Week 1: Inleiding, legaliteit en wederrechtelijkheid
Materieel strafrecht
- Welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn
- Waaruit straffen bestaan
- Onder welke voorwaarden van toepassing
Algemeen geldende bepaling, sanctierecht, voorwaarden vervolgbaarheid
Klassiek (daadstrafbaarheid): strafbaar feit rechtvaardigt opleggen straf
- Vergelding (Beccaria)
- Generale preventie
- Doel en effect straf op achtergrond
Modern: aandacht persoon dader
- Dader centraal – reclassering
- Bescherming maatschappij – zedendelicten
- Speciale preventie – recidive voorkomen
- Opportuniteitsbeginsel OM
Wetboek SR: verenigingstheorie
- Vergelding grondslag, maar wel proportioneel
- Bijzondere doelen bepalen strafmaat
Rechtsdelicten: bescherming essentiële rechtsgoederen
Wetsdelicten: oppervlakkiger – overtredingen
Rechtsgoederen: leven, naastenliefde, waarachtigheid, rein- en kuisheid
Plato: speciale preventie
Hugo de Groot: straf de wil van de dader
Rousseau: sociaal contract – verbonden aan gevolgen strafrecht
Kant: vergelding
Hegel: vergelding: afweging straf en misdrijf
Beccaria: vergelding en speciale preventie
IKV: individualisering strafrecht
Pompe: verenigingstheorie (Utrechtse school)
Vrij: sub-socialiteit (naast schuld en wederrechtelijkheid) – vereffenen verstoring
Juridisering: strafrecht stigmatisering i.p.v. oplossen conflicten
Nieuwe ontwikkelingen
1. Slachtoffer
2. Verzakelijking – neo-vergelding
3. Bestuursstrafrecht
4. Europees strafrecht: harmonisatie
Strafbaar feit
1. Historisch: wet noemt dit (art. 1-1 Sr)
2. Wettelijk: delictsomschrijving
3. Juridisch: voorwaarden ‘bestrafbaar’
- Gedraging
- Wettelijke delictsomschrijving
- Wederrechtelijk
, - Verwijtbaar
1. Commissie: doen
Omissie: nalaten
2. Materieel: gevolg
Formeel: handeling
3. Krenking: krenking rechtsgoed
Gevaarzetting: voordat gevaar gerealiseerd is
Criteria strafbaarstelling
Absoluut: nooit uitsluitend vanwege: morele opvatting, hulpverlening, capaciteit
apparaat overschreden, schijnoplossing
Relatief: negatieve indicaties: gedrag zwakke groepen, niet door aangifte, zeer
frequent, veel personen, noodsituaties, moeilijk omschreven, privésfeer,
overtuiging geoorloofd
Legaliteitsbeginsel art. 1-1 Sr
Deelnormen
1. Lex certa: bepaaldheidsgebod
Voorzienbaarheidsvereiste
HR Onbehoorlijk gedrag – behoorlijke mate vaagheid toegestaan
HvJEU JI – gedeelde verantwoordelijkheid wetgever en rechter
2. Gebondenheid wettekst
Wel zekere interpretatievrijheid
EHRM Legaliteit in Straatsburg – mits uitleg past bij wettelijke
omschrijving, essentie en voorzienbaar is
3. Verbod analoge wetsinterpretatie
4. Lex scripta: geschreven
5. Verbod terugwerkende kracht
a. Tenzij: mildheidsgebod art. 1-2 Sr
i. Beperkt materiële leer: geen betrekking op normen tijdelijke
aard en berusten op gewijzigd inzicht
Wederrechtelijkheid = voorwaarde strafbaarheid
Beperkt strafbaar gedrag tot gedrag dat in strijd is met objectieve recht
Vervullen delictsomschrijving: vermoeden wederrechtelijkheid
Enge opvatting: facetwederrechtelijkheid = zonder toestemming
Ruime opvatting: in strijd met objectieve recht
- HR Dreigbrief – ruim begrip
Ontbreken wederrechtelijkheid
- Formeel: wet
- Materieel: buitenwettelijk
o Ontbreken materiële wederrechtelijkheid
HR Veearts – doel beter nagestreefd
o Sociale adequatie (bijv. sport- en spel)
o Subsocialiteit: gevaar dat in leven geroepen is
o Delictsinterpretatie: gedrag valt onder delictsomschrijving, maar
situatie eigenlijk niet van toepassing op wettelijke omschrijving
,