Belangrijk: documenten onder het kopje ‘aanvullend’ op Brightspace zijn niet verplicht!
HC 1A: Staten, staatskarakter, erkenning, zelfbeschikking van volkeren
Staten
Staten als oorspronkelijke, primaire rechtssubjecten
- Historisch
➢ Staten zijn de enige rechtssubjecten in de internationale betrekkingen: staten werden
geacht de rechtssubjecten van het internationaal recht te zijn en historisch gezien was
het idee dat het internationaal recht alleen het gedrag van staten beheerste. In beginsel
hield het internationaal recht zich niet bezig met wat zich binnen de staat afspeelde.
Daarom wordt ook vaak gezegd dat het internationaal en nationaal recht gescheiden
rechtsordes zijn, en
➢ Internationaal recht reguleert de betrekkingen tussen staten.
Andere rechtssubjecten van internationaal recht?
- NGO’s zijn geen rechtssubjecten in het internationaal recht, aangezien deze standaard worden
opgericht onder het nationaal recht! Misschien wel bepaalde rechten.
- Internationale organisaties (intergouvernementele organisaties), Guilding Principles on
Business and Human Rights (Ruggie Principles)
- Individuen (bijv. naar EHRM: bescherming bieden tegen de almacht van de Staat). Individuen
hebben ook plichten, dus kunnen ook op internationaal niveau voor het internationale Strafhof
worden geroepen.
- Multinationals (internationaal opererende bedrijven), moeilijk te zeggen of zij wel rechtstreeks
rechtssubject zijn, want ligt aan de rechten die zij inroepen.
- Volkeren: recht op zelfbeschikking
- Gewapende niet-statelijke actoren: internationaal humanitair recht, of nationale
bevrijdingsbewegingen
- De Heilige Stoel; Het Vaticaan
- “The subjects of law in any legal system are not necessarily identical in their nature or in the
extent of their rights, and their nature depends upon the needs of the community.” (ICJ,
Reparation opinion, EIR 2017)
➢ Je kunt wel rechtssubject zijn, maar dat zegt eigenlijk niks over welke rechten en
plichten je hebt. Je moet altijd naar de specifieke situatie van een rechtssubject kijken
om te kijken welke rechten en plichten/ bevoegdheden zij hebben.
- Bezit van internationale rechtspersoonlijkheid geeft niet alle rechten en verplichtingen, noch
specifieke rechten en verplichtingen.
- Nollkaemper, p. 23: “Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de
international gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag
uitoefenen (vooral staten en internationale organisaties) en biedt een juridisch kader
waarbinnen zij deze bevoegdheden uitoefenen.”
➢ kanttekening: Het internationaal recht over het algemeen geen bevoegdheden toekent
aan staten. Die bevoegdheden hebben staten, omdat ze staat zijn en omdat wij zeggen
dat ze soeverein zijn. Zij hebben zelf de autoriteit en het internationaal recht bepaalt
de inhoud van het nationaal recht voor een groot gedeelte niet. Dus of onze regering
iets wel of niet mag doen, hangt in eerste instantie af van Nederlands recht, onze
Grondwet, van de wetten die zijn aangenomen. En het internationaal recht kent
bevoegdheden niet toe aan Nederland. Er worden wel bevoegdheden toegekend, maar
dat is eerder aan internationale organisaties, dan aan staten zelf.
Nationale rechtssystemen
- Staat staat gelijk aan nationaal rechtssysteem. Centraal gezag = verticale gezagsrelatie tussen
overheid en rechtssubjecten – naleving van het recht wordt opgelegd (denk aan trias politica).
- Wetgeving
- Rechtspraak
- Handhaving
,Internationaal recht
- 193+ staten, staat gelijk aan internationaal recht.
- Staten -> een veelvoud van autoriteiten = horizontale relatie tussen staten
- (Nolkaemper, p. 33: “gedecentraliseerde recht van een veelheid van nationale
gemeenschappen”)
- Identiteit van rechtssubjecten
➢ Vorming van internationaal recht: vind plaats door instemming (consent) en
consensus. Het recht wordt dus gevormd door de staten gezamenlijk.
