HOORCOLLEGES EN LITERATUUR
Master Klinische Psychologie, Tilburg University, Blok 3
Week 1 | Onderzoeksmethoden ..................................................................................................... 2
Wat is psychotherapie? ............................................................................................................... 2
Types designs ............................................................................................................................ 3
Randomized Controlled Trail (RCT) ............................................................................................... 6
Beoordeling van de kwaliteit van de evidentie ...............................................................................10
Hoe effectief is psychotherapie? .................................................................................................13
Literatuur .................................................................................................................................14
Week 2 | Common Factors............................................................................................................16
Common factors .......................................................................................................................16
Common factors in psychotherapie.............................................................................................21
Evidentie van common factors ....................................................................................................23
Literatuur .................................................................................................................................24
Week 3 | -.....................................................................................................................................25
Week 4 | Gedragstherapie.............................................................................................................26
Wat is gedragstherapie? .............................................................................................................26
Visie op psychopathologie vanuit de Gedragstherapie: de Leertherapie ...........................................27
Klassieke conditionering ............................................................................................................27
Operante conditionering ............................................................................................................29
Visie op therapie vanuit de Gedragstherapie: het gedragstherapeutisch proces ................................32
Evidence-based behandelmethoden binnen de Gedragstherapie ...................................................35
Literatuur .................................................................................................................................38
Week 5 | Systeemtherapie ............................................................................................................40
Wat is systeemtherapie? ............................................................................................................40
Visie op psychopathologie .........................................................................................................40
Visie op therapie vanuit de systeemtherapie .................................................................................44
Evidence-based behandelmethoden binnen de Systeemtherapie ...................................................48
Literatuur .................................................................................................................................52
Week 6 | Psychodynamische Therapie ..........................................................................................56
Visie op psychopathologie vanuit de Psychodynamische Psychotherapie ........................................56
Visie op therapie vanuit de Psychodynamische Psychotherapie ......................................................60
Evidence-based behandelmethoden binnen de Psychodynamische Psychotherapie ........................63
Literatuur .................................................................................................................................65
1
, Week 1 | Onderzoeksmethoden
Introductievideo HC1/2 + HC 1 & 2 + Literatuur
Wat is psychotherapie?
Psychotherapie is een (vooral) interpersoonlijke behandeling met onderstaande kenmerken
(Wampold & Izel, 2014):
• De behandeling is gericht op het verbeteren van een stoornis, probleem of klacht bij een
cliënt die daarbij hulp zoekt
• De behandeling wordt uitgevoerd door een therapeut die getraind is
• De behandeling is voldoende aangepast aan deze bepaalde cliënt en aan zijn of haar
stoornis, probleem of klacht
• De behandeling is gebaseerd op psychologische principes
De behandelmethode op zich is niet effectief, maar wie en hoe deze methode uitgevoerd wordt,
bepaald of een therapie effectief is. Het enkel goed kunnen luisteren maakt je nog geen goede
psycholoog. Het is van belang dat je interventies inzet, om behandeleffecten te bewerkstelligen.
Je moet dus ook keuzes maken in interventies die je inzet.
Bona Fide Psychotherapie wordt gezien als de goede/deugde psychotherapie. Er wordt van
Bona Fide Psychotherapie gesproken als:
- Beschreven in een handleiding
- Gebaseerd op een coherente theorie over de aard van de psychopathologie en de aard
van de verandering die nodig is, inclusief een beschrijving van werkingsmechanismen
en actieve ingrediënten van de behandeling.
- Gebaseerd op modellen en principes waar onderzoeksevidentie voor bestaat
(bestaande stromingen binnen bijv. gedrags-, systeem- of psychodynamische therapie)
- Worden al langere tijd uitgevoerd
- Uitgevoerd door een academisch opgeleide behandelaar
- Afgestemd op individuele hulpvraag, klachten en problemen van de cliënt
- Gebaseerd op face to face meetings en dus op een therapeutische relatie
Er zijn veel verschillende behandelmethoden, de één is beter onderbouwd dat de ander.
Evidence-based behandelmethoden zijn theoretisch onderbouwd en worden ondersteund door
wetenschappelijke evidentie. Wetenschappelijke evidentie is afgeleid uit onderzoek, de
kwaliteit van het (onderzoeks)design zegt iets over de kwaliteit van de evidentie. Niet alle
evidentie is even sterk. In richtlijnen worden aanbevelingen gebaseerd op de kwaliteit van de
evidentie die voor diverse behandelmethoden werd verzameld. Diverse designs verschillen in
de mate waarin ze doorgaans focussen op diverse aspecten van interne vs. externe validiteit.
