WEEK 1:
Materieel strafrecht definieert wat strafbaar is en welke straffen daarop van toepassing zijn (meer
abstract), terwijl procesrecht de regels en de procedures bepaalt die worden gevolgd bij de toepassing
van het strafrecht in strafzaken (meer concreet). Deze twee aspecten van het strafrecht werken samen
om ervoor te zorgen dat het rechtssysteem zowel rechtvaardig als effectief is.
Het strafproces is vanaf het moment van arrestatie tot aan de uiteindelijke uitspraak in de rechtszaal.
Hoofddoel strafprocesrecht:
- Het waarborgen van een juiste toepassing van het materiële strafrecht. Het dient ervoor te
zorgen dat degenen die schuldig zijn aan strafbare feiten worden bestraft, terwijl onschuldigen
niet worden gestraft (tweeledig)
> beoogt zowel gerechtigheid als rechtvaardigheid te waarborgen
Dubio pro reo-beginsel: de verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. De rechter mag enkel iets
bewezen verklaren wanneer de rechter zelf ervan overtuigd is dat het feit door de verdachte is begaan.
Nevendoelen strafprocesrecht:
- Rechtsbescherming (voor verdachte en andere betrokkenen bij het proces)
- Recht op een eerlijk proces
- Recht niet schuldig te worden bevonden zonder bewijs
- Recht op juridische bijstand
- Instrumentaliteit:
- Waarheidsvinding > wat is er werkelijk gebeurd en wie is verantwoordelijk?
Andere belangrijke doelen die nauw verband houden met de hoofddoelstelling:
- Eerbiediging van rechten en vrijheid
- Van verdachte, slachtoffers, getuigen en andere betrokkenen.
> Het recht op privacy, veiligheid en eerlijke behandeling tijdens het gehele
strafproces
> Essentieel voor: geen onrechtmatige behandeling en het eerbiedigen van
rechten
- Procedurele rechtvaardigheid:
- Het proces moet eerlijk en correct verlopen
> Het recht op een eerlijke rechtszitting, onpartijdige rechters en het
vermijden van willekeurige beslissingen
> Essentieel voor: het vertrouwen van het publiek in het strafrechtssysteem
- Demonstratiefunctie:
- Strafzaken zijn in principe openbaar, zodat het publiek toezicht kan houden op de
rechtsgang en kan verzekeren dat gerechtigheid wordt nagestreefd.
In strafzaken draait het om de vraag of de schuld van de verdachte voldoende te bewijzen is, de
nadruk ligt op beperkte waarheidsvinding.
Door Europese ontwikkelingen zijn er steeds meer rechten voor slachtoffers binnen het strafproces,
zoals het recht om op zitting een actieve rol te spelen. Ze kunnen vrijuit spreken en hun standpunten
en emoties delen met de rechtbank.
,Kritiek hierop: het risico bestaat dat de essentie van de zaak op de achtergrond raakt, het kan de focus
wegnemen van de kernkwesties in de zaak en het strafproces onnodig verlengen.
Het strafrechtelijk proces kent twee fundamentele modellen:
Accusatoir model Inquisitoir model
- De OvJ staat centraal als onderzoeker
- De aanklager en de verdachte bevinden - Verdachte als voorwerp van het
zich tegenover elkaar, als onderzoek, de nadruk ligt op het
gelijkwaardige partijen onderzoeken van de zaak
- De rechter heeft een - De rechter speelt een actieve rol bij het
passieve/toezichthoudende rol, fungeert verzamelen van bewijs en het
als onpartijdige scheidsrechter onderzoeken van de zaak
- Het proces draait om het vinden van de - Het draait om het achterhalen van wat
waarheid binnen de grenzen van daadwerkelijk gebeurd is, de materiële
formele regels > formele waarheid waarheid
- Mondelinge procedure, communicatie - Schriftelijk bewijs en verslagen spelen
en mondelinge argumentatie spelen een een grotere rol > dominantie van
centrale rol schriftelijke stukken
In NL wordt doorgaans inquisitoire gezien, maar wel met een contradictoir element, waarbij de
verdediging en aanklager tegenover elkaar staan. Dit hybride model heeft zowel voordelen als
nadelen:
Accusatoir Inquisitoir
Voordelen: Voordelen:
- Het waarborgt gelijkwaardigheid tussen - OvJs hebben de mogelijkheid om ook
