persoonlijkheidsstoornissen:
hoorcolleges, boek en artikelen
Tilburg university
Major/minor klinische pscyhologie
Jaar 2/3
Leerdoelen:
1. ... elk van de 10 PD's uit te leggen aan de hand van kennis die relevant is voor hun
constructvaliditeit, waaronder DSM-5-symptoomkenmerken, DSM-geschiedenis,
epidemiologie, verloop en relatie tot geslacht, leeftijd en cultuur.
2. ... kennis over het huidige categorische DSM-5-model en symptoomcriteria voor elk van
de 10 PD's toe te passen op een casusformulering van een patiënt die lijdt aan PD
Dit wordt niet expliciet behandeld in de samenvatting, omdat toepassen moet
worden geoefend. Er kan wel gebruik gemaakt worden van de infomatie in de
samenvatting voor het toepassen op casussen.
3. ... kennis over het alternatieve DSM-5-model voor persoonlijkheidsstoornissen
toepassen op een casusformulering van een patiënt die lijdt aan een PD
4. ... het alternatieve hybride dimensionaal-categorische model en het huidige
categorische DSM-5-model vergelijken
5. ... vergelijk elk van de 10 PS met elkaar en met ‘As-I-stoornissen’, met name voor
stoornissen die in hoge mate overlappen (bijv. schizotypische PS en schizofrenie;
antisociale PS en psychopathie)
6. ... de etiologie van de 10 PS en de drie PS-clusters uitleggen, inclusief risicofactoren en
hun trajecten op neurobiologisch, cognitief en interpersoonlijk niveau (bijv. trauma’s uit
de kindertijd, neurobiologische tekorten, leren van ouders). [1.1]
7. ... de theoretische achtergrond, inhoud en efecten van psychologische interventies
voor PD's (waaronder bijvoorbeeld schematherapie, mentaliseren bevorderende
therapie en dialectische gedragstherapie) uitleggen, deze interventies met elkaar
vergelijken en de therapeutische principes van deze interventies toepassen op
casusformuleringen
1
,Persoonlijkheid wordt gedefinieerd als een stabiel patroon van denken,
voelen en gedrag; beïnvloedt omgang met wereld, anderen en jezelf.
Omvat eigenschappen, motieven, geloof, interesses, vaardigheden,
zelfbeeld, emoties en levensaanpassing.
Persoonlijkheid blijft consistent in verschillende sociale en
persoonlijke contexten.
o Abnormale persoonlijkheid/persoonlijkheidspathologie:
starre of extreme eigenschappen die functioneren en relaties
belemmeren.
Definitie persoonlijkheidsstoornis (PS): een hardnekkig patroon van
innerlijke ervaringen en gedrag dat afwijkt van culturele verwachtingen
Begint in adolescentie of vroege volwassenheid
Stabiel en persistent; beïnvloedt denken, voelen, gedrag en
functioneren
Bij diagnose: onderscheid maken met culturele context en
comorbiditeit
Klinische syndromen zijn vaak ego-dystonisch, symptomen
voelen vreemd, stoornis wordt ‘gehad’
Persoonlijkheidsstoornissen zijn daarintegen ego-synthetisch,
symptomen voelen eigen, stoornis deel van identiteit
o Kernproblemen bij PS: verstoorde relaties en verstoord
zelfbeeld
DSM-5 en ICD-11 gebruiken classificaties om persoonlijkheidstoornissen te
definiëren. De DSM-5 kijkt naar een aanhoudend patroon van ervaringen
en gedrag dat afwijkt van culturele verwachtingen.
Manifestatie in minimaal twee van de volgende vier gebieden:
o Cognitie (denken en interpretatie)
o Affectie (emoties en emotionele expressie)
o Interpersoonlijk functioneren (presentatie aan anderen)
o Impulsiviteit (controle over impulsen vanaf adolescentie)
2
,Geschiedenis:
De classificatie van persoonlijkheidsstoornissen is door de tijd heen
verschoven van een beschrijvende naar een meer systematische en deels
dimensionele benadering.
