Just-world victimology: Revisiting Lerner in the study of victims of
crime
Just world theory:
Ontwikkeld door Melvin Lerner
De theorie stelt dat mensen sterk geneigd zijn te geloven dat de
wereld rechtvaardig is: goede dingen overkomen goede mensen en
slechte dingen slechte mensen.
o Dit geloof is diep verankerd en blijft bestaan, zelfs wanneer
bewijs het tegendeel laat zien = fundamentele illusie.
Wanneer mensen geconfronteerd worden met duidelijke
onrechtvaardigheid, word dit rechtvaardigheidsmotief bedreigd. Om hun
geloof in een rechtvaardige wereld te behouden, gebruiken mensen
verschillende strategieën.
Deze theorie heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van
victimologie en met name voor verklaren van victim blaming: het
idee dat slachtoffers (gedeeltelijk) zelf verantwoordelijk zijn voor wat
hen is overkomen.
Lerners ideeën spelen ook een rol in Janoff-Bulmans theorie van shattered
assumptions:
Deze theorie stelt dat slachtofferschap bestaande overtuigingen
over een rechtvaardige en voorspelbare wereld ondermijnt, wat leidt
tot verlies van controle en voorspelbaarheid.
o Dit proces hangt samen met het ontstaan van PTSS een
verminderd gevoel van controle en het idee dat de wereld
onrechtvaardig is, blijven centrale elementen in PTSS-
theorieën.
Het geloof in een rechtvaardige wereld kent twee benaderingen:
1. Als een individuele overtuiging (expliciet geloof)
2. Als een impliciet motief dat gedrag stuurt, ook wanneer mensen dit
geloof niet bewust onderschrijven
Het rechtvaardigheidsmotief is vaak onbewust en komt niet altijd overeen
met wat mensen expliciet rapporteren.
Functies van het rechtvaardigheidsmotief:
Het motief helpt mensen te investeren in langetermijndoelen,
volgens maatschappelijke regels van verdienste
Het draagt bij aan welzijn, vooral bij negatieve gebeurtenissen
Hoe groter de onrechtvaardigheid, hoe sterker de noodzaak om dit
motief te beschermen
o Onschuldige slachtoffers en aanhoudend lijden vormen een
grote bedreiging voor dit geloof, wat paradoxaal genoeg kan
leidden tot minder empathie en meer negatieve reacties
tegenover slachtoffers.
Slachtoffergerichte strategieën bij onrecht (Lerner):
, 1. Rationele strategieën:
a. Acceptatie van onrecht en pogingen tot preventie of
compensatie
b. Wanneer compensatie niet mogelijk is, neemt de kans op
negatieve oordelen over het slachtoffer toe
2. Irrationele strategieën:
a. Herverdeling van oorzaak: slachtoffer wordt (deels)
verantwoordelijk gehouden (victim blaming)
b. Herverdeling van kenmerken: negatieve beoordeling van
karakter of uiterlijk van het slachtoffer, inclusief
ontmenselijking in intergroepscontexten
c. Herverdeling van uitkomst: het lijden wordt gebagatelliseerd of
positief hergewaardeerd (‘het heeft je sterker gemaakt’)
3. Beschermende strategieën:
a. Ontkenning en terugtrekking: vermijden van confrontatie met
onrecht
b. Psychologische distantie: het slachtoffer als ‘anders’ zien,
zodat het onrecht niet als bedreigend voel
c. Two-world theory: ‘onze wereld is rechtvaardig, die van hen
niet’
d. Morele uitsluiting: slachtoffers of groepen worden buiten de
morele gemeenschap geplaatst
e. Ultimate justice: geloof dat rechtvaardigheid uiteindelijk zal
zegevieren
f. Voorlaatste verdediging: doen alsof men niet in een
rechtvaardige wereld gelooft
Dadergerichte strategieën:
Straf wordt vooral opgelegd vanuit het idee van just deserts
(vergelding): daders krijgen wat ze verdienen, proportioneel aan de
morele ernst van het vergrijp, niet primair gericht om preventieve
redenen. Ernst van de normschending weegt zwaarder dan de
omvang van de schade
Een alternatief is waarde restauratie: de dader herstelt de schade en
bevestigt gedeelde waarden (restorative justice)
o Bij lichte delicten volstaat dit vaak
o Bij zware delicten is waarde restauratie alleen acceptabel in
combinatie met vergelding
Deze strategie vooral van toepassing wanneer dader en slachtoffer
tot dezelfde groep behoren
Bij ernstige misdrijven treedt vaak distantiering en demonisering van
de dader op, wat het geloof in een rechtvaardige wereld beschermd
door kwaad te lokaliseren bij ‘anderen’ en hen te ontmenselijken.