partijen, verdachte is een procespartij vrijspraak te vorderen, ipv alleen het
die zichzelf kan verdedigen nastreven van de hoogst mogelijke straf
- Het bevordert een formele waarheid die - Kan helpen tunnelvisie te voorkomen
binnen de juridische kaders ligt
Nadelen:
Nadelen: - Mogelijk machtsongelijkheid. OvJ meer
- Processen kunnen langer duren en middelen en mogelijkheden om bewijs
kostbaarder zijn te verzamelen dan verdachte
- Effectiviteit kan verminderen, omdat - Risico op tunnelvisie
minder zaken worden afgerond, soms
resulterend in plea deals
- Rechter kan een ‘tunnelvisie’
ontwikkelen, bekijkt de zaak vanuit zijn
eigen oogpunt
- Verdachte is niet altijd kapitaalkrachtig
genoeg om gelijkwaardig de strijd aan
te gaan
Bronnen van het strafprocesrecht
1. Grondwet
, 2. EVRM
3. WvS
4. Bijzondere wetten
a. Wet Wapens en Munitie
b. Wet Economische Delicten
c. Wegenverkeersweg
5. EU-Recht
6. Europees Handvest van de Grondrechten
7. Europees Openbaar Ministerie
Daarnaast; beginselen van een goede procesorde, die aanvullende richtlijnen bieden voor een eerlijke
en rechtvaardige afhandeling van strafzaken. Hieronder vallen:
- Vertrouwensbeginsel
- Gelijkheidsbeginsel
- Verbod van détournement de pouvoir (zuiverheid van oogmerk)
- Behoorlijke en billijke belangenafweging
Fasen van het strafproces:
1. Opsporing > wanneer een verdenking van een strafbaar feit ontstaat, dit kan tegenwoordig
ook proactief zijn. Van opsporing is sprake indien een vermoeden rijst dat een strafbaar feit is
begaan (door aangifte of eigen ontdekking).
Opsporing beperkt zich niet tot het voorbereidend onderzoek, in elk stadium kan
nieuw bewijsmateriaal opduiken
2. Vervolging > na opsporingsonderzoek beslist OM of er voldoende bewijs is om tot vervolging
over te gaan
3. Berechting > wanneer de zaak voor de rechter komt, hier wordt bewijsmateriaal
gepresenteerd, getuigen gehoord en worden argumenten van zowel de verdediging als de
aanklager aangehoord. De rechter neem uiteindelijk de beslissing over schuld of onschuld en
de strafmaat
4. Tenuitvoerlegging > de opgelegde straf wordt ten uitvoer gebracht
Opgemerkt moet worden dat de berechting niet begint op het moment dat de vervolging eindigt. De
vervolging eindigt pas als de uitspraak van de rechter onherroepelijk is.
Bij de vervolging dient te worden gekeken naar de haalbaarheid, ook wel de opportuniteit, van de
vervolging. Indien een vervolging niet opportuun is, wordt ook wel gesproken van een beleidssepot.
Indien vervolging niet haalbaar is, wordt gesproken van een technisch sepot.
Berechting van een strafzaak verloopt in drie fasen:
1. Het onderzoek ter terechtzitting
2. De beraadslaging, in de raadkamer en niet openbaar
3. De uitspraak
Maatschappelijke ontwikkelingen:
- Digitalisering van criminaliteit
- Internationalisering van criminaliteit
- Georganiseerde misdaad
, Aantal personen en instanties spelen een belangrijke rol in het strafproces:
- Rechter; onafhankelijk en onpartijdig, deze worden gewaarborgd door benoeming voor het
leven en doordat de rechter voor zijn uitspraken aan niemand verantwoording schuldig is. De
rechter is actief betrokken en beoogt de materiële waarheid te achterhalen.
- OvJ; vertegenwoordigt het OM, welke onder de verantwoordelijkheid van de minister van
J&V valt. Het bezit opportuniteit. De OvJ is dominus litis: de rechter is afhankelijk van
hetgeen de OvJ ten laste legt. De OvJ is verantwoordelijk voor het ten uitvoer brengen van
straffen, daarnaast vindt het opsporingsonderzoek plaats onder zijn verantwoordelijkheid.
- Verdachte; nemo tenetur-beginsel en de onschuldpresumptie staan centraal. Hij neemt deel
aan het proces als volwaardige partij. De kern van zijn recht op verdediging betreft het
zwijgrecht.
- Raadsman; verleent rechtsbijstand > ingeschreven advocaten. De raadsman is onafhankelijk
van de overheid en gebonden aan de gedragsregels van de Orde van Advocaten en
tuchtrechtelijk toezicht.
