Hoofdstuk 12 – regeling intern milieu
12.1 Het inwendige milieu
Regelkringen
Het lichaam heeft een standaard temperatuur van 37.1°C ; de lichaamstemperatuur.
M.b.v. een regelkring voorkomt het lichaam grote afwijkingen van de norm.
De waarde blijft tussen een boven- en een ondergrens.
Homeostase: het in stand houden van een dynamisch evenwicht.
Regelkringen bestaan uit receptoren, een regelkring en effectoren die samen een waarde rond de
ingestelde norm houden. Binas 87B
Wijkt de gemeten waarde af van de ingestelde norm? Dan stuurt het regelcentrum informatie naar
effectoren die de afwijking kunnen corrigeren.
Bijvoorbeeld zweetklieren die meer zweet gaan afgeven en de haarvaten verwijden.
o De respons van de effectoren herstelt de afwijking van de norm: negatieve
terugkoppeling. Bron 1
Temperatuurregulatie
Enzymreacties verlopen het snelste bij de optimumtemperatuur.
Een lagere temperatuur zorgt voor een tragere reactiesnelheid.
Een hogere temperatuur zorgt ervoor dat veel enzymen (eiwitten) denatureren, wat de
reactiesnelheid verlaagd.
De hypothalamus bevat receptoren, de norm, en het regelcentrum van de kerntemperatuur.
De receptoren registeren, aan de hand van de bloedtemperatuur, de kerntemperatuur.
o Binas 88C1 & Binas 87B
De temperatuur in de buitenste lagen van het lichaam, de schiltemperatuur, varieert met de
temperatuur van de omgeving.
De receptoren voor de schiltemperatuur liggen in de huid en in skeletspieren.
o Er zijn aparte temperatuurreceptoren voor warmte en kou.
Bij een te lage kerntemperatuur (onderkoeling, <36°C) werkt het afweersysteem minder goed en
raken de vitale organen verstoord.
Zodra het regelcentrum in de hypothalamus een dalende kerntemperatuur registreert, dan gaan er
signalen naar de effectoren van de kern en schil om de warmteproductie op te voeren.
Je gaat klappertanden en rillen
Kringspieren in slagadertjes naar de huid vernauwen zodat er minder bloed naar de schil
gaat.
Koorts
Bij koorts ril je van de kou en zie je bleek.
Bij koorts verhoogt de hypothalamus de norm voor de lichaamstemperatuur.
o Effectoren gaan aan de slag alsof er onderkoeling dreigt.
o De kerntemperatuur kan oplopen tot 41°C.
Koorts is meestal een reactie van het lichaam op een infectie.
o Een hogere temperatuur stimuleer de productie en afgifte van afweerstoffen.
Een verhoging van de norm voor de kerntemperatuur vindt plaats onder invloed van
cytokinen.
o Cytokinen zijn signaalstoffen.
,Hoofdstuk 12 – regeling intern milieu
o Cytokinen worden geproduceerd door witte bloedcellen bij ontstekingen. Binas 84L2
Inwendig milieu
Niet alleen de lichaamstemperatuur wordt geregeld door een regelkring, maar ook de samenstelling
van bloed, de weefselvloeistof, de lymfe en het cytoplasma: het inwendige milieu van het lichaam.
Het regelcentrum voor de samenstelling van het inwendige milieu bevindt zich ook in de
hypothalamus.
Elke regelkring heeft voor een waarde van het inwendige milieu een eigen norm.
o Voorbeeld: bij transpieren verlies je water met erin opgeloste zouten. Als gevolg
daarvan is er minder uitscheiding van water door de nieren naar het uitwendige
milieu, wat voor meer waterverlies voorkomt.
Inwendig (intern) milieu: geen directe verbinding tussen stof en buitenwereld
Uitwendig (extern) milieu: directe verbinding tussen de stof en buitenwereld zonder enige
belemmering
Tijdens het sporten gebruiken de spieren O 2 en glucose en geven ze CO2 af aan het bloed.
Ook deze verandering in samenstelling van het inwendige milieu vraagt om maatregelen.
o Het voorkomt dat de bloedsuikerspiegel, de pH en het O2-gehalte van het inwendige
milieu tot gevaarlijke waarden dalen.
o Regelcentra in de hersenen nemen samen met het hormoonstelsel passende
maatregelen.
