Colleges
K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?
Nagaan wat belangrijke biologische, psychologische en sociale gevolgen van veroudering zijn.
K | C2 | Gezondheid, kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop
Analyseren hoe gezondheid, kwetsbaarheid en welbevinden samenhangen.
- Gezondheid, kwetsbaarheid en welzijn zijn sterk met elkaar verbonden en ontwikkelen zich
gedurende de levensloop door een wisselwerking tussen:
• Biologische processen
• Psychologische factoren
• Sociale en fysieke omgeving
- Gezondheid als ontwikkelingsproces
• Gezondheid is een dynamisch en cumulatief proces dat al voor de geboorte begint en
het hele leven doorgaat
• Vroege ervaringen (bijv. stress, voeding, armoede) kunnen langdurige effecten
hebben
- Kwetsbaarheid:
• Een proces van het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en sociale tekorten
dat de kans op negatieve gezondheidsuitkomsten vergroot
• Kwetsbaarheid ontstaat vaak door verlies van hulpbronnen
- Hulpbronnen spelen een centrale rol:
• Interne hulpbronnen: vaardigheden, persoonlijkheid, fysieke capaciteit
• Externe hulpbronnen: sociaal netwerk, financiële middelen, toegang tot zorg
- Relatie tussen kwetsbaarheid en welzijn:
• Minder hulpbronnen meer kwetsbaarheid lager welzijn
• Welzijn weerspiegelt dezelfde levensloopprocessen die ook gezondheid beïnvloeden
- Welzijn gedurende de levensloop:
• Verloopt vaak U-vormig
Hoog in jonge volwassenheid
Lager rond middelbare leeftijd (40-50 jaar) door rolbelasting en beginnend
hulpbronnenverlies
Stijgt weer op latere leeftijd door adaptie en aanpassing
- Belang van welzijn:
• Volgens de WHO is gezondheid niet alleen afwezigheid van ziekte maar ook fysiek,
mentaal en sociaal welbevinden
• Hoger welzijn hangt samen met lager risico op ziekte of sterfte
,Beredeneren hoe verschillen in gezondheid, kwetsbaarheid en welbevinden tussen ouderen
gedurende de levensloop tot stand komen.
Gezondheidsverschillen ontstaan door processen die zich gedurende de hele levensloop opstapelen
Levensloopperspectief
- Gezondheid wordt beïnvloed door ervaringen in verschillende levensfasen
- Verschillende effecten:
• Kritieke of sensitieve fases
• Cumulatieve effecten
• Levenspaden
• Intergenerationele effecten
Sociale stratificatie
- Gezondheidsverschillen ontstaan door systematische verschillen tussen groepen in toegang
tot middelen en kansen
- Ongelijkheid bouwt zich op over de levensloop
Biologische basis van ongelijkheid
Op basis van biomarkerdata (Allostatic Load Index) blijkt:
- Biologische risico’s zijn al zichtbaar vóór ziekte
- 40% van <25-jarigen heeft al ≥1 risicobiomarker
- Lager opgeleiden hebben vroeg slechtere biomarkerprofielen
- SES-gaps groeien door de volwassenheid en pieken in midlife
- Hogere ALI voorspelt latere chronische ziekte en sterfte
Gevolgen ongelijkheid een langzaam biologisch proces dat decennia vóór ziekte begint
Nog aanvullen!!!!
K | C3 | Gezond ouder worden; beschermende factoren, hulpbronnen
,Uitleggen over welke hulpbronnen ouderen beschikken om met (gezondheidsgerelateerde) problemen
om te gaan.
Ouderen beschikken over interne en externe hulpbronnen om met gezondheidsproblemen om te
gaan.
Interne hulpbronnen
- Zelfmanagementvaardigheden
• Vermogen om initiatief te nemen
• Geloof in eigen kunnen
• Vermogen om te investeren
• Vermogen tot een positief perspectief naar de toekomst
• Vermogen om voor multi-functionaliteit te zorgen
• Vaardigheid om voor variëteit te zorgen
- Hiermee kunnen ouderen hun gezondheid en hulpbronnen actief beheren
Externe hulpbronnen
- Voedsel
- Geld
- Zorg
- Partner
- Vrienden
Beschrijven hoe deze hulpbronnen veranderen gedurende de levensloop.
De beschikbaarheid van hulpbronnen verandert gedurende de levensloop.