- Slachtoffer; speelt geen hoofdrol maar wel een belangrijke rol. Er moet ook rekening
gehouden worden met de belangen van slachtoffers + (onbeperkt) spreekrecht
Formele verdachtebegrip: ziet op degene tegen wie vervolging is ingesteld. De rechtspositie van de
persoon die wordt vervolgd moet worden geregeld, onafhankelijk van de vraag of ten aanzien
van die persoon (nog) een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Het dient om de burger
rechten toe te kennen.
Materiële verdachtebegrip: vervult een waarborgfunctie, het beoogt burgers te beschermen tegen
willekeurige en ongegronde ingrepen in hun rechten en vrijheden.
De raadsman heeft een adviserende en ondersteunende rol (art. 331 Sv). Aantal uitgangspunten:
- Onafhankelijk, de raadsman is onafhankelijk van de vervolgende overheid en behartigt de
belangen van de verdachte
- Onzelfstandigheid, de raadsman adviseert, de verdachte beslist
- Geen vereenzelviging, de raadsman is niet de verdachte, maar treedt op namens hem. Het
standpunt dat de advocaat verwoord is dus niet noodzakelijk zijn standpunt
- Gelijke processuele bevoegdheden
- Vertrouwelijkheid, de raadsman is verplicht tot geheimhouding, ondersteund door het
verschoningsrecht (art. 218 Sv)
- Eenheid in optreden naar buiten, eventuele verschillen in inzicht met de verdachte mag de
raadsman niet naar buiten brengen. De rechter moet van eenheid uitgaan.
- Gebondenheid aan (tucht)recht, de vrijheid van verdediging betekent niet dat de raadsman of
verdachte de wet mag overtreden. De raadsman mag soms wensen van zijn cliënt weigeren
Driesporenstelsel, verschillen doen zich voor bij het eindonderzoek, het vooronderzoek is in beginsel
op dezelfde wijze geregeld:
1. Zware zaken, verdachte heeft een langdurige gevangenisstraf te vrezen
2. Huidige Politierechterprocedure
3. Buitengerechtelijke afdoening
a. Strafbeschikking, een wijze van vervolging buiten de rechter om opgelegd > dit
betreft een uitzondering op het vervolgingsmonopolie van het OM
b. Transactie, geen wijze van vervolging maar enkel het betalen van een boete
c. Voorwaardelijk sepot, verdachte wordt niet vervolgd indien hij bereid is zich aan
bepaalde (door de OvJ geregelde) voorwaarden te houden
Materieel strafrecht definieert wat strafbaar is en welke straffen daarop van toepassing zijn (meer
abstract), terwijl procesrecht de regels en de procedures bepaalt die worden gevolgd bij de toepassing
van het strafrecht in strafzaken (meer concreet). Deze twee aspecten van het strafrecht werken samen
om ervoor te zorgen dat het rechtssysteem zowel rechtvaardig als effectief is.
Het strafproces is vanaf het moment van arrestatie tot aan de uiteindelijke uitspraak in de rechtszaal.
Hoofddoel strafprocesrecht:
- Het waarborgen van een juiste toepassing van het materiële strafrecht. Het dient ervoor te
zorgen dat degenen die schuldig zijn aan strafbare feiten worden bestraft, terwijl onschuldigen
niet worden gestraft (tweeledig)
> beoogt zowel gerechtigheid als rechtvaardigheid te waarborgen
Dubio pro reo-beginsel: de verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. De rechter mag enkel iets
bewezen verklaren wanneer de rechter zelf ervan overtuigd is dat het feit door de verdachte is begaan.
Nevendoelen strafprocesrecht:
- Rechtsbescherming (voor verdachte en andere betrokkenen bij het proces)
- Recht op een eerlijk proces
- Recht niet schuldig te worden bevonden zonder bewijs
- Recht op juridische bijstand
- Instrumentaliteit:
- Waarheidsvinding > wat is er werkelijk gebeurd en wie is verantwoordelijk?
Andere belangrijke doelen die nauw verband houden met de hoofddoelstelling:
- Eerbiediging van rechten en vrijheid
- Van verdachte, slachtoffers, getuigen en andere betrokkenen.
> Het recht op privacy, veiligheid en eerlijke behandeling tijdens het gehele
strafproces
> Essentieel voor: geen onrechtmatige behandeling en het eerbiedigen van
rechten
- Procedurele rechtvaardigheid:
- Het proces moet eerlijk en correct verlopen
> Het recht op een eerlijke rechtszitting, onpartijdige rechters en het
vermijden van willekeurige beslissingen
> Essentieel voor: het vertrouwen van het publiek in het strafrechtssysteem
- Demonstratiefunctie:
- Strafzaken zijn in principe openbaar, zodat het publiek toezicht kan houden op de
rechtsgang en kan verzekeren dat gerechtigheid wordt nagestreefd.
