Hoorcollege 1: Algemene inleiding
Complexe en niet complexe vaardigheden gaan niet per se over een verschil in
moeilijkheid. Het gaat er meer over dat je bij een complexe vaardigheid
meerdere dingen tegelijkertijd moet kunnen. Een voorbeeld van een complexe
vaardigheid is leidinggeven in de supermarkt. Kortom; het is niet een lijstje van
losse vaardigheden die iemand moet kunnen, maar het zijn geïntegreerde
vaardigheden die tegelijkertijd gedaan moeten worden. Dit moet vaak onder
tijdsdruk en is elke dag nét een beetje anders.
Complexe vaardigheid: Integratie van kennis, vaardigheden en attitude. Die
verschillende deelvaardigheden moet je kunnen coördineren. Niet complexe
vaardigheden zijn eenvoudig, vaak op routine. Het verschil zit niet in niveau of
opleiding, maar in de aard van het handelen. Bij verandering van de taak kan een
niet-complexe vaardigheid een complexe worden, namelijk als er meer bij komt
kijken.
Belangrijk bij het aanleren van vaardigheden is dat de transfer van leersituatie
naar het werk zo klein als mogelijk is.
Hoe ontwerp je onderwijs voor een vaardigheid waarbij alles tegelijk gebeurt…
- Zonder het leren te fragmenteren (ophakken in kleine stukjes)
- Zonder te veel de focus op ofwel kennis, vaardigheid of attitude te leggen
(compartimentalisatie)
- Zodat transfer naar de (veranderlijke) werkelijkheid optimaal is (transfer
paradox)
4C/ID = four components of instructional design
Het uitgangspunt is de hele taakbenadering, tegengaan van
compartimentralisatie, fragmentatie en focus op het bevorderen van transfer. Dit
is heel anders dan ‘standaard’ instructie vaak is. Het Ten steps model is een
praktische uitwerking en vereenvoudiging van 4C/ID.
De vier componenten zijn:
- Leertaken
- Ondersteunende informatie
- Procedurele informatie
- Deeltaakoefening
,Het model start bij het ontwerpen, niet bij analyseren. Zij gaan er dus vanuit dat
je al weet wat je gaat doen. Analyseren kan je dan ook stap 0 noemen. Ook
motivatie zit niet in het model. Deze gaat er vanuit dat de lerende gemotiveerd
is.
De stappen van het 4C/ID
model:
Leertaken:
Stap 1 Leertaken ontwerpen:
Het ontwerpen van leertaken
vormt de kern van het
trainingsplan. Voor elke
taakklasse creëren ontwerpers
leertaken die leerlingen
verschillende oefeningen bieden
met de volledige taak op een
bepaald complexiteitsniveau
totdat ze deze taken zelfstandig
kunnen uitvoeren volgens vooraf
vastgestelde normen. Daarna
gaan ze door naar de volgende,
complexere leertaak.
Dit zijn de bolletjes in het model. De driehoekjes in de cirkel staan voor de
variatie binnen de leertaken. Elke leertaak is en moet anders zijn dan de vorige.
Dit zorgt voor maximale leerbelasting. Het ‘water’ in de cirkel, staat voor de
ondersteuning die de lerende krijgt.
Stap 2 Ontwerpen van prestatiebeoordeling: Het gaat hier om het
ontwikkelen van assessment instrumenten. Je moet de vaardigheid dus al
duidelijk hebben.Je gaat in deze stap bedenken wat iemand van de complexe
vaardigheid moet kunnen aan het einde van een leertaak en binnen een
taakklasse.
Stap 3 Orden leertaken: Taakklassen zijn een bundel van verschillende
leertaken. Meestal zijn dat er minimaal 2 of 3, Het kunnen er ook veel meer zijn.
Binnen deze stap rangschik je leertaken van eenvoudig naar complex, met
geleidelijke afbouw van ondersteuning. Kortom; Makkelijkere leertaken doe je in
het begin. Wanneer iemand dat niveau beheerst (rustige dienst), dan kan je de
gehele leertaak moeilijker maken (crisisdienst).
Ondersteunende informatie:
Stap 4 Ontwerp ondersteunende informatie: Het ontwerpen van
ondersteunende informatie heeft betrekking op alle informatie die leerlingen kan
helpen bij het uitvoeren van de probleemoplossende, redenerende en
besluitvormingsaspecten (d.w.z. niet routinemachtig) van de leertaken binnen
een bepaalde taakklasse. In het model is dit de L-vormige shape onder de
bolletjes. Je zorgt ervoor dat het ondersteunende materiaal beschikbaar is terwijl
iemand iets uitvoert, maar ook voorafgaand aan de leertaak.
Wanneer er al bruikbare ondersteunende materialen beschikbaar zijn, kan stap 4
zich enkel beperken tot het ordenen van dit materiaal en deze koppelen aan
leertaken. Stap 5 en 6 kunnen dan worden overgeslagen.
, Stap 5 Analyseer cognitieve strategieën: Welke denkstrategieën hebben
studenten nodig om taken goed uit te voeren?
Stap 6: Analyseer mentale modellen: Welke begripsstructuren moeten
studenten ontwikkelen om situaties te begrijpen en te interpreteren?
Procedurele informatie
Stap 7 Ontwerp procedurele informatie: Het ontwerp van procedurele
informatie heeft betrekking op alle informatie die precies aangeeft hoe de
routinematige (d.w.z. terugkerende) aspecten van de leertaken moeten worden
uitgevoerd. Procedurele informatie zijn in het model de zwarte pijltjes onder de
bolletjes. Kortom; Dat is informatie die je tijdens de uitvoering van de opdracht
krijgt. Je bent bezig, je voert een handeling uit en op dát moment heb je die
betreffende informatie nodig.
Wanneer er al bruikbare procedurele materialen beschikbaar zijn, kan stap 7 zich
beperken aan deze materialen updaten en deze linken aan de juiste leertaak.
Stap 8 en 9 kunnen dan worden overgeslagen.
Stap 8 Analyseer cognitieve regels: Welke als-dan-regels sturen correct
handelen?
Stap 9 Analyseer vereiste voorkennis: Welke kennis of vaardigheden moeten
studenten al beheersen voordat ze taken kunnen uitvoeren?
Deelvaardigheidsoefening
Stap 10 Ontwerp oefeningen voor deelvaardigheden: Gerichte oefening
van kritieke vaardigheden die geautomatiseerd moeten worden
Kenmerken ten steps aanpak:
- Iteraties ‘rapid prototyping’
- Stappen zijn niet écht stappen. Sommige stappen zijn noodzakelijk, andere
kan je overslaan wanneer de situatie daar niet om vraagt. Noodzakelijke en
optionele stappen; ‘layers of necessity’
- Zigzag-ontwerp: In de praktijk werk je zelden stap 1 tot en met 10 af
Conclusies:
- Complexe vaardigheden leren: Hele taakbenadering staat centraal
- Vier noodzakelijke componenten, tien stappen
- Leren volgens ten steps: niet per se efficiënt, wel ‘optimaal’
- Gebaseerd op cognitieve psychologie
Hoorcollege 2: Vooronderzoek en vaardigheden hiërarchie
Realistische taken zijn authentieke leertaken die voortkomen uit de praktijk.
- Geen eenduidige oplossing, geen helder doel
- Handelen met incomplete informatie
- Zo gecompliceerd dat samenwerking essentieel is
Real-life leren met simulaties
Taken uitvoeren in een gesimuleerde omgeving
Getrouwheid van simulatie:
- Psychologisch (heb je ook het gevoel dat je ergens écht mee bezig bent)