Samenvatting
Week 1 – Inleiding civiele geschillenbeslechting
Vormen van geschillenbeslechting
Overheidsrechtspraak Arbitrage Bindend advies Mediation
Openbaar Ja Nee Nee Nee
Kosten Duur Eiser betaalt; erg In principe goedkoop Mwa
duur
Resultaat Executoriale titel Arbitraal vonnis (nog VSO (artikel 7:900 VSO (artikel 7:900
verlof (stempel) BW) BW).
vragen bij de Rb);
geen titel
Beroepsmogelijkheden Hoger beroep en Soms hoger beroep Artikel 7:904 BW Artikel 7:904 BW;
cassatie mogelijk (artikel moeilijker kapot te
1065 Rv; maken dan bij bindend
uitzonderlijk). Je kan advies
klagen bij rechter
over het EVRM
Grondslag/bron Hoeft niet; de regels Afspraak: (1) de Overeenkomst Overeenkomst; niet in
staan in Rv overeenkomst, of (2) de wet
algemene
voorwaarden (Boek 6
BW). Regels staan in
Rv (Boek 4 Rv).
Tijd Langzaam Snel Snel Snel
Inhoudelijke N.v.t.; de rechter kan Groot Groot Niet nodig, soms wel
deskundigheid een deskundige
benoemen
Opmerkingen bij tabel:
- Arbitrage – eiser betaalt; doordat de eiser betaalt, mag hij ook kiezen wel arbiters er meedoen in het
proces. Dit zorgt voor een strijd met de beginselen van het burgerlijk procesrecht: onpartijdigheid en
onafhankelijkheid.
Artikel 6 EVRM – Recht op een eerlijk proces
- Toegang tot de rechter
Het recht op toegang tot de rechter houdt in dat een partij een geschil over haar burgerlijke rechten en
verplichtingen moet kunnen voorleggen aan een onafhankelijke rechter. Dit recht is niet absoluut: de
wet mag voorwaarden stellen, zoals termijnen, griffierechten of een verplicht voorafgaand
mediationtraject. Zulke beperkingen zijn echter alleen toegestaan wanneer zij een legitiem doel dienen
en de toegang tot de rechter niet feitelijk onmogelijk of onevenredig moeilijk maken. De kern is dat de
toegang effectief en reëel moet blijven.
- Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Artikel 6 EVRM vereist dat geschillen worden beslecht door een rechter die onafhankelijk is van de
uitvoerende macht en van partijen, en die onpartijdig is in de concrete zaak. Onafhankelijkheid ziet
vooral op de institutionele positie van de rechter, terwijl onpartijdigheid betrekking heeft op het
ontbreken van vooringenomenheid. Dit waarborgt dat partijen erop kunnen vertrouwen dat hun zaak
, objectief en zonder belangenverstrengeling wordt beoordeeld. Ook bij private geschilbeslechting
speelt dit een rol, zij het indirect via toetsing door de overheidsrechter.
- Fair trial-garanties
Naast toegang en onafhankelijkheid bevat artikel 6 EVRM procedurele waarborgen voor een eerlijk
proces. Daaronder vallen onder meer hoor en wederhoor, equality of arms, behandeling binnen een
redelijke termijn, openbaarheid van de zitting en een gemotiveerde beslissing. Deze garanties zorgen
ervoor dat partijen daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op de procedure en begrijpen hoe de
beslissing tot stand is gekomen. Het doel is niet alleen een juridisch juiste uitkomst, maar ook een
procedure die als eerlijk wordt ervaren.
M./Malta-uitspraak
Artikel 6 EVRM zal ook van toepassing zijn op een procedure over voorlopige maatregelen indien zowel in
die procedure als in de hoofdzaak een ‘burgerlijk’ recht in het geding is en de voorlopige maatregel van
bepalende betekenis is voor dat recht. In uitzonderlijke gevallen, zoals wanneer de maatregel slechts
effectief kan zijn bij snelle besluitvorming, kan van artikel 6 EVRM worden afgeweken, maar dat geldt niet
voor het recht op berechting door een onafhankelijke rechter en de onpartijdigheid.
Alassini-uitspraak
Het verplichten van een mediation-traject mag, mits:
- Niet bindende uitkomst van de bemiddelingsprocedure
- De bemiddelingsprocedure leidt niet tot een wezenlijke vertraging
- De verjaringstermijn is geschorst
- De bemiddelingsprocedure brengt geen kosten met zich mee
- Voorlopige maatregelen bij uitzondering
- Niet uitsluitend via de elektronische weg
CSW/PPSB-arrest
De uitleg van de mediationclausule gaat volgens Haviltex-maatstaf: de zin die partijen er in de gegeven
omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien
redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
De mediationclausule kan een niet-verplichtend karakter hebben, of een verplichting voor partijen
inhouden om mediation te beproeven voordat zij in rechte (of in arbitrage) een procedure aanhangig hebben
gemaakt.
Maar dan nog kan de rechter beslissen dat de behandeling van de zaak doorgaat, bijvoorbeeld omdat de
zaak te spoedeisend is of omdat het zinloos is om mediation te beproeven.