Interne validiteit: hoe overtuigend kan het waargenomen behandeleffect inderdaad aan
de specifieke interventie zelf worden toegeschreven? Dus wordt de kwaliteit van het
design van de behandelmethode bewaakt. Dus dat het iets kan zeggen of de ene
behandeling beter is dan de andere. Hoe meer dit bewaakt wordt, hoe meer restricties
voor de externe validiteit.
Externe validiteit: hoe representatief zijn de conclusies uit deze studie voor de dagelijkse
klinische praktijk?
2
,De grote van een effect van de interventie die wordt behaald in een studie, zegt helemaal niks
over de kwaliteit van de studie. Hiervoor moet je gaan kijken naar hoe de studie is opgezet en
hoe de evidentie is verzameld.
Types designs
Case study design
Opzet:
• Erg gedetailleerde beschrijving van de toepassing van een behandelmethode bij één of
een beperkt aantal gevallen.
• Klein aantal gevallen
• Kwalitatieve benadering
• Thick description (gedetailleerde en dichte beschrijven van de casus in al haar facetten)
• Studie van de casus in haar natuurlijke context (dus ook dingen die buiten de
behandeling invloed hebben)
• Gerichte keuze van een case op basis van de verwachting dat die veel informatie kan
opleveren (representatief voor de theorie, eerder dan voor de populatie)
Voordelen Nadelen
Vaak erg geschikt om hypotheses over de Generaliseerbaarheid is beperkt: weinig
specifieke werkingsmechanismen van een representatief voor de populatie; vaak
behandeling te genereren. Je gaat kijken wat worden cases geselecteerd omdat ze
maakt dat de behandeling werkt (bij deze werkzaamheid aantonen en zijn ze dus
casus). Vervolgens kun je door middel van weinig representatief voor de werkzaamheid
hypotheses verder onderzocht worden hoe in een bredere groep
dit voor andere gevallen geldt en dus het
effect.
Nauwkeurig en rijke observaties en Weinig informatie over de grootte van het
beschrijvingen effect omdat slechts één of enkele cases
worden onderzocht
Kleinschalig, pilot, passend bij Interne validiteit is volgens critici laag,
ontwikkelingsfase van een nieuwe omdat er geen controlegroep is en dus
behandelmethode weinig controle of de effecten niet
bijvoorbeeld aan placebo zijn toe te
schrijven
Onderzoek van unieke of zeldzame gevallen
3
, Focus kan niet alleen liggen op de
interventies, maar ook op de beschrijving
van de context waarin de interventie werd
uitgevoerd
Case study design met herhaalde metingen (single case experimental design (SCED))
Opzet:
• Kwantitatieve case study, waarbij je herhaalde metingen uitvoert volgens een bepaald
schema dat samenhangt met het toedienen en onthouden van de interventie.
• Het principe is dat de n (steekproefgrootte) klein is (tussen 6 of 10, maar kan ook 1),
maar het aantal meetmomenten hoog. Waarbij bovendien de meetmomenten toevallig
verdeed kunnen worden over de condities (toediening/onthouding van de interventie
(ook in tijd)).
• Interne validiteit neemt toe door de verwachting dat de veranderingen in de
uitkomstvariabelen samenhangen met het al dan niet toedienen van de interventie.
Voordelen Nadelen
Meer interne validiteit: causaliteit kan beter Arbeidsintensief voor deelnemers (veel
worden getoetst door bijvoorbeeld de metingen)
metingen tijdens de baseline (onthouden
van interventie) te vergelijken met de
metingen tijdens de toediening van de
interventie (waarbij je een toenemend effect
veracht bij hogere dosis)
Minder sterke generalisering naar populatie
(minder representativiteit)
Wordt ingezet voor de effectiviteit en voor studie naar werkingsmechanismen. Je ontleed
statische power aan de herhaalde metingen. Daarnaast controleer je de deelnemers met
zichzelf (voor, tijdens en eventueel na de interventie). Je creëert een baseline waarin de
interventie niet wordt toegevoegd, gevolgd door een interventieperiode. Je kan deelnemers
randomiseren voor de duur van de baseline (versterken interne validiteit). Door herhaalde
metingen voorkom je dat een eventuele verandering ‘toeval’ is.
In de klinische praktijk is het moeilijk om (voldoende) cliënten te verwerven om deel te nemen
aan het onderzoek. Cliënten willen behandeling, geen vragenlijst of randomisatie. Met de
herhaalde metingen controleert je voor toevalligheden (goede/slechte dag bijv.). Je creëert
hierdoor een baseline (dus bijv. 5 metingen voor de start). Randomiseer de wachttijd voor de
verschillende cliënten (met meer of minder metingen), om ervoor te zorgen dat je niet
natuurlijke genezing meet, maar echt de start van de interventie.
4