In strafzaken draait het om de vraag of de schuld van de verdachte voldoende te bewijzen is, de
nadruk ligt op beperkte waarheidsvinding.
Door Europese ontwikkelingen zijn er steeds meer rechten voor slachtoffers binnen het strafproces,
zoals het recht om op zitting een actieve rol te spelen. Ze kunnen vrijuit spreken en hun standpunten
en emoties delen met de rechtbank.
,Kritiek hierop: het risico bestaat dat de essentie van de zaak op de achtergrond raakt, het kan de focus
wegnemen van de kernkwesties in de zaak en het strafproces onnodig verlengen.
Het strafrechtelijk proces kent twee fundamentele modellen:
Accusatoir model Inquisitoir model
- De OvJ staat centraal als onderzoeker
- De aanklager en de verdachte bevinden - Verdachte als voorwerp van het
zich tegenover elkaar, als onderzoek, de nadruk ligt op het
gelijkwaardige partijen onderzoeken van de zaak
- De rechter heeft een - De rechter speelt een actieve rol bij het
passieve/toezichthoudende rol, fungeert verzamelen van bewijs en het
als onpartijdige scheidsrechter onderzoeken van de zaak
- Het proces draait om het vinden van de - Het draait om het achterhalen van wat
waarheid binnen de grenzen van daadwerkelijk gebeurd is, de materiële
formele regels > formele waarheid waarheid
- Mondelinge procedure, communicatie - Schriftelijk bewijs en verslagen spelen
en mondelinge argumentatie spelen een een grotere rol > dominantie van
centrale rol schriftelijke stukken
In NL wordt doorgaans inquisitoire gezien, maar wel met een contradictoir element, waarbij de
verdediging en aanklager tegenover elkaar staan. Dit hybride model heeft zowel voordelen als
nadelen:
Accusatoir Inquisitoir
Voordelen: Voordelen:
- Het waarborgt gelijkwaardigheid tussen - OvJs hebben de mogelijkheid om ook
partijen, verdachte is een procespartij vrijspraak te vorderen, ipv alleen het
die zichzelf kan verdedigen nastreven van de hoogst mogelijke straf
- Het bevordert een formele waarheid die - Kan helpen tunnelvisie te voorkomen
binnen de juridische kaders ligt
Nadelen:
Nadelen: - Mogelijk machtsongelijkheid. OvJ meer
- Processen kunnen langer duren en middelen en mogelijkheden om bewijs
kostbaarder zijn te verzamelen dan verdachte
- Effectiviteit kan verminderen, omdat - Risico op tunnelvisie
minder zaken worden afgerond, soms
resulterend in plea deals
- Rechter kan een ‘tunnelvisie’
ontwikkelen, bekijkt de zaak vanuit zijn
eigen oogpunt
- Verdachte is niet altijd kapitaalkrachtig
genoeg om gelijkwaardig de strijd aan
te gaan
Bronnen van het strafprocesrecht
1. Grondwet
, 2. EVRM
3. WvS
4. Bijzondere wetten
a. Wet Wapens en Munitie
b. Wet Economische Delicten
c. Wegenverkeersweg
5. EU-Recht
6. Europees Handvest van de Grondrechten
7. Europees Openbaar Ministerie
Daarnaast; beginselen van een goede procesorde, die aanvullende richtlijnen bieden voor een eerlijke
en rechtvaardige afhandeling van strafzaken. Hieronder vallen:
- Vertrouwensbeginsel
- Gelijkheidsbeginsel
- Verbod van détournement de pouvoir (zuiverheid van oogmerk)
- Behoorlijke en billijke belangenafweging
Fasen van het strafproces:
1. Opsporing > wanneer een verdenking van een strafbaar feit ontstaat, dit kan tegenwoordig
ook proactief zijn. Van opsporing is sprake indien een vermoeden rijst dat een strafbaar feit is
begaan (door aangifte of eigen ontdekking).
Opsporing beperkt zich niet tot het voorbereidend onderzoek, in elk stadium kan
nieuw bewijsmateriaal opduiken
2. Vervolging > na opsporingsonderzoek beslist OM of er voldoende bewijs is om tot vervolging
over te gaan
3. Berechting > wanneer de zaak voor de rechter komt, hier wordt bewijsmateriaal
gepresenteerd, getuigen gehoord en worden argumenten van zowel de verdediging als de
aanklager aangehoord. De rechter neem uiteindelijk de beslissing over schuld of onschuld en
de strafmaat
4. Tenuitvoerlegging > de opgelegde straf wordt ten uitvoer gebracht
Opgemerkt moet worden dat de berechting niet begint op het moment dat de vervolging eindigt. De
vervolging eindigt pas als de uitspraak van de rechter onherroepelijk is.