De alvleesklier maakt glucagon.
De lever zet onder invloed van glucagon glycogeen om in glucose.
Door de fysieke inspanning gaan de bijnieren meer adrenaline afgeven aan
het bloed.
Door adrenaline gaat het hart sneller kloppen en gaat ook de
ademfrequentie omhoog.
o Dit geeft extra O2-aanvoer en een grotere afvoer van CO2.
Naast glucose en O2 hebben spieren Ca2+ nodig.
Bij een tekort aan Ca2+ regelt het parathormoon (PTH) uit de bijschildklier de afgifte van Ca2+
uit je skelet naar het bloed toe en vermindert het de calciumopslag in je botten. Binas 89A
o De darmen nemen extra Ca2+ op uit het voedsel en de uitscheiding van Ca 2+ door de
nieren daalt.
Als de normwaarde is bereikt, dan treedt door negatieve terugkoppeling afname van de getroffen
maatregelen op: het inwendige milieu is weer in evenwicht.
Kerntemperatuur -> Temperatuur van de inwendige organen
Schiltemperatuur -> schil is uitwendig; huid.
, Hoofdstuk 12 – regeling intern milieu
12.2 Processen in de lever
Functies van de lever
De osmotische waarde is de hoeveelheid opgeloste deeltjes in een vloeistof.
Een te hoge osmotische waarde in je bloed ontregelt de cellen.
Een lever weegt zo’n 1,5kg en ligt rechtsboven in de buik. Binas 82C & Binas 84A
In de lever vinden zo’n 600 verschillende processen plaats.
o Bij de meeste processen ontstaat veel warmte; de lever is voor je lichaam de
belangrijkste verwarmingsbron.
De lever is sterk doorbloed, per minuut komt er 0,3 L bloed binnen vanuit de leverslagader en
1 L vanuit de poortader. Binas 84A
o De samenstelling van het bloed in de poortader varieert sterk
Linker- en rechterkwab
o Onderverdeeld in 8 segmenten
Elk leversegment heeft een eigen bloedvat
30% van de lever is voldoende om alle functies voldoende te kunnen uitvoeren
Zeer hoog regeneratief vermogen
De functies van de lever
Ontgiften (detoxificatie) van schadelijke stoffen, zoals alcohol maar ook medicijnen
o Levercellen breken giftige stoffen af: detoxificatie.
De levercellen zetten eerst alcohol (ethanol) met behulp van het enzym
alcoholdehydrogenase om in het (ook giftige) ethanal (acetaldehyde).
Hierna zet alcoholdehydrogenase het ethanal om in niet-giftige
azijnzuur.
Levercellen kunnen ethanal ook omzetten in glucose en vet. Bij
regelmatig alcoholgebruik leidt dit tot leververvetting.
Herhaling van overmatig alcoholgebruik doodt het leverweefsel.
Bindweefsel vervangt de dode levercellen: de levercirrose.
Opslag van reserve stoffen / bloedopslag
o Opslag van ijzer, glycogeen, vitaminen A, D, B12 en K, mineralen zoals Cu
Productie van gal
o De levercellen produceren voor de vetvertering ongeveer 0,5 L gal per dag, die de
lever afvoert via de galgang.
o Gal heeft functie bij verteren van vet.
Bloed leveren
o De lever werkt als bloeddepot dat bij grote inspanning extra bloed voor O 2- of
brandstoftransport in omloop kan brengen.
Afbraak rode bloedcellen
o Opslag van ijzer uit hemoglobine in de vorm van ijzerbindende eiwit ferritine vindt
plaats in de lever, de milt en het rode beenmerg. Binas 67I
Uit Hb onstaat de afvalstof biliverdine. De lever verwerkt deze stof tot de gele
galkleurstof bilirubine en scheidt deze voornamelijk uit via de gal en ook (via
het bloed) in de urine.
Hemoglobine -> heem -> Fe2+ -> ferritine (Fe3+)
-> biliverdine -> bilirubine
Koolhydraatstofwisseling
Vetstofwisseling
Eiwitstofwisseling
Als iemand bloedarmoede heeft, dan heeft deze persoon niet genoeg ferritine.
