Hoofdstuk 10 – Bloedsomloop
10.1 Hart en bloedsomloop
BiNaS Tabel 84 – bloedsomloop
Diastole – het ontspannen van het hart
Systole – het samentrekken van het hart
Functies van bloedsomloop
- Transport van voedingsstoffen en afvalstoffen
- Transport van zuurstof
- Warmteregulatie van organisme
Lichaamstemperatuur = 37.1 graden Celsius
Open circulatiesysteem (bloedsomloop) – schelpdieren, insecten, spinnen
- Systeem met groot bloedvat aan de rugzijde (de hartbuis)
o De hartbuis heeft een aantal gespierde delen (hartkamers) die het bloed pompen,
zonder bloedcellen, naar de kop toe.
Vanaf de kop stroomt het bloed door de
lichaamsholte en omspoelt het de organen
en de weefsels
Door het ritmisch bewegen van de
hartkamers ontstaat er een pomp- en
zuigbeweging die het bloed via de hartbuis
wegpompt en weer aanzuigt via openingetjes
in de hartbuis.
O2-transport gaat niet via het bloed; insecten
nemen O2 op via tracheeën: verstevigde
buisjes gevuld met lucht.
Gesloten bloedsomloop – vissen, vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën
- Systeem waarin het bloed niet uit de bloedvaten komt maar stroomt rond.
o Enkele bloedsomloop (vissen) – bloed gaat per cyclus maar 1x door het hart
Hart heeft maar één boezem en één
kamer
Het bloed neemt in de kieuwen O2 op
en stroomt direct door naar de rest
van het lichaam, waar het O2 afgeeft
en CO2 opneemt.
Het O2-arme bloed stroomt via het
hart weer naar de kieuwen.
De zwembewegingen versnellen de
stroomsnelheid van het bloed.
o Dubbele bloedsomloop (vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën) – bloed gaat per
cyclus 2x door het hart
Bij vogels en zoogdieren zijn de linker- en rechterharthelft volledig
gescheiden door een tussenschot.
Het hart is bij hen een dubbele pomp
De rechterkamer pompt O2-arm bloed via de longslagaders naar de
longe, waar het in de longhaarvaten O2 opneemt en CO2 afgeeft.
, Hoofdstuk 10 – Bloedsomloop
o Het O2-rijke bloed stroomt via de longaders naar de
linkerboezem van het hart.
o Dit is de kleine bloedsomloop
De (extra gespierde) linkerkamer pompt het O2-rijke bloed via de
aorta en de slagaders naar de organen en ledematen waar de O2 naar
de cellen diffundeert.
o Het O2-arme bloed stroomt vervolgens via de aders verder en
komt door een van beide holle aders in de rechterboezem
van het hart.
o Dit is de grote bloedsomloop
Samen vormen de grote en kleine bloedsomloop een dubbele
bloedsomloop
Bloedvaten:
Arterie = slagader
Vene = ader
Capillair = haarvat
Slagaders en aders zijn waterdicht; er gaat niks uit
Capillaire zijn zo lek als een mandje; vocht kan er uit
Verschil tussen slagaders en aders:
Spierwand van slagaders is dikker/sterker dan dat van aders
Slagaders moeten beter bestand zijn tegen bloeddruk dan aders, omdat ze dichter in de
circulatie van het hart dus de bloeddruk is hoger.
10.1 Hart en bloedsomloop
BiNaS Tabel 84 – bloedsomloop
Diastole – het ontspannen van het hart
Systole – het samentrekken van het hart
Functies van bloedsomloop
- Transport van voedingsstoffen en afvalstoffen
- Transport van zuurstof
- Warmteregulatie van organisme
Lichaamstemperatuur = 37.1 graden Celsius
Open circulatiesysteem (bloedsomloop) – schelpdieren, insecten, spinnen
- Systeem met groot bloedvat aan de rugzijde (de hartbuis)
o De hartbuis heeft een aantal gespierde delen (hartkamers) die het bloed pompen,
zonder bloedcellen, naar de kop toe.
Vanaf de kop stroomt het bloed door de
lichaamsholte en omspoelt het de organen
en de weefsels
Door het ritmisch bewegen van de
hartkamers ontstaat er een pomp- en
zuigbeweging die het bloed via de hartbuis
wegpompt en weer aanzuigt via openingetjes
in de hartbuis.
O2-transport gaat niet via het bloed; insecten
nemen O2 op via tracheeën: verstevigde
buisjes gevuld met lucht.
Gesloten bloedsomloop – vissen, vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën
- Systeem waarin het bloed niet uit de bloedvaten komt maar stroomt rond.
o Enkele bloedsomloop (vissen) – bloed gaat per cyclus maar 1x door het hart
Hart heeft maar één boezem en één
kamer
Het bloed neemt in de kieuwen O2 op
en stroomt direct door naar de rest
van het lichaam, waar het O2 afgeeft
en CO2 opneemt.
Het O2-arme bloed stroomt via het
hart weer naar de kieuwen.
De zwembewegingen versnellen de
stroomsnelheid van het bloed.
o Dubbele bloedsomloop (vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën) – bloed gaat per
cyclus 2x door het hart
Bij vogels en zoogdieren zijn de linker- en rechterharthelft volledig
gescheiden door een tussenschot.
Het hart is bij hen een dubbele pomp
De rechterkamer pompt O2-arm bloed via de longslagaders naar de
longe, waar het in de longhaarvaten O2 opneemt en CO2 afgeeft.
, Hoofdstuk 10 – Bloedsomloop
o Het O2-rijke bloed stroomt via de longaders naar de
linkerboezem van het hart.
o Dit is de kleine bloedsomloop
De (extra gespierde) linkerkamer pompt het O2-rijke bloed via de
aorta en de slagaders naar de organen en ledematen waar de O2 naar
de cellen diffundeert.
o Het O2-arme bloed stroomt vervolgens via de aders verder en
komt door een van beide holle aders in de rechterboezem
van het hart.
o Dit is de grote bloedsomloop
Samen vormen de grote en kleine bloedsomloop een dubbele
bloedsomloop
Bloedvaten:
Arterie = slagader
Vene = ader
Capillair = haarvat
Slagaders en aders zijn waterdicht; er gaat niks uit
Capillaire zijn zo lek als een mandje; vocht kan er uit
Verschil tussen slagaders en aders:
Spierwand van slagaders is dikker/sterker dan dat van aders
Slagaders moeten beter bestand zijn tegen bloeddruk dan aders, omdat ze dichter in de
circulatie van het hart dus de bloeddruk is hoger.