hoorcolleges
Hoorcollege 1 – Introductie
Examenstof: online literatuur via linkjes & Perusall. Twaalf open vragen met deelvragen.
We vragen niet om DSM criteria letterlijk op te lepelen, maar belangrijke symptomen dien je wel
te kennen. Belangrijke instrumenten dien je te kennen, hier komt nog een document over op
Brightspace.
Relevante diagnostiek
Psychologische diagnostiek= het analyseren, in kaart brengen en begrijpen van problematische
situaties. Hiervoor zijn drie dingen nodig:
1. Theorievorming
Het bedenken van mogelijke verklaringen voor iemands klachten, die je later gaat
onderzoeken.
2. Operationalisatie/meting
Nadenken hoe je hypothesen gaat testen; vragenlijsten, observaties, tests
3. Toepassing van relevante methoden
Instrumenten afnemen om gedrag en klachten systematisch en meetbaar in kaart te
brengen
De centrale vraag binnen diagnostiek is: ‘is het problematisch gedrag, of een normale reactie
op omstandigheden?’
Verschillende diagnostische modellen
a. Categorische model (DSM en ICD) - gaan uit van duidelijke diagnoses: je hebt een
stoornis wel of niet. Dit is handig voor communicatie en behandeling, maar kan soms wat
zwart-wit zijn.
b. Het dimensionele model (HiTOP) - kijkt juist naar klachten op een continuüm. In plaats
van “wel of geen stoornis”, wordt gekeken in welke mate iemand bepaalde kenmerken
heeft.
c. Het transdiagnostische model (RDoC) - richt zich op processen die bij meerdere
stoornissen een rol spelen, zoals bijvoorbeeld emotieregulatie of negatieve
denkpatronen. Het idee is dat verschillende stoornissen onderliggende mechanismen
delen.
d. Het netwerkmodel - kijkt naar hoe klachten elkaar onderling beïnvloeden. In plaats van
één onderliggende oorzaak, wordt psychische problematiek gezien als een netwerk van
symptomen die elkaar versterken.
,Categorisch classificeren
a. Een stoornis= een constructie, opgebouwd uit een aantal symptomen.
b. Diagnoses worden dus behandeld als afgebakende categorieën. Je hebt een stoornis
wel of niet. Dit noemen we ook wel een latent construct (= ervan uitgaan dat er een
onderliggende stoornis is die de symptomen veroorzaakt).
c. Ontwikkeld o.b.v. overeenstemming (BOGSAT). Het is eigenlijk gewoon op basis van
consensus tussen experts.
Voordeel
I. Een groot voordeel is dat het zorgt voor een gemeenschappelijke taal tussen clinici en
onderzoekers.
Nadelen
I. Binnen één diagnose kan veel heterogeniteit zitten tussen cliënten, en er is vaak sprake
van comorbiditeit, dus meerdere diagnoses tegelijk.
II. Sterker gericht op niets missen, dan voorkomen van onterechte classificatie/ onnodige
behandeling
III. Weinig valide en weinig betrouwbaar
IV. Geen eenduidige etiologie / informatie over mogelijke oorzaken van problemen
V. Geen tot weinig aanknopingspunten voor behandeling
Gevaren van reïficatie
Een belangrijk risico van het categorische model is reïficatie, ofwel verdinglijking. Dat betekent
dat we een diagnose gaan behandelen alsof het een echt, op zichzelf bestaand ‘ding’ is, in plaats
van een beschrijving van symptomen. Een voorbeeld hiervan zie je in de stelling:
“aandachtsproblemen worden veroorzaakt door ADHD.” Dit is een cirkelredenering. We doen
dan alsof ADHD een losstaande oorzaak is, terwijl het in feite een label is dat we geven aan een
cluster van symptomen.
Gevaren van reïficatie:
1. Verandering moeilijker maken - het is nu eenmaal zo, er kan niks aan veranderd worden.
2. Het kan verantwoordelijkheid verhullen – ik kan er niks aan doen, want ik heb ADHD.
3. Personen vastzetten in labels
Dimensioneel model
In dit model worden psychische klachten niet gezien als aparte categorieën, maar als
transdiagnostische dimensies waarop mensen kunnen verschillen. Denk bijvoorbeeld aan angst
of somberheid: iedereen heeft dat in meer of mindere mate. Transdiagnostisch betekent dat ze
een rol spelen bij meerdere stoornissen tegelijk.
1
,Voordelen
I. Een belangrijk voordeel is dat dit model beter recht doet aan de variatie tussen mensen.
In plaats van “wel of geen stoornis”, kijk je naar een continuüm van normale ervaringen
tot ernstige klachten.