12.1 Het inwendige milieu
Regelkringen
Het lichaam heeft een standaard temperatuur van 37.1°C ; de lichaamstemperatuur.
M.b.v. een regelkring voorkomt het lichaam grote afwijkingen van de norm.
De waarde blijft tussen een boven- en een ondergrens.
Homeostase: het in stand houden van een dynamisch evenwicht.
Regelkringen bestaan uit receptoren, een regelkring en effectoren die samen een waarde rond de
ingestelde norm houden. Binas 87B
Wijkt de gemeten waarde af van de ingestelde norm? Dan stuurt het regelcentrum informatie naar
effectoren die de afwijking kunnen corrigeren.
Bijvoorbeeld zweetklieren die meer zweet gaan afgeven en de haarvaten verwijden.
o De respons van de effectoren herstelt de afwijking van de norm: negatieve
terugkoppeling. Bron 1
Temperatuurregulatie
Enzymreacties verlopen het snelste bij de optimumtemperatuur.
Een lagere temperatuur zorgt voor een tragere reactiesnelheid.
Een hogere temperatuur zorgt ervoor dat veel enzymen (eiwitten) denatureren, wat de
reactiesnelheid verlaagd.
De hypothalamus bevat receptoren, de norm, en het regelcentrum van de kerntemperatuur.
De receptoren registeren, aan de hand van de bloedtemperatuur, de kerntemperatuur.
o Binas 88C1 & Binas 87B
De temperatuur in de buitenste lagen van het lichaam, de schiltemperatuur, varieert met de
temperatuur van de omgeving.
De receptoren voor de schiltemperatuur liggen in de huid en in skeletspieren.
o Er zijn aparte temperatuurreceptoren voor warmte en kou.
Bij een te lage kerntemperatuur (onderkoeling, <36°C) werkt het afweersysteem minder goed en
raken de vitale organen verstoord.
Zodra het regelcentrum in de hypothalamus een dalende kerntemperatuur registreert, dan gaan er
signalen naar de effectoren van de kern en schil om de warmteproductie op te voeren.
Je gaat klappertanden en rillen
Kringspieren in slagadertjes naar de huid vernauwen zodat er minder bloed naar de schil
gaat.
Koorts
Bij koorts ril je van de kou en zie je bleek.
Bij koorts verhoogt de hypothalamus de norm voor de lichaamstemperatuur.
o Effectoren gaan aan de slag alsof er onderkoeling dreigt.
o De kerntemperatuur kan oplopen tot 41°C.
Koorts is meestal een reactie van het lichaam op een infectie.
o Een hogere temperatuur stimuleer de productie en afgifte van afweerstoffen.
Een verhoging van de norm voor de kerntemperatuur vindt plaats onder invloed van
cytokinen.
o Cytokinen zijn signaalstoffen.
,Hoofdstuk 12 – regeling intern milieu
o Cytokinen worden geproduceerd door witte bloedcellen bij ontstekingen. Binas 84L2
Inwendig milieu
Niet alleen de lichaamstemperatuur wordt geregeld door een regelkring, maar ook de samenstelling
van bloed, de weefselvloeistof, de lymfe en het cytoplasma: het inwendige milieu van het lichaam.
Het regelcentrum voor de samenstelling van het inwendige milieu bevindt zich ook in de
hypothalamus.
Elke regelkring heeft voor een waarde van het inwendige milieu een eigen norm.
o Voorbeeld: bij transpieren verlies je water met erin opgeloste zouten. Als gevolg
daarvan is er minder uitscheiding van water door de nieren naar het uitwendige
milieu, wat voor meer waterverlies voorkomt.
Inwendig (intern) milieu: geen directe verbinding tussen stof en buitenwereld
Uitwendig (extern) milieu: directe verbinding tussen de stof en buitenwereld zonder enige
belemmering
Tijdens het sporten gebruiken de spieren O 2 en glucose en geven ze CO2 af aan het bloed.
Ook deze verandering in samenstelling van het inwendige milieu vraagt om maatregelen.
o Het voorkomt dat de bloedsuikerspiegel, de pH en het O2-gehalte van het inwendige
milieu tot gevaarlijke waarden dalen.
o Regelcentra in de hersenen nemen samen met het hormoonstelsel passende
maatregelen.