Over het algemeen: mensen zijn eerder geneigd daders te straffen dan
slachtoffers te compenseren.
Toenemende ernst vergroot de strafbehoefte, maar maakt omgang
met slachtoffers psychologisch moeilijker, wat juist leidt tot meer
victim blaming, derogatie of afstand.
, Het ‘ideale’ slachtoffer:
Nils Christie introduceerde het begrip ‘ideaal slachtoffer’: iemand die
zwak is t.o.v. de dader, een legitieme alledaagse bezigheid
uitvoerde, onschuldig is, de dader niet kent en waarbij de dader
duidelijk groot en slecht is. zulke slachtoffers krijgen het
makkelijkste de volledige, legitieme slachtofferstatus en worden
gezien als ‘deserving victims’ die veel sympathie oproepen
Christie bekritiseerde dit stereotype omdat het vaak niet past bij de
werkelijkheid: veel slachtoffers voldoen niet aan dit beeld.
Daarnaast zou de nadruk op ideale slachtoffers negatieve gevolgen
hebben voor hoe daders worden gezien, mede door media en
populistische campagnes voor zwaardere straffen: daders worden
sneller als onmiskenbaar slecht gezien, wat zou bijdragen aan een
punitieve wending en druk op rechten van verdachten en daders.
De just-world theory legt twee problemen bloot:
1. Ideale slachtoffers zijn vanuit het rechtvaardigheidsmotief juist niet
‘ideaal’:
a. Zij vormen een sterke bedreiging voor het geloof dat goede
mensen geen slechte dingen overkomt. Observers hebben
vaak de neiging om alsnog gedrag en karakter van slachtoffers
te beoordelen om mogelijke schuld te vinden.
b. Voortdurend lijden leidt niet tot blijvende steun steun kan
eerder afnemen en plaatsmaken voor afstand
c. Secundaire victimisatie en blaming door autoriteiten komen
ook voor bij slachtoffers die juist als ‘ideaal’ gelden, zoals
nabestaanden/ co-slachtoffers van moord
2. De veronderstelde invloed van het ideale slachtoffer op het
daderbeeld wringt met just-world bevindingen:
a. De reactie op daders (straf) is vaak dominant bij het omgaan
met bedreigingen voor het rechtvaardigheidsmotief.
b. In gevallen met ‘ideale slachtoffers’ kan een zware
vergeldingsreactie samengaan met victim blaming en
derogatie.
The Myth of Pure Evil en demonisering van de dader:
‘Myth of Pure Evil’: de dader brengt opzettelijk ernstige schade toe,
vooral uit het verlangen om te schaden, kwaad is een stabiele
eigenschap van de dader, de dader is ‘de ander’, en het slachtoffer
is goed en onschuldig
Dit past beter bij just-world theory: het idealiseren van het
slachtoffer is onderdeel van een beschermende, dadergerichte
strategie om de rechtvaardige wereld te beschermen, namelijk
demonisering van de dader
Het rechtvaardigheidsmotief in herstelrecht:
Herstelrecht kent ook een eigen ‘ideaal slachtoffer’.
crime
Just world theory:
Ontwikkeld door Melvin Lerner
De theorie stelt dat mensen sterk geneigd zijn te geloven dat de
wereld rechtvaardig is: goede dingen overkomen goede mensen en
slechte dingen slechte mensen.
o Dit geloof is diep verankerd en blijft bestaan, zelfs wanneer
bewijs het tegendeel laat zien = fundamentele illusie.