Bij de vervolging dient te worden gekeken naar de haalbaarheid, ook wel de opportuniteit, van de
vervolging. Indien een vervolging niet opportuun is, wordt ook wel gesproken van een beleidssepot.
Indien vervolging niet haalbaar is, wordt gesproken van een technisch sepot.
Berechting van een strafzaak verloopt in drie fasen:
1. Het onderzoek ter terechtzitting
2. De beraadslaging, in de raadkamer en niet openbaar
3. De uitspraak
Maatschappelijke ontwikkelingen:
- Digitalisering van criminaliteit
- Internationalisering van criminaliteit
- Georganiseerde misdaad
, Aantal personen en instanties spelen een belangrijke rol in het strafproces:
- Rechter; onafhankelijk en onpartijdig, deze worden gewaarborgd door benoeming voor het
leven en doordat de rechter voor zijn uitspraken aan niemand verantwoording schuldig is. De
rechter is actief betrokken en beoogt de materiële waarheid te achterhalen.
- OvJ; vertegenwoordigt het OM, welke onder de verantwoordelijkheid van de minister van
J&V valt. Het bezit opportuniteit. De OvJ is dominus litis: de rechter is afhankelijk van
hetgeen de OvJ ten laste legt. De OvJ is verantwoordelijk voor het ten uitvoer brengen van
straffen, daarnaast vindt het opsporingsonderzoek plaats onder zijn verantwoordelijkheid.
- Verdachte; nemo tenetur-beginsel en de onschuldpresumptie staan centraal. Hij neemt deel
aan het proces als volwaardige partij. De kern van zijn recht op verdediging betreft het
zwijgrecht.
- Raadsman; verleent rechtsbijstand > ingeschreven advocaten. De raadsman is onafhankelijk
van de overheid en gebonden aan de gedragsregels van de Orde van Advocaten en
tuchtrechtelijk toezicht.
- Slachtoffer; speelt geen hoofdrol maar wel een belangrijke rol. Er moet ook rekening
gehouden worden met de belangen van slachtoffers + (onbeperkt) spreekrecht
Formele verdachtebegrip: ziet op degene tegen wie vervolging is ingesteld. De rechtspositie van de
persoon die wordt vervolgd moet worden geregeld, onafhankelijk van de vraag of ten aanzien
van die persoon (nog) een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Het dient om de burger
rechten toe te kennen.
Materiële verdachtebegrip: vervult een waarborgfunctie, het beoogt burgers te beschermen tegen
willekeurige en ongegronde ingrepen in hun rechten en vrijheden.
De raadsman heeft een adviserende en ondersteunende rol (art. 331 Sv). Aantal uitgangspunten:
- Onafhankelijk, de raadsman is onafhankelijk van de vervolgende overheid en behartigt de
belangen van de verdachte
- Onzelfstandigheid, de raadsman adviseert, de verdachte beslist
- Geen vereenzelviging, de raadsman is niet de verdachte, maar treedt op namens hem. Het
standpunt dat de advocaat verwoord is dus niet noodzakelijk zijn standpunt
- Gelijke processuele bevoegdheden
- Vertrouwelijkheid, de raadsman is verplicht tot geheimhouding, ondersteund door het
verschoningsrecht (art. 218 Sv)
- Eenheid in optreden naar buiten, eventuele verschillen in inzicht met de verdachte mag de
raadsman niet naar buiten brengen. De rechter moet van eenheid uitgaan.
- Gebondenheid aan (tucht)recht, de vrijheid van verdediging betekent niet dat de raadsman of
verdachte de wet mag overtreden. De raadsman mag soms wensen van zijn cliënt weigeren
Driesporenstelsel, verschillen doen zich voor bij het eindonderzoek, het vooronderzoek is in beginsel
op dezelfde wijze geregeld:
1. Zware zaken, verdachte heeft een langdurige gevangenisstraf te vrezen
2. Huidige Politierechterprocedure
3. Buitengerechtelijke afdoening
a. Strafbeschikking, een wijze van vervolging buiten de rechter om opgelegd > dit
betreft een uitzondering op het vervolgingsmonopolie van het OM
b. Transactie, geen wijze van vervolging maar enkel het betalen van een boete
c. Voorwaardelijk sepot, verdachte wordt niet vervolgd indien hij bereid is zich aan
bepaalde (door de OvJ geregelde) voorwaarden te houden