➢ Internationale rechtspraak, waarbij staten gebonden kunnen worden door een
rechterlijke uitspraak: vereist instemming (consent).
➢ Handhaving van het internationaal recht is in beginsel unilateraal (eenzijdig): staten
handhaven het internationaal recht zelf, ten opzichte van andere staten kan zij
bijvoorbeeld beweren dat zij het internationaal recht schenden.
➢ Staten zijn ook de rechtssubjecten die zelf gebonden zijn aan het internationaal recht.
Dus degenen die het recht maken, zijn tegelijkertijd onderworpen aan het
internationaal recht. De staten die het recht kunnen maken, zijn dus ook degenen die
direct gebonden worden aan dit recht (dit is dan bijvoorbeeld heel anders in het
nationale recht). Er bestaat in het internationaal recht dus een horizontale verhouding
tussen staten.
Soevereiniteit
- Jean Bodin: Lex Six Livres de la Republique (1676)
➢ Boek is bepaald om de autoriteit van de Franse koning te bevestigen.
➢ Intern v. extern
● Intern -> bedoeld om de autoriteit te claimen. Een persoon of groep personen
als soeverein over alle inwoners.
Extern -> ontkenning van hogere autoriteit. De staat is niet onderworpen aan
een externe autoriteit, legt de soeverein bij de staat zelf, dus achterliggende
gedachten: onafhankelijkheid.
- Soevereiniteit als attribuut van een staat
➢ Staten accepteren het bindend karakter van het internationaal recht
➢ De rol van staten bij de vorming van internationaal recht volgt uit hun soevereiniteit.
Het niet tot stand komen als je daar niet mee hebt ingestemd.
➢ Schurkenstaten/ vogelvrije staten (systematisch schenden van internationaal recht),
maar staten worden gelijklig aan het internationaal recht gebonden.
➢ Schendingen? Worden vaak ontkend en staten houden er niet van om
verantwoordelijk te worden gehouden.
- Staten: wederzijdse erkenning als gelijken
➢ Soevereine gelijkheid: artikel 2(l) Handvest: “De Organisatie is gegrond op het
beginsel van soevereine gelijkheid van al haar Leden.”
➢ Par in parem non habet imperium = een gelijke heeft geen gezag over een andere
gelijke.
➢ Een staat kan bindende besluiten nemen t.a.v. personen en rechtspersonen, maar in
beginsel niet t.a.v. andere staten.
➢ Internationaal gewoonterecht: zijn gelijkelijk van toepassing op alle staten.
➢ Verdragen
● Artikelen 23 en 27 Handvest -> vijf landen permanent in de veiligheidsraad
en ook nog eens een veto voor inhoudelijke besluiten. (“All animals are equal,
but some animals are more equal than others.”)
● Non-proliferatie Verdrag: onderscheid gemaakt tussen kernwapenstaten en
niet-kernwapenstaten.
Kenmerken van staatskarakter
Kenmerken/ elementen/ kwalificaties
,- Artikel 1 Convention on the Rights and Duties of States (Montevideo Convention; 1933;
17 partijen)
➢ Kwalificaties waaraan moet worden voldaan om te worden aangemerkt als een staat:
● Een permanente bevolking
● Een gedefinieerd grondgebied
● Regering
● Capaciteit om betrekkingen aan te gaan met andere staten
➢ Status onder het internationaal recht
● Regionaal verdrag
● Internationaal gewoonterecht
- Bereik
➢ We kijken naar de vorming van een staat, niet het voortbestaan. Ze moeten bestaan bij
het ontstaan van de staat, maar niet per se bij het voortbestaan van de staat. Mocht een
van deze kwalificaties komen te ontvallen, dan zal het idee zijn dat de staat toch blijft
voortbestaan.
➢ Presumptie van continuïteit: grondgebied
● "363. Verscheidene deelnemers voerden aan dat de zeespiegelstijging ook een
aanzienlijke bedreiging vormt voor de territoriale integriteit en dus voor het
voortbestaan van kleine eilandstaten als zodanig. Naar hun mening zou, in het
geval van het volledig verlies van het grondgebied van een staat en de
verplaatsing van zijn bevolking, een sterk vermoeden moeten gelden ten
gunste van het voortbestaan van de staat. Naar het oordeel van het Hof zou,
zodra een staat eenmaal is gevestigd, het verdwijnen van een van zijn
constitutieve elementen niet noodzakelijk het verlies van zijn staatsrechtelijke
status met zich meebrengen.” Advies Internationaal Gerechtshof, 23 juli 2025.
