8.1 de Industriële Revolutie
Eind 15de eeuw: meeste werk in landbouw.
➔ Autarkisch: zelfvoorzienend.
Steden: ambachtsmannen zetten grondstoffen uit land- en mijnbouw om tot
nijverheidsproducten.
- Ambachtsman in gilden → levert aan directe omgeving.
- Gilde bepaalt alles.
Vanaf 15de eeuw: Gilden groeit uit tot monopolie op ambacht.
→ Steeds moeilijker om meester te worden.
→ Gilde Reglement verhinderlijk.
→ Massaproductie en technische vernieuwingen zijn niet mogelijk.
Gilderegels ontkomen: ontstaan huisnijverheid (platteland).
- Loopt via een ondernemer → regelt grondstoffen en afzet.
- Thuiswerkers volledig afhankelijk: alleen ondernemer had toegang tot de markt
(kennis en kapitaal) → zij zijn ongeschoolde arbeiders en boeren.
Van huisnijverheid naar Industriële Revolutie: de omwenteling krijgt bij de textielproductie als
eerste vorm.
→ 3 uitvindingen:
- Spinnen → vrouwen.
- Weven → mannen (zwaarder).
1. De schietspoel:
- 1733: John Kay.
- Spoel wordt tussen scheringdraden geschoten.
- Weven sneller en bredere stoffen.
- Nog steeds huisnijverheid.
2. The spinning Jenny:
- 1764: James Hargreaves.
- 1761: prijsvraag Society of Arts.
- Spinnen gaat sneller, maar kan het weven nog steeds niet bijhouden.
- Nog steeds huisnijverheid.
→ kwanti- en kwaliteit neemt bij beide toe, maar het leef- en werkpatroon van arbeiders blijdt
gelijk.
3. Waterframe:
- Richard Arkwright.
- Staan te veel spoelen op de machine om met de hand te draaien →
aangesloten op waterkracht.
- Niet langer in de huisnijverheid, maar in de productiehallen (waterkracht).
- 200x zoveel produceren als een spinner met een spinnewiel.
, Langzame overgang van huisnijverheid naar productie in loodsen → fabrieken.
➔ Grote spinnerijen werden gebouwd, aangedreven door waterkracht (waterrad,
watermolen, mill).
➔ Het waterrad bepaalde het werktempo en de werktijd → wevers en spinners deden
dit eerst zelf.
De bouw van een mill → voor ondernemers een grote inverstering.
- Meer grip op hoeveelheid en kwaliteit producten.
- Willen het zsm terugverdienen.
➔ Families van het platteland naar de fabriek halen → lange werkdagen, dure
machines zoveel mogelijk laten draaien.
Mill werd op het platteland gebouwd: bij een beek, (redelijk) snelstromend water.
- Constante watertoevoer is belangrijk.
→ Bedreiging voor mensen die actief zijn in de huisnijverheid.
Echter: De beste locaties zijn snel bezet.
➔ Ondernemers willen niet meer afhankelijk zijn van snelstromend water/waterframe →
nieuwe uitdaging/toepassing:
Stoommachine verbeterd door James Watt (1736-1819).
- Ook in Mills geplaatst → productie kan in droge periode doorgaan/als stoommachine
kapot is toch waterkracht gebruiken..
- Nieuwe mogelijkheden stoommachine: productiehallen/fabrieken worden dicht bij de
arbeiders gebouwd → midden in de stad; geen tijd meer kwijt met naar de fabriek
lopen.
Industriële Revolutie = overgang van het maken van producten met de hand naar een
fabrieksmatige productie.
→ kenmerken:
- Agrarisch urbane samenleving → industriële samenleving.
- Huisnijverheid verdwijnt geleidelijk.
- Snelle bevolkingsgroei en urbanisatie.
- Uitbreiding van mogelijkheden voor vervoer.
- Logistieke mogelijkheden nemen toe.
- Innovaties: wetenschappelijke basis.
- Gebruik van delfstoffen/grondstoffen.
