Hoorcollege 1
Organisatie zenuwstelsel
Somatisch houdt in: zenuwen verbinden lichaam met de buitenwereld via perifere zenuwen. Het zien van een
studiegenoot tijdens het studeren of het lopen naar de collegezaal en motorisch
➔ Zintuigelijke waarneming = zintuigelijke prikkels van zintuigen naar het brein
➔ Motoriek = commando’s van brein naar spieren (lopen, schrijven)
Autonomisch houdt in: de regulatie vanuit de hersenstam, vitale levensfuncties, hartslag, bloeddruk, de spieren
en organen. Het is zelfsturend; dingen verlopen automatisch en geen controle hierover.
Sympathetisch houdt in: fight, flight, stress
Parasympathisch houdt in: herstel, rust en energiebehoud
Spijsvertering, stofwisseling en verbranding: korte herhaling
Spijsvertering = het verteren van voedsel tot bruikbare, door het lichaam opneembare, bouwstenen
(koolhydraten en eiwitten)
Stofwisseling (metabolisme) = het bewerken en omvormen van deze bruikbare voedingsstoffen. Koolhydraten
worden omgezet in glucose, glucose in glycogeen
Verbranding = met behulp van zuurstof voedingsstoffen omzetten in energie die nodig zijn voor fysieke
actie/inspanningen (spieractiviteit), mentale inspanning (maken van een toets), vitale functies als hartslag en
ademhaling, S&S, lichaamstemperatuur, biochemische celprocessen zoals synthese en transport van stoffen
→ Glucose kan worden verbrand of opgeslagen, afhankelijk van je energie-behoefte:
Veel -> sympathisch deel autonome zenuwstelsel (verbranding) -> als je veel glucose hebt, wordt dit dus
verbrand tijdens het sporten bijvoorbeeld.
Weinig -> parasympatisch deel autonome zenuwstelsel (opslag) -> als je een dag niet zoveel doet, kan dit
worden opgeslagen.
Parasympatisch (act. Hormonaal/neuronaal) Sympathisch
Met behulp van zuurstof wordt glucose omgezet in energie,
De spijsvertering, reparatiewerkzaamheden, opslag voor actie.
glucose als er meer glucose beschikbaar is dan nodig - Spieractiviteit, hartslag, ademhaling, zweetklieren,
voor enerige → wordt opgeslagen als vet, eiwit in vernauwing bloedvaten, alertheid, arousal en
spierweefsel of glycogeen in lever en spier (insuline) spijsvertering stijgen.
Via HPA-as: stijging van adrenaline. Speelt een belangrijke rol
Polyvagaal theorie
De parasympatische neurale activatie, o.a via de bij activatie van sympatische delen van autonome deel.
acetylcholine → stijging hartslag, vaatverwijding,
activatie maag-darmkanaal
1
,Perifere zenuwstelsel, ruggenmergzenuwen en de hersenzenuwen
zowel somatisch als autonome deel
Ruggenmergzenuw
→ ofwel spinale zenuw
Deze zenuw heeft 31 paren (voor rechts als links)
Dit zijn zenuwen die via het ruggenmerg uit- en in het centrale zenuwstelsel treden, en die signalen van de
hersenen naar het lichaam (UIT) of van het lichaam naar de hersenen sturen (IN)
→ (UIT): Efferente zenuwen: die prikkels vervoeren van het brein naar de spieren/organen
- Naar spieren = motorisch, naar de organen/klieren = autonoom efferente zenuwen
→ (IN): Afferente zenuwen die (somatosensorische/gevoels-) prikkels aanvoeren vanuit het lichaam naar het
brein
- Exteroceptieve prikkels vanuit de buitenwereld: dit is tast, druk, pijn, temperatuur (voelen van kleding
op huid, hitte pan)
- Interoceptieve prikkels van binnenuit het lichaam: posities/beweging/houding/balans
lichaam/ledematen/gewrichten/spieren
- Viscerale afferente zenuwen = informatie uit organen
Hersenzenuwen
ofwel craniale zenuwen of kopzenuwen
12 paar
- Zenuwen die niet via het ruggenmerg maar via het hoofd uit- en in het centrale zenuwstelsel treden
→ UIT: Efferente zenuwen die prikkels vervoeren vanuit de hersenen naar spieren in hoofd (motorisch), klieren
in hoofd (efferent autonoom), organen in borst/buik via nervus vagus (autonoom efferent parasympatisch)
→ IN: Afferente zenuwen die prikkels aanvoeren naar de hersenen.