● Mislukte staten (failed States): geen centrale regering -> het wegvallen van
een regering is geen reden om te zeggen dat het geen staat meer is.
● Eilandstaten en zeewaterstijging: grondgebied (?) -> eilandstaten dreigen ten
onder te gaan door stijging van het zeewater. Hoe kan je een staat blijven
zonder grondgebied en ook uiteindelijk geen bevolking? Nog veel
onduidelijkheid over.
- Permanente bevolking (1e kenmerk staat)
➢ Permanent
● Bevolking hoeft niet stationair te zijn: kan ook dat groepen nomadisch zijn,
zijn nomaden (ook geaccepteerd als permanente bevolking)
➢ De grootte van de bevolking -> maakt niet heel veel uit.
➢ Nationaliteit -> doet niet ter zake, als een staat maar een bevolking heeft is genoeg.
De bevolking is in principe iedereen die binnen het grondgebied verkeren.
- Een gedefinieerd grondgebied (2e kenmerk)
➢ Betreft land (niet kunstmatig), dus niet de zee (maar soevereiniteit wel uitgestrekt
over territoriale wateren). Je kan ook niet zomaar een eilandje creëren in de middle of
nowhere en zeggen dit is mijn grondgebied, dit wordt niet aanvaard. Het gaat om
natuurlijk grondgebied, niet om kunstmatig grondgebied.
➢ Gedefinieerd (lijkt te suggereren dat de grenzen vast moeten liggen, maar dat wordt
ook niet echt op die manier geïnterpreteerd!)
● Grenzen hoeven niet vast te staan.
● Grensgeschillen doen daar niet aan af. Tussen heel veel landen zijn
grensgeschillen, maar dat is verder geen probleem.
➢ Grootte -> doet niet ter zake.
➢ Bevolking -> kan dichtbevolkt, maar ook dunbevolkt zijn, dit doet niet ter zake.
- Regering (3e kenmerk)
➢ Gezagsstructuur/ overheid
● Is iets dat aanwezig moet zijn. Het idee is dat een staat een georganiseerde
structuur heeft.
, ● Het idee is dat de regering of overheid gezag heeft dat effectief is
(effectiviteit) -> Dus dat het gezag kan worden uitgeoefend over het
grondgebied en de bevolking. Heel vaak wordt dit ook wel effectieve controle
genoemd.
● Het gezag moet stabiel zijn (stabiliteit) -> In de zin dat bij het ontstaan van
de staat je wel groepjes kunt hebben die op een gegeven moment effectieve
controle hebben, maar dat het een bepaalde duur moet hebben. Dat het gezag
gecontinueerd zal worden in de tijd. Het is nog wel onduidelijk hoe lang je
precies stabiel moet zijn, voordat je erkend wordt als staat of gekwalificeerd
wordt als staat.
➢ Vorm en aard van regeringen
● Types regering: Je kunt een monarchie, democratie, meer-partijen systemen,
een-partij systemen, dictaturen, confederatie zijn. Wat betreft staatsvormen
geeft het internationaal recht dat eigenlijk regels voor. Staten kunnen dus
onder internationaal recht een dictatuur zijn. Het is alleen wel zo dat staten die
partij zijn bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke
Rechten de verplichting hebben om vrije verkiezingen te organiseren en de
wil van het lectoraat kunnen weerspiegelen. Dus technisch gezien als je naar
dat verdrag kijkt, dan zijn er heel wat staten in de wereld die hun verplichting
schenden, omdat ze geen vrije verkiezingen hebben.
● Niet gereguleerd: de staatsvormen vallen binnen de interne aangelegenheden
van de staat, tenzij er specifieke regels zijn die de staat heeft aanvaard die
daar beperkingen op stellen.
➢ Regering moet niet afhankelijk zijn van buitenlandse troepen: marionettenregering.
