Elektromagnetische straling bestaat uit transversale elektrische en magnetische golven
die zich voortbewegen met de lichtsnelheid c. Het veranderend elektrisch veld in deze
golven wekt een magnetisch veld op, dat op zijn beurt weer een elektrisch veld opwekt.
● Om elektromagnetische straling het beste waar te nemen, moet het voorwerp waar
je de straling mee wilt waarnemen ongeveer even groot zijn als de te meten
golflengte.
● Voor de golflengte λ en frequentie f van de straling geldt: c = f * λ. Voor het
observeren van sterren en sterrenstelsels kun je uitgaan van voortplanting van het
licht door vacuüm. (binas 7)
● Elektromagnetische straling wordt gekenmerkt door de golflengte of de frequentie
van de straling. Eigenschappen en toepassingen van elektromagnetische straling
staan in binas 19b.
Het elektromagnetische spectrum is de verzamelnaam voor alle soorten
elektromagnetsiche straling met uiteenlopedende golflengten en frequenties.
De aardatmosfeer absorbeert veel soorten elektromagnetische straling. Alleen zichtbaar
licht en radiogolven zijn vanaf de aarde goed waar te nemen (binas 30e).
2 - De kleur van een ster
Waarom geeft een voorwerp licht:
● Weerkaatsing
● Temperatuur
● Emissie van elektronen
Alle voorwerpen zenden afhankelijk van hun temperatuur elektromagnetische straling uit
in uiteenlopende golflengten. We kunnen kijken hoeveel straling er per stukje golflengten
wordt uitgezonden → stralingskromme. Voor elk voorwerp met een specifieke
temperatuur zijn de volgende eigenschappen voor een stralingskromme constant:
● de vorm van de grafiek - planckkrommen (binas 22)
● de golflengte waar de top van de grafiek is
● de hoeveelheid uitgezonden energie per seconde per vierkante meter oppervlak
per stukje (meestal 1 nm) golflengte: (W m-2 nm-1)