Gezondheid en leefstijl
- Levensverwachting stijgt, maar ook het aantal chronische aandoeningen en multimorbiditeit
neemt toe
- Gezondheidsgedrag speelt een belangrijke rol bij gezond ouder worden de ernst van de
aandoening wordt aanzienlijk beperkt
- Belangrijke gezondheidsgedragingen: niet roken, voldoende bewegen, gezond eten, geen
overmatig alcoholgebruik, medicatie gebruiken zoals voorgeschreven, sociale relaties
onderhouden
Multiple gezondheidsgedragingen
- Veel chronische aandoeningen hangen samen met (on)gezondheidsgedrag
- Ongezonde gedragingen komen vaak in bundels voor (bijv. roken, weinig bewegen, ongezond
eten)
- Bundeling komt vaker voor bij mannen, lager opgeleiden en mensen met distress
- Meerdere ongezonde gedragingen tegelijk vergroten het risico op hartziekten en sterfte
Clustering en bundeling
- Clustering: gelijktijdig voorkomen van ongezonde gedragingen in risicogroepen
- Bundeling: samenhang tussen gedragingen (bijv. stoppen met roken maar meer comfortfood)
In de praktijk:
, - Ongeveer 50% van de bevolking leeft niet volgens een gezonde leefstijl
- Ondervoeding komt bij ongeveer 20% van de ouderen voor
- Alcoholgebruik onder ouderen neemt toe
Sociale hulpbronnen
- Veel ouderen wonen alleen (ongeveer 60% van de 75-plussers)
- Sociale netwerken worden vaak kleiner met de leeftijd
- Ouderen met een lagere sociaaleconomische positie hebben vaak een kleiner en minder
divers netwerk
Belangrijke begrippen
- Substitutie: wanneer een hulpbron wegvalt kan een andere hulpbron dit deels vervangen
- Kritieke fases: momenten in het leven waarop verlies van hulpbronnen grote gevolgen kan
hebben
Verklaren hoe de beschikbaarheid van hulpbronnen de druk op het zorgstelsel als gevolg van de
toenemende vraag naar zorg en ondersteuning kan verminderen en mensen kan helpen om langer
zelfstandig te blijven.
De beschikbaarheid van hulpbronnen kan helpen om de toenemende zorgvraag op te vangen.
Gezond gedrag
- Gezondheidsgedragingen kunnen chronische aandoeningen niet genezen, maar wel de ernst
verminderen
- Gezonde leefstijl vermindert risico op:
• Chronische ziekten
• Functionele beperkingen
• Vroegtijdige sterfte
Zelfmanagement
- Ouderen die hun gezondheid goed kunnen managen hebben minder intensieve zorg nodig
- Zelfmanagement helpt bij het omgaan met chronische aandoeningen
Sociale relaties
- Sociale netwerken bieden praktische hulp en emotionele steun
- Sociaal actieve ouderen zijn minder vaak eenzaam en voelen zich gezonder
Ondersteuning buiten het zorgsysteem
- Hulp van familie en vrienden kan professionele zorg deels vervangen
- Zorg en ondersteuning thuis kan opname in een instelling uitstellen
Belang voor het zorgstelsel
- Door gezond gedrag, zelfmanagement en sociale steun kunnen ouderen langer zelfstandig
blijven wonen
- Dit helpt om de druk op het zorgstelsel te verminderen, omdat minder intensieve zorg nodig
is
,K | C4 | Fysiek: Veranderingen in informele zorgverlening en de gevolgen hiervan op
welbevinden
Uitleggen wat mantelzorg is, en wie er in Nederland mantelzorg verleent.
Mantelzorg
- Mantelzorg is alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale
omgeving (bijv. partner, familie, vrienden of buren)
- Omvat verpleegkundige handelingen, maar ook hulp bij dagelijkse activiteiten
(boodschappen, schoonmaken, administratie, gezelschap
- Toenemend beroep
Mantelzorg in Nederland
- In 2019 verleenden tussen 1,3 miljoen en 5 miljoen Nederlanders mantelzorg (afhankelijk van
de definitie)
- Volgens het CBS is iemand mantelzorger wanneer:
• De zorg minimaal 3 maanden duurt, of
• Minimaal 8 uur per week wordt verleend
- Mantelzorgers verlenen gemiddeld 11,8 uur zorg per week (65+ gemiddeld 14,1 uur)
- Vrouwen verlenen vaker mantelzorg dan mannen
- Veel mantelzorgers bevinden zich in de leeftijdsgroep 45-65 jaar
Belang mantelzorg
- De levensverwachting stijgt (82 jaar in 2020)
- Het aantal ouderen neemt toe
- Tekorten in zorgverlening
- Door beleid zoals de Wmo 2015 wordt meer nadruk gelegd op mantelzorg
Uitleggen hoe informele zorgverlening invloed kan hebben op welbevinden van mantelzorgers.