Moet dus niet afhankelijk zijn van buitenlandse troepen die hen aan de macht helpt.
- Capaciteit om betrekkingen aan te gaan met andere staten (4 e kenmerk)
➢ Nolkaemper, 63
“Het vierde … kenmerk is echter geen zelfstandig element, maar volgt uit de
aanwezigheid van de eerste drie kenmerken. De drie kenmerken van de staat zijn derhalve
gezagsstructuur, grondgebied en bevolking.”
● Het 4e element bedoelt eigenlijk te zeggen dat een regering onafhankelijk
moet zijn.
● Een entiteit moet diplomatieke betrekkingen en verdragen met andere staten
kunnen aangaan.
● Het hebben van betrekkingen is niet het punt, maar het gaat om de capaciteit
om betrekkingen te hebben. Betrekkingen hebben, bewijst dit niet per se (bijv.
sport, cultuur, handel).
➢ Afhankelijk van de constitutie/ grondwet
● Historisch waren er gebieden die hun eigen entiteit hadden, maar dit waren
koloniën, protectoraten, etc. Dat waren dus gebieden met een eigen regering,
maar onderworpen aan een gezag van een andere staat. Dus je kunt wel
zeggen dit was een regering, maar het was geen onafhankelijke regering op
dat punt.
● Hetzelfde zie je binnen federale deelstaten binnen een federatie (artikel 2
Montevideo). Die federale deelstaten hebben soms wel betrekkingen met
andere staten, maar de reden dat ze dat soort betrekkingen kunnen aangaan, is
vanwege de grondwet van verenigde staten en niet alleen maar vanwege hun
eigen grondwet, oftewel zij zijn onderworpen aan een hoger gezag. En als je
bent onderworpen aan een hoger gezag, dan ben je niet onafhankelijk en niet
soeverein.
➢ Onafhankelijkheid is dus erg belangrijk (de regering zou onafhankelijk moeten zijn
en het hoogste gezag moeten hebben, en dus niet onderworpen moeten zijn aan een
hoger gezag).
● Onafhankelijksverklaringen -> uiting van de wil om een soevereine staat te
zijn/ worden om als soevereine staat te kunnen worden beschouwd.
HC 1A: Staten, staatskarakter, erkenning, zelfbeschikking van volkeren
Staten
Staten als oorspronkelijke, primaire rechtssubjecten
- Historisch
➢ Staten zijn de enige rechtssubjecten in de internationale betrekkingen: staten werden
geacht de rechtssubjecten van het internationaal recht te zijn en historisch gezien was
het idee dat het internationaal recht alleen het gedrag van staten beheerste. In beginsel
hield het internationaal recht zich niet bezig met wat zich binnen de staat afspeelde.
Daarom wordt ook vaak gezegd dat het internationaal en nationaal recht gescheiden
rechtsordes zijn, en
➢ Internationaal recht reguleert de betrekkingen tussen staten.
Andere rechtssubjecten van internationaal recht?
- NGO’s zijn geen rechtssubjecten in het internationaal recht, aangezien deze standaard worden
opgericht onder het nationaal recht! Misschien wel bepaalde rechten.
- Internationale organisaties (intergouvernementele organisaties), Guilding Principles on
Business and Human Rights (Ruggie Principles)
- Individuen (bijv. naar EHRM: bescherming bieden tegen de almacht van de Staat). Individuen
hebben ook plichten, dus kunnen ook op internationaal niveau voor het internationale Strafhof
worden geroepen.
- Multinationals (internationaal opererende bedrijven), moeilijk te zeggen of zij wel rechtstreeks
rechtssubject zijn, want ligt aan de rechten die zij inroepen.
- Volkeren: recht op zelfbeschikking
- Gewapende niet-statelijke actoren: internationaal humanitair recht, of nationale
bevrijdingsbewegingen
- De Heilige Stoel; Het Vaticaan
- “The subjects of law in any legal system are not necessarily identical in their nature or in the
extent of their rights, and their nature depends upon the needs of the community.” (ICJ,
Reparation opinion, EIR 2017)
➢ Je kunt wel rechtssubject zijn, maar dat zegt eigenlijk niks over welke rechten en
plichten je hebt. Je moet altijd naar de specifieke situatie van een rechtssubject kijken
om te kijken welke rechten en plichten/ bevoegdheden zij hebben.
