Kennisclip 1: Witteboordencriminaliteit
Witteboordencriminaliteit, de definitie:
- Sutherland, 1949: Crime committed by a person of respectability and high social
status in the course of his occupation. Deze definitie bestaat uit 3 elementen:
1. Hoge sociale status
2. Gedragingen worden gepleegd in de uitoefening van beroep of bedrijf
3. Crimes > overtredingen uit de sfeer van het strafrecht, maar ook het privaat en
bestuursrecht. Gaat erom dat het gedrag sociaal schadelijk en verwijtbaar is
Kritiek op de definitie van Sutherland:
- Kritiek op de uitleg van het begrip ‘crimes’= enerzijds te breed en kritisch
criminologen later juist te smal. Kritisch criminologen pleiten ervoor om de binding
met het recht helemaal los te laten, en de definitie van crimes te koppelen aan het
begrip harm (= sociale schade) > denk hierbij aan de globalisering die ervoor zorgt
dat ondernemingen hun gevaarlijke, schadelijke milieu verontreinigende activiteiten
kunnen verplaatsen naar ontwikkelingslanden zonder fatsoenlijke wetgeving.
- Kritiek op operationalisering van ‘high social status’= wanneer ga je van blauwe
boord naar witte boord? De hedendaagse samenleving is veel diffuser dan de
samenleving waarin Sutherland zich bevond. Het is nu moeilijker om een onderscheid
te maken. Bovendien zijn door automatisering en digitalisering allerlei vormen van
fraude bereikbaar geworden voor iedereen (hoge sociale positie niet noodzakelijk)
- Kritiek betreft het element ‘in the course of his occupation’= aan de ene kant kan
beroep of bedrijf misbruikt worden voor eigen gewin (occupational crime), anderzijds
kunnen daders hun positie in de uitoefening van beroep of bedrijf gebruiken om
misdrijven te plegen met als bedoeling organisatiedoelen te bereiken (corporate
crime), er bestaan ook mengvormen.
Kennisclip 2: Organisatiecriminaliteit
Eerste grote onderzoek in Amerika naar corporate crime in 1980 door Clinard en Yeager:
“Any act committed by corporations that is punished by the state, regardless of whether it is
punished under administrative, civil or criminal law.”
- hierbij wordt crime dus niet beperkt tot de overtreding van het strafrecht, maar ook
privaat en bestuursrecht
In 1992 introduceerde Van de Bunt het begrip organisatiecriminaliteit in Nederland:
“Onder organisatiecriminaliteit dienen die misdrijven te worden begrepen die individueel of
groepsgewijs door leden van een gerespecteerde en bonafide organisatie worden gepleegd
binnen het kader van de uitoefening van organisatorische taken.”
- opvallend hierbij dat Van de Bunt het heeft over gedragingen van mensen binnen die
organisatie ipv gedragingen van de organisatie
, - met de kwalificatie ‘gerespecteerde en bonafide’ wil Van de Bunt een onderscheid
maken naar het begrip ‘georganiseerde criminaliteit’. Bij organisatiecriminaliteit gaat
het om ‘normale’ bedrijven/formele organisaties die crimineel bijklussen.
- kritiek: het zou uitgaan van een soort wij/zij denken, de onderwereld vs de
‘nette’ bovenwereld, terwijl er in de praktijk allerlei mengvormen zijn
Wil je verklaren waarom mensen binnen een organisatie misdrijven plegen? Dan kijk je naar
individuele daders. Wil je begrijpen waarom er verschillen zijn in het criminele gedrag tussen
ondernemingen? Dan kijk je naar de organisatie.
Op basis van de aard van de bedrijfsactiviteiten, de aard van de overtreden regels en de aard
van de daarmee veroorzaakte schade, kunnen we de volgende 6 soorten
organisatiecriminaliteit onderscheiden:
1. Milieucriminaliteit
2. Arbeidsomstandighedencriminaliteit: veiligheid, gezondheid maar ook discriminatie
en andere misdragingen richting werknemers
3. Productcriminaliteit: als gevolg van schadelijke en onveilige producten waar
consumenten het slachtoffer van worden
4. Mededingingscriminaliteit; overtreding van regelgeving met betrekking tot
economische mededinging. Zoals kartelvorming en illegale prijsafspraken. Maar ook
andere delicten zoals bedrijfsspionage en valse advertising (antitrust)
5. Financiële criminaliteit
6. Administratieve overtredingen: niet naleven van verplichtingen ten aanzien van de
transparantie van de boekhouding, of het verstrekken van onjuiste informatie aan het
bevoegd gezag (Libor-fraude)
Er wordt onderscheid gemaakt tussen commissiedelicten (doen) en omissiedelicten (nalaten).