Mantelzorg kan zowel positieve als negatieve effecten hebben op het welbevinden van
mantelzorgers.
Positieve effecten
- Meer dan de helft van de mantelzorgers verleent minder dan 3 uur zorg per week (SCP, 2020)
- 80% van de mantelzorgers geeft aan dat zorgen een goed gevoel geeft (de Klerk et al. 2017)
- 90% van de mantelzorgers voelt zich niet ernstig belast (De Boer en De Klerk 2017)
Negatieve effecten
Steeds meer onderzoek laat zien dat mantelzorg ook negatieve gevolgen kan hebben:
- Vermoeidheid, stress, depressie, fysieke gezondheidsproblemen
- Verklaringen voor negatieve effecten:
• Directe impact van het verlenen van zorg
• Beperkingen in werk en sociale leven door de zorgverantwoordelijkheid
Uitleggen hoe beleid op het gebied van de langdurige zorg van invloed kan zijn op het welbevinden
van mantelzorgers.
,Beleid in de langdurige zorg kan invloed hebben op mantelzorgers doordat het bepaalt hoeveel
formele zorg beschikbaar is.
Belangrijke factoren in beleid
Nationaal beleid en het normatieve klimaat kunnen een
modererende rol spelen in de relatie tussen mantelzorg en
het welbevinden van mantelzorgers. Belangrijke
modererende factoren zijn:
1. Beschikbaarheid van formele zorg
- Wanneer er meer professionele zorg
beschikbaar is, kan dit mantelzorgers
ontlasten
- Minder formele zorg kan leiden tot meer druk op mantelzorgers
2. Verschillen in mantelzorgbeleid
- Beleidsmaatregelen zoals ondersteuning of respijtzorg kunnen mantelzorgers helpen
om de zorg beter vol te houden
3. Opvattingen over mantelzorg
- In landen met een sterke verwachting dat familie voor elkaar zorgt (familialisme) kan
er meer sociale druk zijn om mantelzorg te verlenen
Familialisme: een normatief klimaat waarin familieleden geacht worden elkaar te helpen
Onderzoeksbevindingen
- De well-being gap (verschil in welzijn tussen mantelzorgers en niet-mantelzorgers) is kleiner
wanneer meer formele zorg beschikbaar is
- Negatief gecorreleerd aan beschikbaarheid van formele zorg meer formele zorg = kleinere
welzijnskloof
- Niet gecorreleerd aan mantelzorgondersteuning of familialisme alleen formele zorg lijkt
effect te hebben
- In Nederland is deze welzijnskloof relatief beperkt vergeleken met andere Europese landen
- Hoeveelheid intensieve mantelzorgers veel groter in Verenigd Koningrijk
Belangrijke beleidsimplicaties
- Er zijn grote verschillen in de gevolgen van het verlenen van mantelzorg Vooral personen
die veel uur mantelzorg verlenen ervaren nadelige gevolgen
- Ook in Nederland ervaren mantelzorgers negatieve gevolgen van mantelzorg Zelfs
wanneer er formele zorg is, is het belangrijk om goed mantelzorgbeleid te implementeren
- De context van een land lijkt niet zozeer te beïnvloeden hoe zwaar mantelzorg is, maar wel
hoeveel zorg er wordt verleend en daardoor hoe groot de impact van mantelzorg is Het
aanbieden van formele zorg heeft dus ook indirect invloed op de mantelzorgpopulatie
K | C5 | Fysiek: Beleid in de gezondheidszorg en beleidskompas
,Uitleggen hoe beleid tot stand komt en welke stappen beleidsmakers doorlopen bij het ontwikkelen
van beleid.
Stappen in beleid:
1. Probleemanalyse: Wat is het maatschappelijke probleem dat opgelost moet worden?
- Voorbeeld: overconsumptie van suiker, obesitas
2. Formuleren van doelen/vergezichten: Bepalen van hoofddoelen en kernvragen (past het,
hoort het, werkt het, mag het?)
