdubbeld in 50 jaar)
- Radicale verschuiving in doodsoorzaken
- Epidemieën en hongersnood
- Afnemende pandemieën (sanitaire beweging: riolering, schoon drinkwater)
- Degeneratieve (ouderdom) en door mens veroorzaakte aandoeningen
- Groei welvaart en hygiëne
- Effectieve interventies
Uitdagingen 21e eeuw
Gezondheidbedreigingen: overgewicht, milieu, waterschaarste
Gezondheidsverschillen: lagere sociale klasse, etniciteit, seksualiteit
Gezondheidszorg: wordt steeds duurder
- Verzorgingsstaat: aandacht voor ziekte en solidariteit (premie betalen voor
ziekenfonds)
-> meer marktwerking in de zorg
-> participatiestaat: eigen regie / verantwoordelijkheid
Modellen
- Determinanten: factoren die het ontstaan van iets bepalen bijv. ziekte (longkanker
= roken)
- Opvattingen verschillen per cultuur, sociale klasse, leeftijd etc.
- Biomedisch model: objectieve feiten, directe causale relatie (oorzaak gevolg)
- Bio psychosociaal model: achterliggende organische oorzaken, unieke individuele
reactie
, HOOFDSTUK 1 GEZONDHEID EN WELZIJN
Gezondheid = ‘toestand van volledig: fysiek, mentaal en maatschappelijk welbevinden
en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek.’ (definitie WHO). Kritiek:
1. Idealistische karakter van de definitie: kan je wel volledig gezond zijn?
2. Stimulans tot medicalisering: stimuleert het medisch handelen
3. Statische karakter van gezondheid: ‘toestand’ kan elk moment verschillen
4. Scheiding van lichamelijke, psychische en sociale: daar is een samenhang tussen,
een beïnvloedt ander.
5. Verhouding tussen individuele en collectieve aspect van gezondheidsbepaling:
wanneer ben je echt ziek
Ontwikkelingen in het sociale domein
Tot aan WO II kwam het sociaal werk vooral van particulier initiatief.
Na WO II ontstond er een professionalisering van het maatschappelijk werk.
- 1962: eerste beroepscode voor maatschappelijk werk vastgesteld.
- Overheid nam steeds meer van het maatschappelijke middenveld ontwikkelende
hulp over.
2007: eerste Wet maatschappelijke ondersteuning ingevoerd (streeft naar minder
afhankelijke burgers).
- Verzorgingsstaat -> participatiesamenleving
- Andere verhouding tussen overheid en burger (o.a. decentralisatie van
voorzieningen)
- Participatiewet stimuleert men om deel te nemen aan samenleving.
- Burger voert meer eigen regie en moet met veerkracht zijn uitdagingen aangaan.
Professional helpt maar lost niet op.
HOOFDSTUK 3 PERSPECTIEVEN OP DE GEZONDHEIDSZORG IN DE NABIJE TOEKOMST
De huidige organisatie van de gezondheidszorg is niet langer houdbaar (sterke
vergrijzing, toename mensen met chronische ziekte en alle
veranderingen in maatschappij).
ABCD-model van de zorg
- A Voorzorg: maatschappelijke aangelegenheid waarbij veel
domeinen betrokken zijn, waaronder de gezondheidszorg.
Richt zich op het ontwikkelen van veerkracht en op
gezondheidsrisico’s door gezondheidsbevordering, -
bescherming en ziektepreventie.
- B Gemeenschapszorg: zo veel mogelijk zelf, samen, de buurt
en het netwerk. Veel gebruik van technologie.
- C Laagcomplexe tot complexe zorg: basiszorg en
gespecialiseerde zorg met hoge mate van voorspelbaarheid
van benodigde inzet en van het beloop. Uitgangspunt:
functioneren
- D Hoog complexe zorg: zeer complexe behandeling met lage
mate van voorspelbaarheid van de benodigde kwantitatieve
en kwalitatieve inzet en van het beloop. Uitgangspunt: functioneren
HOOFDSTUK 6 VERSCHILLENDE MANIEREN OM NAAR GEZONDHEID TE KIJKEN
Holistisch mensbeeld: de som is meer dan het geheel der delen
Biopsychosociaal model: mensen zijn meer dan alleen hun
biologie.
- Functioneren niet alleen lichamelijk, maar kunnen ook
nadenken over welbevinden en emoties ervaren.
- Leven in sociale gemeenschappen (gezin, land, cultuur)
- Zowel de psyche (intern) als sociale (extern,
buitenwereld) hebben invloed op ziekte en gezondheid.