Eind 15de eeuw: meeste werk in landbouw.
➔ Autarkisch: zelfvoorzienend.
Steden: ambachtsmannen zetten grondstoffen uit land- en mijnbouw om tot
nijverheidsproducten.
- Ambachtsman in gilden → levert aan directe omgeving.
- Gilde bepaalt alles.
Vanaf 15de eeuw: Gilden groeit uit tot monopolie op ambacht.
→ Steeds moeilijker om meester te worden.
→ Gilde Reglement verhinderlijk.
→ Massaproductie en technische vernieuwingen zijn niet mogelijk.
Gilderegels ontkomen: ontstaan huisnijverheid (platteland).
- Loopt via een ondernemer → regelt grondstoffen en afzet.
- Thuiswerkers volledig afhankelijk: alleen ondernemer had toegang tot de markt
(kennis en kapitaal) → zij zijn ongeschoolde arbeiders en boeren.
Van huisnijverheid naar Industriële Revolutie: de omwenteling krijgt bij de textielproductie als
eerste vorm.
→ 3 uitvindingen:
- Spinnen → vrouwen.
- Weven → mannen (zwaarder).
1. De schietspoel:
- 1733: John Kay.
- Spoel wordt tussen scheringdraden geschoten.
- Weven sneller en bredere stoffen.
- Nog steeds huisnijverheid.
2. The spinning Jenny:
- 1764: James Hargreaves.
- 1761: prijsvraag Society of Arts.
- Spinnen gaat sneller, maar kan het weven nog steeds niet bijhouden.
- Nog steeds huisnijverheid.
→ kwanti- en kwaliteit neemt bij beide toe, maar het leef- en werkpatroon van arbeiders blijdt
gelijk.
3. Waterframe:
- Richard Arkwright.
- Staan te veel spoelen op de machine om met de hand te draaien →
aangesloten op waterkracht.
- Niet langer in de huisnijverheid, maar in de productiehallen (waterkracht).
- 200x zoveel produceren als een spinner met een spinnewiel.
, Langzame overgang van huisnijverheid naar productie in loodsen → fabrieken.
➔ Grote spinnerijen werden gebouwd, aangedreven door waterkracht (waterrad,
watermolen, mill).
➔ Het waterrad bepaalde het werktempo en de werktijd → wevers en spinners deden
dit eerst zelf.
De bouw van een mill → voor ondernemers een grote inverstering.
- Meer grip op hoeveelheid en kwaliteit producten.
- Willen het zsm terugverdienen.
➔ Families van het platteland naar de fabriek halen → lange werkdagen, dure
machines zoveel mogelijk laten draaien.
Mill werd op het platteland gebouwd: bij een beek, (redelijk) snelstromend water.
- Constante watertoevoer is belangrijk.
→ Bedreiging voor mensen die actief zijn in de huisnijverheid.
Echter: De beste locaties zijn snel bezet.
➔ Ondernemers willen niet meer afhankelijk zijn van snelstromend water/waterframe →
nieuwe uitdaging/toepassing:
Stoommachine verbeterd door James Watt (1736-1819).
- Ook in Mills geplaatst → productie kan in droge periode doorgaan/als stoommachine
kapot is toch waterkracht gebruiken..
- Nieuwe mogelijkheden stoommachine: productiehallen/fabrieken worden dicht bij de
arbeiders gebouwd → midden in de stad; geen tijd meer kwijt met naar de fabriek
lopen.
Industriële Revolutie = overgang van het maken van producten met de hand naar een
fabrieksmatige productie.
→ kenmerken:
- Agrarisch urbane samenleving → industriële samenleving.
- Huisnijverheid verdwijnt geleidelijk.
- Snelle bevolkingsgroei en urbanisatie.
- Uitbreiding van mogelijkheden voor vervoer.
- Logistieke mogelijkheden nemen toe.
- Innovaties: wetenschappelijke basis.
- Gebruik van delfstoffen/grondstoffen.