3. Ontwikkelen van opties/adviescommissies: Ambtelijke commissies of experts bedenken
oplossingsrichtingen voor deelproblemen
- Voorbeeld: preventie bevorderen bij thuiswonende ouderen
4. Doorrekening en effectenanalyse
Het Beleidskompas toepassen om verschillende beleidsopties af te wegen.
K | C6 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging
,Beredeneren op welk medisch handelen rondom het levenseinde de Wgbo van toepassing is, en op
welk handelen de Wtl.
Normaal medisch handelen – Wgbo
De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst is van toepassing op medische beslissingen
die binnen de grenzen van normaal medisch handelen vallen. Dit zijn handelingen waarbij het leven
van de patiënt kan worden verkort als neveneffect, maar niet opzettelijk wordt beëindigd.
Voorbeelden:
- Staken of niet-instellen van een behandeling wegens gebrek aan toestemming
• Patiënt heeft recht om een behandeling te weigeren (art. 7:450 BW)
• Als de patiënt overlijdt doordat een behandeling niet wordt gestart of gestopt, is dit
geen nalatigheid van de arts
• Voorwaarden: patiënt blijft normale verzorging en pijnbestrijding krijgen; arts moet
wilsverklaring volgen tenzij gegronde redenen dit verhinderen
- Staken van medisch zinloos handelen
• Handelingen die niet bijdragen aan herstel of verbetering van medische toestand of
onevenredig zware middelen inzetten worden beschouwd als medisch zinloos
• Doorgaan is in strijd met professionele standaard (art. 7:453 BW)
• Staken is toegestaan en valt onder normaal medisch handelen, Wgbo is van
toepassing
- Pijn- en symptoombestrijding
• Ook als het leidt tot verkorting van het leven, geldt dit als normaal medisch handelen
• De intentie is gericht op verlichting van lijden, niet op levensbeëindiging
- Palliatieve sedatie
• Opzettelijk verlagen van bewustzijn om lijden te verlichten in de laatste levensfase
• Valt onder normaal medisch handelen
• Wgbo-regels gelden: informed consent, overleg, vertegenwoordiging
Kortom:
Alles wat het natuurlijke stervensproces volgt en geen actieve, opzettelijke levensbeëindiging is, valt
onder Wgbo. De arts handelt volgens professionele standaarden, met toestemming van de patiënt en
informatieplicht.
Niet normaal medisch handelen – Wtl
De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) is van toepassing op
opzettelijk levensbeëindigend handelen door een arts op verzoek van de patiënt. Dit is niet-natuurlijk
overlijden, en strafbaar tenzij voldaan aan de Wtl. Voorbeeld:
- Euthanasie: opzettelijke handeling van een arts om het leven van een patiënt te beëindigen
op diens verzoek
Kortom:
Elke behandeling die direct en opzettelijk het leven beëindigt, valt onder Wtl, niet onder Wgbo.
Zonder naleving van Wtl is de handeling strafbaar volgens art. 293-294 Sr.
,Toelichten welke eisen de Wtl stelt aan de zorgvuldigheid van levensbeëindigend handelen in de zin
van die wet.
Zorgvuldigheidseisen art 2 lid 1Wtl
De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) stelt dat een arts die
euthanasie uitvoert of hulp bij zelfdoding verleent, moet voldoen aan de volgende zes eisen:
1. Vrijwillig en weloverwogen verzoek (ad a)
• ‘Vrijwillig’: patiënt kiest zelf en staat niet onder druk
• ‘Weloverwogen”: patiënt is geïnformeerd; patiënt is wilsbekwaam; het verzoek moet
consistent zijn.