Wanneer mensen geconfronteerd worden met duidelijke
onrechtvaardigheid, word dit rechtvaardigheidsmotief bedreigd. Om hun
geloof in een rechtvaardige wereld te behouden, gebruiken mensen
verschillende strategieën.
Deze theorie heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van
victimologie en met name voor verklaren van victim blaming: het
idee dat slachtoffers (gedeeltelijk) zelf verantwoordelijk zijn voor wat
hen is overkomen.
Lerners ideeën spelen ook een rol in Janoff-Bulmans theorie van shattered
assumptions:
Deze theorie stelt dat slachtofferschap bestaande overtuigingen
over een rechtvaardige en voorspelbare wereld ondermijnt, wat leidt
tot verlies van controle en voorspelbaarheid.
o Dit proces hangt samen met het ontstaan van PTSS een
verminderd gevoel van controle en het idee dat de wereld
onrechtvaardig is, blijven centrale elementen in PTSS-
theorieën.
Het geloof in een rechtvaardige wereld kent twee benaderingen:
1. Als een individuele overtuiging (expliciet geloof)
2. Als een impliciet motief dat gedrag stuurt, ook wanneer mensen dit
geloof niet bewust onderschrijven
Het rechtvaardigheidsmotief is vaak onbewust en komt niet altijd overeen
met wat mensen expliciet rapporteren.
Functies van het rechtvaardigheidsmotief:
Het motief helpt mensen te investeren in langetermijndoelen,
volgens maatschappelijke regels van verdienste
Het draagt bij aan welzijn, vooral bij negatieve gebeurtenissen
Hoe groter de onrechtvaardigheid, hoe sterker de noodzaak om dit
motief te beschermen
o Onschuldige slachtoffers en aanhoudend lijden vormen een
grote bedreiging voor dit geloof, wat paradoxaal genoeg kan
leidden tot minder empathie en meer negatieve reacties
tegenover slachtoffers.
Slachtoffergerichte strategieën bij onrecht (Lerner):
, 1. Rationele strategieën:
a. Acceptatie van onrecht en pogingen tot preventie of
compensatie
b. Wanneer compensatie niet mogelijk is, neemt de kans op
negatieve oordelen over het slachtoffer toe
2. Irrationele strategieën:
a. Herverdeling van oorzaak: slachtoffer wordt (deels)
verantwoordelijk gehouden (victim blaming)
b. Herverdeling van kenmerken: negatieve beoordeling van
karakter of uiterlijk van het slachtoffer, inclusief
ontmenselijking in intergroepscontexten
c. Herverdeling van uitkomst: het lijden wordt gebagatelliseerd of
positief hergewaardeerd (‘het heeft je sterker gemaakt’)
3. Beschermende strategieën:
a. Ontkenning en terugtrekking: vermijden van confrontatie met
onrecht
b. Psychologische distantie: het slachtoffer als ‘anders’ zien,
zodat het onrecht niet als bedreigend voel
c. Two-world theory: ‘onze wereld is rechtvaardig, die van hen
niet’
d. Morele uitsluiting: slachtoffers of groepen worden buiten de
morele gemeenschap geplaatst
e. Ultimate justice: geloof dat rechtvaardigheid uiteindelijk zal
zegevieren
f. Voorlaatste verdediging: doen alsof men niet in een
rechtvaardige wereld gelooft
Dadergerichte strategieën:
Straf wordt vooral opgelegd vanuit het idee van just deserts
(vergelding): daders krijgen wat ze verdienen, proportioneel aan de
morele ernst van het vergrijp, niet primair gericht om preventieve
redenen. Ernst van de normschending weegt zwaarder dan de
omvang van de schade
Een alternatief is waarde restauratie: de dader herstelt de schade en
bevestigt gedeelde waarden (restorative justice)
o Bij lichte delicten volstaat dit vaak
o Bij zware delicten is waarde restauratie alleen acceptabel in
combinatie met vergelding
Deze strategie vooral van toepassing wanneer dader en slachtoffer
tot dezelfde groep behoren
Bij ernstige misdrijven treedt vaak distantiering en demonisering van
de dader op, wat het geloof in een rechtvaardige wereld beschermd
door kwaad te lokaliseren bij ‘anderen’ en hen te ontmenselijken.