- Sensorische afferente zenuwen: zintuigelijke informatie vanuit ogen, oren, neus, tong, huid.
- Viscerale afferente vezels: informatie uit organen in borst, buik (via nervus vagus).
Nervus vagus = hersenzenuw die buiten het hoofd werkt en ontspringt in hersenstam. Wordt een zwevende
zenuw genoemd, omdat het een lange weg aflegt naar organen in borst en buikholte op hart, long, maag, darm.
Belangrijkste zenuw! Ondanks dat het buiten het hoofd werkt, is het wel een hersenzenuw!
Structuur van de zenuwen
Er zijn twee typen cellen:
- Neuronen → de informatieverwerkers! (miljarden)
- Gliacellen → ondersteunen de neuronen (biljoenen)
De neuron is een bouwvakker, de gliacel geeft de stenen aan.
Neuronen
Functie: informatie/signalen ontvangen, verwerken, doorgeven en vervoeren. De
neuron ontvang input en stuurt output van en naar duizenden andere neuronen
Structuur: dendrieten/spines, cellichamen/axonheuvel, axon, collateralen en
terminale eindvoet
Zenuw = een grote verzameling axonen die dezelfde route afleggen buiten het
brein (in het pzs)
Tractus = hetzelfde als een zenuw, maar dan in het czs. Het is hetzelfde, maar
heet anders.
Een neuron heeft dendrieten en één axon. De dendrieten ontvangen signalen van andere neuronen en geleiden
deze naar het cellichaam. Het axon voert het signaal weg van het cellichaam. Het axon kan vertakken in
collateralen en eindigt in terminale eindvoeten. Deze maken contact met een ander neuron via een synaps. Via
de synaps wordt informatie van het ene neuron doorgegeven aan het andere neuron.
2
,Primaire functies van de hersenen
Input = verwerken, filteren, integreren van en betekenis geven aan prikkels uit de omgeving. Dit is op basis van
een optelsom van ervaringen die een interne representatie van omgevingsprikkels creëren
→ bijvoorbeeld: slang is gevaar, rode besjes zijn giftig.
Dit zorgt ook wel een beetje voor geheugenvorming, leervermogen, verwachtingen en voorspellingen.
Het gaat veel verder dan het gevaar, maar je leert verbanden en oorzaak-gevolg te doorzien, waardoor een
voorspelling kan worden gemaakt hoe de wereld eruitziet. Het betreft de mentale representatie.
Bepaalde wetenschappers vinden dat het brein een voorspellingsmachine is. Wat wij zien, zijn ook echt
voorspellingen die het brein ons voorspiegelt. Mentale fenomenen; gedachten, de kleur blauw, gevoelens van
verliefdheid, kun je verklaren vanuit het brein.
Output = het produceren van gedrag en interactie met de omgeving
→ jagen, eten, partner vinden, voortplanten etc
Doorsnede ruggenmerg/wervelkom.
Alles binnen de wervelkolom is het CZS. Als zenuwen naar binnen of buiten treden, is het PZS.
We hebben aan de buikzijde (ventraal), zien we motorische zenuwen naar buiten treden, vanuit ruggenmerg
naar de spieren. Die sturen de spieren/klieren aan. Aan de achterkant (rug), zien we dat er zenuwbanen naar
binnen treden, dus dat is de CZS. Zij vervoeren sensorische informatie naar het brein. Als de bundels van
axonen naar buiten treden, is de ventrale wortel of de motorische zenuwwortel.