DSM-III (1980): introductie van het categorische model en het
multi-axiale systeem (persoonlijkheidsstoornissen op As II). Dit
zorgde voor meer structuur en betrouwbaarheid in diagnostiek.
DSM-IV (1994): behoud van dit model, maar toenemende kritiek
op:
o hoge comorbiditeit tussen stoornissen
o grote heterogeniteit binnen diagnoses
o beperkte constructvaliditeit
DSM-5 (2013):
o afschaffing van het multi-axiale systeem
o behoud van het categorische model (vanwege klinische
bruikbaarheid)
o introductie van het Alternative Model of Personality
Disorders (AMPD) in sectie III
Er is een duidelijke verschuiving van categorisch denken
(stoornis wel/niet) naar een dimensionele benadering
(gradaties in trekken en functioneren), omdat dit beter aansluit
bij empirisch onderzoek en problemen zoals overlap en comorbiditeit
beter verklaart.
De dsm 5 bestaat nu uit:
10 persoonlijkheidsstoornissen, verdeeld over drie clusters:
1
Soms valt een stoornis niet binnen een van de 10
persoonlijkheidsstoornissen maar is er nog steeds last van beperkingen en
subjectief lijden. In dat geval kan er worden gekeken naar:
Overige gespecificeerde PS: symptomen voldoen niet volledig
aan criteria van specifieke PS, maar veroorzaken stress of
beperkingen
Niet-gespecificeerde PS: gebruikt wanneer clinicus niet
specificeert of onvoldoende informatie beschikbaar is
3
, De ICD-11 is een andere methode om persoonlijkheidsstoornissen te
classificeren.
PS wordt hier gekenmerkt door problemen in:
o Zelf (identiteit, zelfbeeld, zelfsturing)
o Interpersoonlijk functioneren (relaties ontwikkelen,
perspectief nemen, conflicthantering)
Patroon duurt lange periode (≥2 jaar) en manifesteert zich in
verschillende situaties
Beoordeelt ernst (mild, matig, ernstig)
6 prototypes:
o Negatieve affectiviteit: sterke negatieve emoties, emotionele
labiliteit, laag zelfbeeld
o Onthechting: sociale en emotionele afstandelijkheid
o Dissociale gedragingen: egocentrisme, gebrek aan empathie
o Ontremming: impulsiviteit, roekeloosheid, gebrek aan planning
o Anankastische kenmerken: perfectionisme, controlebehoefte,
dwangmatig gedrag
o Borderlinepatroon: instabiliteit in relaties, zelfbeeld, affect en
impulsiviteit; chronisch leegtegevoel, intense woede
Toekomstige ontwikkelingen
Alternatieve model combineert dimensionale en prototypische
benadering
Patronen van ervaring en gedrag: langdurig, alomtegenwoordig,
afwijkend van culturele verwachtingen, problematisch voor lijden en
functioneren
Netwerktheorie: stoornissen ontstaan door interactie tussen
symptomen, in plaats van dat stoornis voorafgaat aan symptomen
Diagnose en beoordeling
Geldigheid van het concept van persoonlijkheidsstoornis
Voor DSM-5 discussie over validiteit van PS:
o Gestandaardiseerde medische benadering (DSM-IV-model)
o Alternatief dimensionaal model (in plaats van categorisch)
DSM-5 koos voor het klassieke categorische model, terwijl het
alternatieve model werd opgenomen in het onderzoeksgedeelte
Constructvaliditeit kan op verschillende niveaus onderzocht worden:
o Conceptualisering van de constructen zelf
o Formulering van diagnostische criteria (DSM of ICD)
o Instrumenten om deze constructen te beoordelen
Verschillende benaderingen van (ab)normaliteit
Discussie: PS kwalitatief verschillend van symptoomstoornissen?
DSM-5 hanteert categorische, alles-of-nietsbenadering
Taxometrie (Meehl): onderzoek naar categorische versus
dimensionale structuren
Dimensionale benadering: onderscheid tussen normaal en
abnormaal is gradueel
Factoranalyse wordt gebruikt om latente structuren en
persoonlijkheidsdimensies te identificeren
4