De alvleesklier maakt glucagon.
De lever zet onder invloed van glucagon glycogeen om in glucose.
Door de fysieke inspanning gaan de bijnieren meer adrenaline afgeven aan
het bloed.
Door adrenaline gaat het hart sneller kloppen en gaat ook de
ademfrequentie omhoog.
o Dit geeft extra O2-aanvoer en een grotere afvoer van CO2.
Naast glucose en O2 hebben spieren Ca2+ nodig.
Bij een tekort aan Ca2+ regelt het parathormoon (PTH) uit de bijschildklier de afgifte van Ca2+
uit je skelet naar het bloed toe en vermindert het de calciumopslag in je botten. Binas 89A
o De darmen nemen extra Ca2+ op uit het voedsel en de uitscheiding van Ca 2+ door de
nieren daalt.
Als de normwaarde is bereikt, dan treedt door negatieve terugkoppeling afname van de getroffen
maatregelen op: het inwendige milieu is weer in evenwicht.
Kerntemperatuur -> Temperatuur van de inwendige organen
Schiltemperatuur -> schil is uitwendig; huid.
, Hoofdstuk 12 – regeling intern milieu
12.2 Processen in de lever
Functies van de lever
De osmotische waarde is de hoeveelheid opgeloste deeltjes in een vloeistof.
Een te hoge osmotische waarde in je bloed ontregelt de cellen.
Een lever weegt zo’n 1,5kg en ligt rechtsboven in de buik. Binas 82C & Binas 84A
In de lever vinden zo’n 600 verschillende processen plaats.
o Bij de meeste processen ontstaat veel warmte; de lever is voor je lichaam de
belangrijkste verwarmingsbron.
De lever is sterk doorbloed, per minuut komt er 0,3 L bloed binnen vanuit de leverslagader en
1 L vanuit de poortader. Binas 84A
o De samenstelling van het bloed in de poortader varieert sterk
Linker- en rechterkwab
o Onderverdeeld in 8 segmenten
Elk leversegment heeft een eigen bloedvat
30% van de lever is voldoende om alle functies voldoende te kunnen uitvoeren
Zeer hoog regeneratief vermogen
De functies van de lever
Ontgiften (detoxificatie) van schadelijke stoffen, zoals alcohol maar ook medicijnen
o Levercellen breken giftige stoffen af: detoxificatie.
De levercellen zetten eerst alcohol (ethanol) met behulp van het enzym
alcoholdehydrogenase om in het (ook giftige) ethanal (acetaldehyde).
Hierna zet alcoholdehydrogenase het ethanal om in niet-giftige
azijnzuur.
Levercellen kunnen ethanal ook omzetten in glucose en vet. Bij
regelmatig alcoholgebruik leidt dit tot leververvetting.
Herhaling van overmatig alcoholgebruik doodt het leverweefsel.
Bindweefsel vervangt de dode levercellen: de levercirrose.
Opslag van reserve stoffen / bloedopslag
o Opslag van ijzer, glycogeen, vitaminen A, D, B12 en K, mineralen zoals Cu
Productie van gal
o De levercellen produceren voor de vetvertering ongeveer 0,5 L gal per dag, die de
lever afvoert via de galgang.
o Gal heeft functie bij verteren van vet.
Bloed leveren
o De lever werkt als bloeddepot dat bij grote inspanning extra bloed voor O 2- of
brandstoftransport in omloop kan brengen.
Afbraak rode bloedcellen
o Opslag van ijzer uit hemoglobine in de vorm van ijzerbindende eiwit ferritine vindt
plaats in de lever, de milt en het rode beenmerg. Binas 67I
Uit Hb onstaat de afvalstof biliverdine. De lever verwerkt deze stof tot de gele
galkleurstof bilirubine en scheidt deze voornamelijk uit via de gal en ook (via
het bloed) in de urine.
Hemoglobine -> heem -> Fe2+ -> ferritine (Fe3+)
-> biliverdine -> bilirubine
Koolhydraatstofwisseling
Vetstofwisseling
Eiwitstofwisseling
Als iemand bloedarmoede heeft, dan heeft deze persoon niet genoeg ferritine.