Hersenzenuwen (perifeer) - Zenuwen die niet via het ruggenmerg, maar via het hoofd uit- en in het centraal
zenuwstelsel treden
Ruggenmergzenuwen – zenuwen die via het ruggenmerg UIT en IN het CZS treden
Ruggenmerg = deel van centrale zenuwstelsel dat zich niet in schedel
maar in kanaal/holte in wervelkolom bevindt (ruggenmergkanaal)
Het ruggenmergkanaal wordt gevormd door op één lijn liggende gaten
in opeenvolgende wervels, die door banden en spieren op hun plaats
worden gehouden.
Zenuwen die door het ruggenmergkanaal lopen (*), vervoeren
motorische en sensorische informatie van en naar het brein (uit- en
intredende zenuwen).
3
, Hoorcollege 2
Boven = dorsal
Midden = medial
Voor = anterior
Achter = caudal
Zijde = lateral
Onder = ventral
Hersencel = neuron
De neuron bestaat uit:
- Cellichaam
- Dendrieten (input)
- Axon (output en lang)
Synaps: contactpunt waar neuronen communiceren met elkaar. Zij geven dus elektrische informatie door aan
elkaar.
Grijze stof: cellichamen en dendrieten + bloedvaten
Witte stof: axonen. Wordt wit gekleurd door myeline, dit is een laag om de axon dat impulsgeleiding versneld.
De witte stof zit vaak aan de binnenkant, de grijze stof aan de buitenkant: grijs haar.
Hersenen: structuur en functioneren
Cerebrale Cortex = Dit is de schors van de grote hersenen, ofwel de buitenste geplooide laag. Het bestaat uit
vier kwabben met twee helften: hemisferen links en rechts. De vier kwabben zijn pariëtaal, frontaal, occipitaal
en temporaal. De kleine hersenen (cerebellum) dus niet! Dit is de functioneel anatomische basis voor perceptie,
motoriek en alle hogere functies (bewustzijn, taal, intelligentie, persoonlijkheid, probleemoplossend vermogen)
Er zijn twee gedeelte in de hersenen:
Cerebrum = grote hersenen
Cerebellum = kleine hersenen, betrokken bij motoriek en cognitie
Neocortex = gewoon de cerebrale cortex, maar hier zetelt hogere cognitie en is enkel in primaten (mens en
aanverwant) goed ontwikkeld
Subcorticale = gebieden die betrokken zijn bij de lagere functies. Dit zijn vooral basale vitale functies die
gefocust zijn op het kunnen blijven leven.
Het verschil tussen de cerebrale cortex en de necortex is dat de neocortex de evolutionaire cerebrale cortex is.
Hierin zit de hogere cognitie en die alleen in primaten echt volledig en goed ontwikkeld is.
Zowel de subcorticale gebieden als de kleine hersenen hebben invloed op de motoriek, echter het finetunen
van deze motorische handelingen worden aangestuurd vanuit de kleine hersenen.
Crossed wiring
Contralaterale verbindingen is dat informatie dat binnenkomt in het rechter visuele veld komt in de linkerhelft
van de hersenen aan, maar ook andersom dus. Ditzelfde geldt voor tastinformatie (aanraking), zoals pijn, druk
of temperatuur. Dus stel, je brand je rechterpink, dan komt de informatie links binnen. Stel, je ziet rechts iets
lopen in je visuele veld, dan komt dat links binnen. Voor auditieve informatie ook, maar heeft ook enkele
ipsilaterale verbindingen. Dus gehoorprikkels kruisen, maar soms blijven ze eenzijdig in de hersenstam. De
linkerhersenhelft stuurt de rechterkant aan en andersom → Crossed wiring
4