II. Dit maakt het ook relevanter voor behandeling, omdat je specifieker kunt kijken naar
waar iemand last van heeft en in welke mate.
III. Daarnaast kun je gebruikmaken van genormeerde meetinstrumenten, zoals vragenlijsten
die scores geven op bepaalde dimensies.
IV. Een ander voordeel is dat mensen niet meer ‘tussen’ 2 hokjes kunnen vallen
V. Mogelijk minder stigmatiserend, omdat het klachten ziet als iets dat iedereen in meer of
mindere mate kan hebben, in plaats van iets wat alleen “zieke” mensen hebben.
VI. Ook leidt het minder snel tot reïficatie en cirkelredenering
Nadelen
I. Het model is minder gemakkelijk voor clinici
II. Het model is nog volop in ontwikkeling.
Voorbeeld dimensioneel model - Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP)
Samenvatting van het youtube filmpje. Eerst bespreekt het de problemen van de DSM. Het
HiTOP-raamwerk is een hiërarchie van dimensionele constructen. Het is gebaseerd op patronen
van samenhang (covariatie) tussen symptomen, eigenschappen en stoornissen. Het is ontwikkeld
op basis van decennialange dataverzameling en -analyse.
a. Superspectra
b. Spectra
i. Internalizing - negative emotions, such as worry and panic
ii. Disinhibition - excitement seeking, impulsive behaviour, drug or alcohol problems
iii. Antaganosim - aggression, grandiosity, callousness
iv. Thought disorder - delusions, hallucinations, paranoia
v. Detachment - low social drive and withdrawal from social interactions
vi. Somatoform - unexplained medical symptoms, worry and reassurance seeking
about the symptoms
c. Subfactors
d. Syndromes / Disorders
e. Components / Homogeneous symptom components
f. Symptoms
Onderzoek heeft aangetoond dat HiTOP beter is in het voorspellen van belangrijke uitkomsten
dan diagnoses uit traditionele classificatiesystemen.
2
, Voordelen
I. Comorbiditeit verandert van een probleem voor behandeling en onderzoek (categorisch),
naar een signaal dat wordt gebruikt om de kern-dimensies in HiTOP te bepalen
(dimensioneel) - HiTOP gebruikt het feit dat stoornissen vaak samen voorkomen om te
ontdekken welke onderliggende dimensies (bijv. internaliserende problemen) er zijn, in
plaats van het als probleem te zien.
II. Diagnostische heterogeniteit wordt verminderd doordat gerelateerde symptomen op
basis van data worden samengevoegd - HiTOP vermindert verschillen binnen diagnoses
door symptomen die echt bij elkaar horen samen te groeperen.
III. Willekeurige afkappunten (wel of geen diagnose) verdwijnen, zoals in categorische
systemen zoals de DSM. In plaats daarvan wordt iedereen ergens op een spectrum
geplaatst.
IV. Het vermindert het stigma rondom psychische stoornissen.
V. Het vermindert overlap tussen symptomen, doordat constructen alleen overlappen
wanneer daar sterke empirische onderbouwing voor is.
VI. Het verbetert de betrouwbaarheid - kleine verschillen veranderen niet meteen alles want
het is op een schaal
VII. Het weerspiegelt de werkelijkheid nauwkeuriger - omdat klachten in werkelijkheid ook
geen strikte hokjes hebben.
Over naar het hoorcollege; we weten nog niet zeker of HiTOP in de praktijk echt beter is dan
bijvoorbeeld de DSM. Zo stelt Bertus Jeronimus dat de HiTOP geen verbetering is ten opzichte
van de DSM.
Transdiagnostisch model
Deze dia gaat over het transdiagnostisch model, dat onder andere is ontwikkeld door Tomas
Insel van het NIMH. In dit model ligt de focus niet op afzonderlijke stoornissen, maar op
transdiagnostische verklarende mechanismen die bij meerdere stoornissen een rol spelen,
zoals bijvoorbeeld emotieregulatie, aandacht of stressreacties.
Voordeel
I. Dit kan helpen bij zowel de verklaringsanalyse als de behandeling, omdat je je richt op
wat er onderliggend misgaat, in plaats van alleen op de diagnose.
Nadeel
I. Beperking in toepasbaarheid
II. Nog moeilijke implementatie in de praktijk - behandelingen zijn vaak gebaseerd op
diagnoses, hulpverleners zijn hierop getraind.
III. Te veel nadruk op biologische factoren, terwijl psychologische en sociale factoren ook
belangrijk zijn.
3