- Bezit van internationale rechtspersoonlijkheid geeft niet alle rechten en verplichtingen, noch
specifieke rechten en verplichtingen.
- Nollkaemper, p. 23: “Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de
international gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag
uitoefenen (vooral staten en internationale organisaties) en biedt een juridisch kader
waarbinnen zij deze bevoegdheden uitoefenen.”
➢ kanttekening: Het internationaal recht over het algemeen geen bevoegdheden toekent
aan staten. Die bevoegdheden hebben staten, omdat ze staat zijn en omdat wij zeggen
dat ze soeverein zijn. Zij hebben zelf de autoriteit en het internationaal recht bepaalt
de inhoud van het nationaal recht voor een groot gedeelte niet. Dus of onze regering
iets wel of niet mag doen, hangt in eerste instantie af van Nederlands recht, onze
Grondwet, van de wetten die zijn aangenomen. En het internationaal recht kent
bevoegdheden niet toe aan Nederland. Er worden wel bevoegdheden toegekend, maar
dat is eerder aan internationale organisaties, dan aan staten zelf.
Nationale rechtssystemen
- Staat staat gelijk aan nationaal rechtssysteem. Centraal gezag = verticale gezagsrelatie tussen
overheid en rechtssubjecten – naleving van het recht wordt opgelegd (denk aan trias politica).
- Wetgeving
- Rechtspraak
- Handhaving
,Internationaal recht
- 193+ staten, staat gelijk aan internationaal recht.
- Staten -> een veelvoud van autoriteiten = horizontale relatie tussen staten
- (Nolkaemper, p. 33: “gedecentraliseerde recht van een veelheid van nationale
gemeenschappen”)
- Identiteit van rechtssubjecten
➢ Vorming van internationaal recht: vind plaats door instemming (consent) en
consensus. Het recht wordt dus gevormd door de staten gezamenlijk.
➢ Internationale rechtspraak, waarbij staten gebonden kunnen worden door een
rechterlijke uitspraak: vereist instemming (consent).
➢ Handhaving van het internationaal recht is in beginsel unilateraal (eenzijdig): staten
handhaven het internationaal recht zelf, ten opzichte van andere staten kan zij
bijvoorbeeld beweren dat zij het internationaal recht schenden.
➢ Staten zijn ook de rechtssubjecten die zelf gebonden zijn aan het internationaal recht.
Dus degenen die het recht maken, zijn tegelijkertijd onderworpen aan het
internationaal recht. De staten die het recht kunnen maken, zijn dus ook degenen die
direct gebonden worden aan dit recht (dit is dan bijvoorbeeld heel anders in het
nationale recht). Er bestaat in het internationaal recht dus een horizontale verhouding
tussen staten.
Soevereiniteit
- Jean Bodin: Lex Six Livres de la Republique (1676)
➢ Boek is bepaald om de autoriteit van de Franse koning te bevestigen.
➢ Intern v. extern
● Intern -> bedoeld om de autoriteit te claimen. Een persoon of groep personen
als soeverein over alle inwoners.
Extern -> ontkenning van hogere autoriteit. De staat is niet onderworpen aan
een externe autoriteit, legt de soeverein bij de staat zelf, dus achterliggende
gedachten: onafhankelijkheid.
- Soevereiniteit als attribuut van een staat
➢ Staten accepteren het bindend karakter van het internationaal recht
➢ De rol van staten bij de vorming van internationaal recht volgt uit hun soevereiniteit.
Het niet tot stand komen als je daar niet mee hebt ingestemd.
➢ Schurkenstaten/ vogelvrije staten (systematisch schenden van internationaal recht),
maar staten worden gelijklig aan het internationaal recht gebonden.
➢ Schendingen? Worden vaak ontkend en staten houden er niet van om
verantwoordelijk te worden gehouden.
- Staten: wederzijdse erkenning als gelijken
➢ Soevereine gelijkheid: artikel 2(l) Handvest: “De Organisatie is gegrond op het
beginsel van soevereine gelijkheid van al haar Leden.”
