Hoofdstuk 3 paragraaf 5 begrippen
Een kilowattuurmeter houdt bij hoeveel elektrische energie er gebruikt wordt.
Met de hoofdschakelaar kan je de spanning in het hele huis uitschakelen.
Met de groepsschakelaar kan je de spanning van een groep uitschakelen.
Overbelasting is als door een groep te veel stroom loopt.
Een zekering schakelt de stroom in een groep uit (elke groep heeft een eigen zekering).
Kortsluiting is dat de stroom zonder weerstand van de ene naar de andere pool kan stromen.
Als de stroom te sterk wordt, schakelt de zekering de groep uit.
De hoofdzekering kan de stroom van het hele huis uitschakelen.
Een smeltzekering is een zekering in een oude meterkast die door te smelten de groep
uitschakelt. Dit wordt ook wel een stop genoemd.
Moderne installaties hebben automatische zekeringen die de groep uitschakelen bij te veel
stroom.
De aardlekschakelaar controleert of er evenveel stroom het huis ingaat en er ook weer
uitgaat. Als het niet in evenwicht is en het verschil groter is dan 30 mA, dan schakelt de
aardlekschakelaar de stroom in het hele huis uit.
In stopcontacten zit een randaarde. Die verbindt het apparaat met de aarde via een extra
draad. Als een apparaat niet in zo een stopcontact past, mag het apparaat daar niet gebruikt
worden omdat hij geen aardverbinding heet.
Dit is niet nodig voor apparaten met dubbele isolatie, die zijn van isolerende kunststof en
past in alle stopcontacten.
Een kilowattuurmeter houdt bij hoeveel elektrische energie er gebruikt wordt.
Met de hoofdschakelaar kan je de spanning in het hele huis uitschakelen.
Met de groepsschakelaar kan je de spanning van een groep uitschakelen.
Overbelasting is als door een groep te veel stroom loopt.
Een zekering schakelt de stroom in een groep uit (elke groep heeft een eigen zekering).
Kortsluiting is dat de stroom zonder weerstand van de ene naar de andere pool kan stromen.
Als de stroom te sterk wordt, schakelt de zekering de groep uit.
De hoofdzekering kan de stroom van het hele huis uitschakelen.
Een smeltzekering is een zekering in een oude meterkast die door te smelten de groep
uitschakelt. Dit wordt ook wel een stop genoemd.
Moderne installaties hebben automatische zekeringen die de groep uitschakelen bij te veel
stroom.
De aardlekschakelaar controleert of er evenveel stroom het huis ingaat en er ook weer
uitgaat. Als het niet in evenwicht is en het verschil groter is dan 30 mA, dan schakelt de
aardlekschakelaar de stroom in het hele huis uit.
In stopcontacten zit een randaarde. Die verbindt het apparaat met de aarde via een extra
draad. Als een apparaat niet in zo een stopcontact past, mag het apparaat daar niet gebruikt
worden omdat hij geen aardverbinding heet.
Dit is niet nodig voor apparaten met dubbele isolatie, die zijn van isolerende kunststof en
past in alle stopcontacten.