Week 1 Macht: waar hebben we het over als het gaat
over macht?
Week 2 Gezag: het verschil met macht
Week 3 Gezag: maatschappelijke veranderingen
Week 4 Afhankelijkheid, verantwoording en
verantwoordelijkheid
Macht en afhankelijkheid
, Week 1
Macht
Macht: Het vermogen of het middel om andere zijn wil op te leggen, ook
als deze niet willen meewerken.
Macht kan worden opgevat als een vermogen tot maatschappelijke
vormgeving, als middel om maatschappelijke doeleinden te bereiken.
Invloed: Het vermogen of het middel om door suggestie of overtreding
anderen ertoe te brengen om te handelen in overeenstemming met de
doeleinden of aanwijzingen van de beïnvloeder.
Kenmerken van macht
1. Relatief - Het is een relatief begrip in de zin dat het altijd om meer
of minder macht gaat. Het is echter moeilijk vast te stellen ‘hoeveel’
macht de ene partij boven de andere heeft.
2. Relationeel - Het speelt zich af tussen relaties. Relaties tussen en
binnen machtssystemen
3. Reciprociteit - Mensen onderling hebben ten opzichte van elkaar
macht, maar die macht is niet symmetrisch. De macht is wederkerig.
Actie -> reactie
Vormen van macht
1) Traditioneel - Het is gevormd op basis van geloof in een traditie,
bijvoorbeeld de macht die de ouders hebben over hun kind.
2) Charismatisch - Charisma: Als iemand uitstraling heeft die iemand
kan overtuigen en mee kan nemen.
3) Rationeel – legaal - Gebaseerd op een stelsel van formele wetten,
regels en procedures. Acceptabele macht om dat het ergens is
vastgelegd.
4) Functioneel - Op basis van een functie die iemand uitoefent.
5) Formeel/ informeel - Formeel als het ergens is vastgelegd.
Informeel in een informele setting.
6) Manifest/ latent - Manifeste macht is dat het zichtbaar is. Latente
macht is niet direct zichtbaar.