➢ Par in parem non habet imperium = een gelijke heeft geen gezag over een andere
gelijke.
➢ Een staat kan bindende besluiten nemen t.a.v. personen en rechtspersonen, maar in
beginsel niet t.a.v. andere staten.
➢ Internationaal gewoonterecht: zijn gelijkelijk van toepassing op alle staten.
➢ Verdragen
● Artikelen 23 en 27 Handvest -> vijf landen permanent in de veiligheidsraad
en ook nog eens een veto voor inhoudelijke besluiten. (“All animals are equal,
but some animals are more equal than others.”)
● Non-proliferatie Verdrag: onderscheid gemaakt tussen kernwapenstaten en
niet-kernwapenstaten.
Kenmerken van staatskarakter
Kenmerken/ elementen/ kwalificaties
,- Artikel 1 Convention on the Rights and Duties of States (Montevideo Convention; 1933;
17 partijen)
➢ Kwalificaties waaraan moet worden voldaan om te worden aangemerkt als een staat:
● Een permanente bevolking
● Een gedefinieerd grondgebied
● Regering
● Capaciteit om betrekkingen aan te gaan met andere staten
➢ Status onder het internationaal recht
● Regionaal verdrag
● Internationaal gewoonterecht
- Bereik
➢ We kijken naar de vorming van een staat, niet het voortbestaan. Ze moeten bestaan bij
het ontstaan van de staat, maar niet per se bij het voortbestaan van de staat. Mocht een
van deze kwalificaties komen te ontvallen, dan zal het idee zijn dat de staat toch blijft
voortbestaan.
➢ Presumptie van continuïteit: grondgebied
● "363. Verscheidene deelnemers voerden aan dat de zeespiegelstijging ook een
aanzienlijke bedreiging vormt voor de territoriale integriteit en dus voor het
voortbestaan van kleine eilandstaten als zodanig. Naar hun mening zou, in het
geval van het volledig verlies van het grondgebied van een staat en de
verplaatsing van zijn bevolking, een sterk vermoeden moeten gelden ten
gunste van het voortbestaan van de staat. Naar het oordeel van het Hof zou,
zodra een staat eenmaal is gevestigd, het verdwijnen van een van zijn
constitutieve elementen niet noodzakelijk het verlies van zijn staatsrechtelijke
status met zich meebrengen.” Advies Internationaal Gerechtshof, 23 juli 2025.
● Mislukte staten (failed States): geen centrale regering -> het wegvallen van
een regering is geen reden om te zeggen dat het geen staat meer is.
● Eilandstaten en zeewaterstijging: grondgebied (?) -> eilandstaten dreigen ten
onder te gaan door stijging van het zeewater. Hoe kan je een staat blijven
zonder grondgebied en ook uiteindelijk geen bevolking? Nog veel
onduidelijkheid over.
- Permanente bevolking (1e kenmerk staat)
➢ Permanent
● Bevolking hoeft niet stationair te zijn: kan ook dat groepen nomadisch zijn,
zijn nomaden (ook geaccepteerd als permanente bevolking)
➢ De grootte van de bevolking -> maakt niet heel veel uit.
➢ Nationaliteit -> doet niet ter zake, als een staat maar een bevolking heeft is genoeg.
De bevolking is in principe iedereen die binnen het grondgebied verkeren.
- Een gedefinieerd grondgebied (2e kenmerk)
➢ Betreft land (niet kunstmatig), dus niet de zee (maar soevereiniteit wel uitgestrekt
over territoriale wateren). Je kan ook niet zomaar een eilandje creëren in de middle of
nowhere en zeggen dit is mijn grondgebied, dit wordt niet aanvaard. Het gaat om
natuurlijk grondgebied, niet om kunstmatig grondgebied.
➢ Gedefinieerd (lijkt te suggereren dat de grenzen vast moeten liggen, maar dat wordt
ook niet echt op die manier geïnterpreteerd!)
● Grenzen hoeven niet vast te staan.
● Grensgeschillen doen daar niet aan af. Tussen heel veel landen zijn
grensgeschillen, maar dat is verder geen probleem.
➢ Grootte -> doet niet ter zake.
➢ Bevolking -> kan dichtbevolkt, maar ook dunbevolkt zijn, dit doet niet ter zake.
