Module PGZE
Semester 2
T3 meerkeuze schriftelijke toets (afgerond vak)
Vervolg = anatomie & fysiologie deel B + in T4 schriftelijke toets
,Inhoudsopgave
Les 1: Topografie en skelet ............................................................................................................ 3
Definities .........................................................................................................................................3
Opbouw van een dier ........................................................................................................................3
Het skelet ........................................................................................................................................5
Les 2: Beenderen & botgroei .......................................................................................................... 7
Verschillende vormen beenderen ......................................................................................................7
Botgroei ...........................................................................................................................................7
Anatomie skelet ............................................................................................................................ 10
Plaatje bot ..................................................................................................................................... 11
..................................................................................................................................................... 11
Les 3: Spieren ..............................................................................................................................12
Les 4: Epitheel + huid ...................................................................................................................15
Dierenhuiden & adnexa .................................................................................................................. 19
Les 5: Voortplanting deel 1 ...........................................................................................................23
Les 6: Voortplanting deel 2 ...........................................................................................................27
Les 7: Nieren & urinewegen ..........................................................................................................31
Les 8: Lever & homeostase ...........................................................................................................35
2
,Les 1: Topografie en skelet
Definities
Topografie: waar ligt welk orgaan (ten opzichte van ander orgaan/lichaamsdeel).
Anatomie: bouw van het lichaam (structuur en organisatie).
Fysiologie: werking van het lichaam.
Sinistra/sinister = links
Dextra/dexter = rechts
Craniaal = richting de kop
Distaal = van de romp/lichaam af
Dorsaal = richting de rug
Proximaal = richting de romp/lichaam
Lateraal = richting zijkant
Mediaal = richting midden/binnenzijde
Centraal = in het midden van het lichaam/richting centrum
Rostraal = op de kop, richting neus
Caudaal = richting de staart
Ventraal = richting de buik
Perifeer = alles buiten het centrum/richting buitenkant
Flexie = buigen
Extensie = strekken
Abductie = bewegen van de middenlijn af
Adductie = beweging naar de middenlijn toe
Circumductie = cirkelen
Exorotatie = buitenwaartse draaiing (om as)
Endorotatie = binnenwaartse draaiing (om as)
Opbouw van een dier
Cellen → weefsels → organen → orgaanstelsels → organisme
Cel: kleinste functionele eenheid in een lichaam.
1. Algemene functies: alle cellen hebben die → opname zuurstof/voedingsstoffen en het
omzetten hiervan.
2. Specialistische functies: bijv. rode bloedcel → vervoeren van zuurstof.
Weefsels: groep cellen met dezelfde vorm en functie.
Uit welke 4 weefsels een Nederlandse benaming Voorbeeld
dierlijk lichaam bestaat
Musculair tissue Spierweefsel Skeletspieren/hartspier
Nervous tissue Zenuwweefsel Hersenen/zenuwen
Epithelial tissue Epitheel/dekweefsel Huid/slijmvliezen/opperhuid
Connective tissue Steunweefsel Bindweefsel/vet/kraakbeen/bot
Orgaan: een deel van het organisme met een speciale taak, hierin werken verschillende
weefsels samen.
3
, Orgaanstelsel: verschillende organen werken samen aan een hoger doel.
Circulatiesysteem (circulatory) = bloedsomloop
Respiratiesysteem (respiratory) = ademhaling
Digestie-apparaat (digestive) = verteringsstelsel
Locomotie-apparaat (locomotive) = bewegingsapparaat
Excretiesysteem (uitscheiding/excretory) = nieren en afvoerende urinewegen
Reproductie-apparaat (reproductive) = voortplanting
Neurologisch systeem (nervous/sensory) = zenuwstelsel en zintuigen
Endocriene systeem (endocrine) = hormoonstelsel
Integumentum (integumentary) = huid en hoornige structureren
Immuunsysteem (defense) = afweerapparaat
4