Over het algemeen: mensen zijn eerder geneigd daders te straffen dan
slachtoffers te compenseren.
Toenemende ernst vergroot de strafbehoefte, maar maakt omgang
met slachtoffers psychologisch moeilijker, wat juist leidt tot meer
victim blaming, derogatie of afstand.
, Het ‘ideale’ slachtoffer:
Nils Christie introduceerde het begrip ‘ideaal slachtoffer’: iemand die
zwak is t.o.v. de dader, een legitieme alledaagse bezigheid
uitvoerde, onschuldig is, de dader niet kent en waarbij de dader
duidelijk groot en slecht is. zulke slachtoffers krijgen het
makkelijkste de volledige, legitieme slachtofferstatus en worden
gezien als ‘deserving victims’ die veel sympathie oproepen
Christie bekritiseerde dit stereotype omdat het vaak niet past bij de
werkelijkheid: veel slachtoffers voldoen niet aan dit beeld.
Daarnaast zou de nadruk op ideale slachtoffers negatieve gevolgen
hebben voor hoe daders worden gezien, mede door media en
populistische campagnes voor zwaardere straffen: daders worden
sneller als onmiskenbaar slecht gezien, wat zou bijdragen aan een
punitieve wending en druk op rechten van verdachten en daders.
De just-world theory legt twee problemen bloot:
1. Ideale slachtoffers zijn vanuit het rechtvaardigheidsmotief juist niet
‘ideaal’:
a. Zij vormen een sterke bedreiging voor het geloof dat goede
mensen geen slechte dingen overkomt. Observers hebben
vaak de neiging om alsnog gedrag en karakter van slachtoffers
te beoordelen om mogelijke schuld te vinden.
b. Voortdurend lijden leidt niet tot blijvende steun steun kan
eerder afnemen en plaatsmaken voor afstand
c. Secundaire victimisatie en blaming door autoriteiten komen
ook voor bij slachtoffers die juist als ‘ideaal’ gelden, zoals
nabestaanden/ co-slachtoffers van moord
2. De veronderstelde invloed van het ideale slachtoffer op het
daderbeeld wringt met just-world bevindingen:
a. De reactie op daders (straf) is vaak dominant bij het omgaan
met bedreigingen voor het rechtvaardigheidsmotief.
b. In gevallen met ‘ideale slachtoffers’ kan een zware
vergeldingsreactie samengaan met victim blaming en
derogatie.
The Myth of Pure Evil en demonisering van de dader:
‘Myth of Pure Evil’: de dader brengt opzettelijk ernstige schade toe,
vooral uit het verlangen om te schaden, kwaad is een stabiele
eigenschap van de dader, de dader is ‘de ander’, en het slachtoffer
is goed en onschuldig
Dit past beter bij just-world theory: het idealiseren van het
slachtoffer is onderdeel van een beschermende, dadergerichte
strategie om de rechtvaardige wereld te beschermen, namelijk
demonisering van de dader
Het rechtvaardigheidsmotief in herstelrecht:
Herstelrecht kent ook een eigen ‘ideaal slachtoffer’.