- Regering (3e kenmerk)
➢ Gezagsstructuur/ overheid
● Is iets dat aanwezig moet zijn. Het idee is dat een staat een georganiseerde
structuur heeft.
, ● Het idee is dat de regering of overheid gezag heeft dat effectief is
(effectiviteit) -> Dus dat het gezag kan worden uitgeoefend over het
grondgebied en de bevolking. Heel vaak wordt dit ook wel effectieve controle
genoemd.
● Het gezag moet stabiel zijn (stabiliteit) -> In de zin dat bij het ontstaan van
de staat je wel groepjes kunt hebben die op een gegeven moment effectieve
controle hebben, maar dat het een bepaalde duur moet hebben. Dat het gezag
gecontinueerd zal worden in de tijd. Het is nog wel onduidelijk hoe lang je
precies stabiel moet zijn, voordat je erkend wordt als staat of gekwalificeerd
wordt als staat.
➢ Vorm en aard van regeringen
● Types regering: Je kunt een monarchie, democratie, meer-partijen systemen,
een-partij systemen, dictaturen, confederatie zijn. Wat betreft staatsvormen
geeft het internationaal recht dat eigenlijk regels voor. Staten kunnen dus
onder internationaal recht een dictatuur zijn. Het is alleen wel zo dat staten die
partij zijn bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke
Rechten de verplichting hebben om vrije verkiezingen te organiseren en de
wil van het lectoraat kunnen weerspiegelen. Dus technisch gezien als je naar
dat verdrag kijkt, dan zijn er heel wat staten in de wereld die hun verplichting
schenden, omdat ze geen vrije verkiezingen hebben.
● Niet gereguleerd: de staatsvormen vallen binnen de interne aangelegenheden
van de staat, tenzij er specifieke regels zijn die de staat heeft aanvaard die
daar beperkingen op stellen.
➢ Regering moet niet afhankelijk zijn van buitenlandse troepen: marionettenregering.
Moet dus niet afhankelijk zijn van buitenlandse troepen die hen aan de macht helpt.
- Capaciteit om betrekkingen aan te gaan met andere staten (4 e kenmerk)
➢ Nolkaemper, 63
“Het vierde … kenmerk is echter geen zelfstandig element, maar volgt uit de
aanwezigheid van de eerste drie kenmerken. De drie kenmerken van de staat zijn derhalve
gezagsstructuur, grondgebied en bevolking.”
● Het 4e element bedoelt eigenlijk te zeggen dat een regering onafhankelijk
moet zijn.
● Een entiteit moet diplomatieke betrekkingen en verdragen met andere staten
kunnen aangaan.
● Het hebben van betrekkingen is niet het punt, maar het gaat om de capaciteit
om betrekkingen te hebben. Betrekkingen hebben, bewijst dit niet per se (bijv.
sport, cultuur, handel).
➢ Afhankelijk van de constitutie/ grondwet
● Historisch waren er gebieden die hun eigen entiteit hadden, maar dit waren
koloniën, protectoraten, etc. Dat waren dus gebieden met een eigen regering,
maar onderworpen aan een gezag van een andere staat. Dus je kunt wel
zeggen dit was een regering, maar het was geen onafhankelijke regering op
dat punt.
● Hetzelfde zie je binnen federale deelstaten binnen een federatie (artikel 2
Montevideo). Die federale deelstaten hebben soms wel betrekkingen met
andere staten, maar de reden dat ze dat soort betrekkingen kunnen aangaan, is
vanwege de grondwet van verenigde staten en niet alleen maar vanwege hun
eigen grondwet, oftewel zij zijn onderworpen aan een hoger gezag. En als je
bent onderworpen aan een hoger gezag, dan ben je niet onafhankelijk en niet
soeverein.
➢ Onafhankelijkheid is dus erg belangrijk (de regering zou onafhankelijk moeten zijn
en het hoogste gezag moeten hebben, en dus niet onderworpen moeten zijn aan een
hoger gezag).
● Onafhankelijksverklaringen -> uiting van de wil om een soevereine staat te
zijn/ worden om als soevereine staat te kunnen worden beschouwd.