2. Uitzichtloos en ondraaglijk lijden (ad b)
• Uitzichtloosheid: er is geen medische verbetering of oplossing mogelijk (objectieve
component van lijdenscriterium)
• Ondraaglijkheid: het lijden wordt subjectief ervaren door de patiënt en is
onacceptabel voor hem/haar (subjectieve component van lijdenscriterium)
3. Informatievoorziening (ad c)
• De arts heeft de patiënt volledig geïnformeerd over ziekte, vooruitzichten en
behandelingsmogelijkheden informatieplicht
• Dit maakt het verzoek ook weloverwogen
4. Geen redelijke alternatieven (ad d)
• Euthanasie of hulp bij zelfdoding mag alleen als er geen andere redelijke oplossingen
zijn om het lijden te verlichten
• Palliatieve zorg mag worden geweigerd; de patiënt moet tot het laatste moment de
keuze hebben over levensbeëindiging bij bewustzijn
5. Consultatie van een onafhankelijke arts (ad e)
• Minstens één andere arts beoordeelt onafhankelijk het verzoek
• Deze arts bezoekt de patiënt, onderzoekt de situatie en geeft een schriftelijk oordeel
over de eerdere vier eisen
6. Medisch zorgvuldige uitvoering (ad f)
• De arts voert de levensbeëindiging technisch correct en veilig uit, conform
professionele standaarden
Toelichten hoe de meldprocedure van de Wtl luidt.
Meldingsprocedure
- Niet-natuurlijke dood
• Levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding leidt tot een niet-natuurlijke
dood, anders dan bij normale medische beslissingen rond het levenseinde
- Verankering in wet
• Melding verloopt via de regeling de overlijdensverklaring van art. 10 Wet op de
lijkbezorging (Wlb) en via de Regionale toetsingscommissies euthanasie (Rte’s), zoals
vastgelegd in de Wtl
• Zonder correcte melding kan een arts zich niet beroepen op strafuitsluiting en kan
het handelen als strafbaar worden beschouwd (art. 293 lid 2 en 294 lid 2 Sr) ,
- Procedure voor melding
• De arts maakt een verslag met een volledig ingevulde lijst van aandachtspunten,
gebaseerd op wettelijke zorgvuldigheidseisen
, • Dit verslag wordt aan de gemeentelijke lijkschouwer overhandigd
• De lijkschouwer stuurt het naar één van de vijf Rte’s
- Beoordeling door Rte
• De Rte bestaat uit een jurist-voorzitter, een arts en een deskundige
opethisch/zingevingsgebied
• Binnen 6 weken brengt de Rte schriftelijk haar oordeel uit aan de arts en bij niet
naleving van de eisen, ook aan OM en IGJ
• De beoordeling vindt plaats tegen wettelijke zorgvuldigheidseisen, geconcretiseerd in
EuthanasieCode 2018 (gewijzigd in 2020 en 2022)
• Rte’s publiceren jaarlijks een gezamenlijk geanonimiseerd verslag van vragen
oproepende oordelen
- Rol van OM en IGJ
• Het OM besluit wel of niet een strafonderzoek te beginnen, neemt vervolgens wel of
niet een vervolgingsbeslissing. OM voert eigen vervolgingsbeleid.
• IGJ neemt besluit tot het wel of niet indienen van een tuchtklacht.
Toelichten welke ontwikkelingen de huidige Nederlandse euthanasiepraktijk laat zien.
Ontwikkelingen euthanasiepraktijk
- Specialistische instellingen en zorgverlening
• Levenseindekliniek (SLK), opgericht in 2012, tegenwoordig Expertisecentrum
Euthanasie (1.277 meldingen in 2023, 1.241 in 2022)
- Specifieke patiëntgroepen en controversiële gevallen
• Psychiatrische patiënten: Chabot (1994)
• Mensen met dementie: Koffie-euthanasie (2020)
• Mensen die lijden aan het leven (voltooid leven): Brongersma (2002), etc. etc.. t/m
rapport Van Wijngaarden (2020)
• Stapeling van ouderdomsklachten
• Hulp bij zelfdoding door niet-artsen: Heringa (2019)
- Evaluatie en onderzoek
• Wtl wordt om de 5 jaar geëvalueerd (gepaard met sterfgevallenonderzoek; 2023
• Meldingspercentage 83% (in 2021)
• Onzorgvuldige meldingen: 44 in 2017-2022, slechts 0,1% van alle 42.396 gevallen
• Sinds 1 april 2002 is OM in slechts één enkel geval over gegaan tot strafvervolging:
zaak van de koffie-euthanasie (2020)
- Cijfers over 2023
• 9.068 meldingen (5.4% van het aantal mensen dat in 2023 in Nederland is overleden,
169.363), in 2002 waren dat er nog 1.882.
• Wijze:
Levensbeëindiging op verzoek: 8.860
Hulp bij zelfdoding: 190
Combinatie: 18
• 5 meldingen beoordeelden de Rte’s in 2023 als onzorgvuldig (0,06%).