Het strafrecht verbiedt meestal schadelijk gedrag, terwijl bedrijven juist verplicht zijn
bepaalde handelingen uit te voeren (zoals veiligheid en regels naleven). Bij
organisatiecriminaliteit gaat het vaak om nalaten: werknemers plegen de overtreding, terwijl
de leiding aansprakelijk is omdat zij niet ingrijpen of maatregelen nemen.
Kennisclip 3: Overheidscriminaliteit
Twee vormen van overheidscriminaliteit David Friedrichs:
1. State Crime: ‘Harmful activities carried out by the state or on behalf of some
stateagency’ (organisatiebelang)
Activities= geen juridische definitie
2. Political Whitecollar Crime: Misdaden die politici of bestuurders plegen voor hun
eigen gewin (eigenbelang)
,Tweedeling Friedrichs:
1. Criminal States: wanneer het plegen van ernstige misdaden door overheden over
overheidsorganisaties een dominante factor wordt in het handelen van een staat (Nazi
Duitsland)
2. State Criminals: de leiders van deze criminele staten
Definitie State-corporate crimes Kramer & Michealowski:
Are illegal or socially injurious social actions that occur when one or more institutions of
political governance pursue a goal in direct cooperation with one or more institutions of
economic production and distribution.
1. Twee vormen van definiëren van ‘crimes’: in strijd met de wet & sociaal schadelijk
2. Het gaat over organisatiedoelen
Overheidscriminaliteit - corporate crime:
1. State initiated corporate crime= misdaden van ondernemingen die worden gepleegd
op initiatief van, of zelfs in opdracht van de overheid
2. State facilitated corporate crime= misdaden gepleegd door ondernemingen, mogelijk
gemaakt door overheden (doordat er geen wetten zijn of die worden niet gehandhaafd)
3. Corporate-initiated state crime= ernstige mensenrechtenschendingen waarbij
ondernemingen voordeel halen uit optreden van de staat (aanstichter= onderneming)
4. Corporate-facilitated state crime= ondernemingen verschaffen overheden de middelen
of ook financiën om ernstige mensenrechtenschendingen te plegen.
Kennisclip 4: Differentiële associatie en neutralisatietechnieken
Differentiële associatietheorie= ‘waar je mee omgaat, daar word je mee besmet.’, volgens
Sutherland wordt crimineel gedrag geleerd in de omgang met anderen die dat gedrag ook
vertonen. Het gaat hierbij om technieken (aard vd bedrijfsactiviteit), de motivaties (financieel
gewin) en rationalisaties die worden overgedragen.
Neutralisatietechnieken Sykes en Matza= morele rechtvaardiging voor crimineel gedrag.
Interessant bij witteboordencriminaliteit omdat:
- meestal geen crimineel zelfbeeld
- zien zichzelf als gerespecteerde en wetsgetrouwe burger
- idee van criminaliteit plegen staat ver van hen af
- om psychologisch toch in staat te zijn om crimineel gedrag te vertonen hebben juist
deze daders die neutralisatietechnieken nodig om de morele drempel te verlagen
Neutralisatietechnieken (ontkenningen & afleiding van de aandacht)
1. Het ontkennen van schade (vaak moeilijk/op lange termijn zichtbaar of heel indirect)
2. Ontkennen van slachtoffers
a. houdt slachtoffer dom (niet bewust van eigen slachtofferschap)
b. slachtoffer geen individu (moeilijk individualiseerbaar)
c. slachtoffer medeschuldig (verantwoordelijkheid bij slachtoffer leggen)
, d. afstand (geen direct fysiek contact)
3. Ontkennen/verschuiven van verantwoordelijkheid, of deze neerleggen bij een veel
grotere groep
a. bewuste onwetendheid= opzettelijk niet willen weten van regels of de acties
van ondergeschikten om juridische aansprakelijkheid te vermijden
b. bevelen opvolgen= slechts instrument wat opdrachten van bovenaf uitvoert
c. focus op intentie= schade wordt geframed als een ‘ongeluk’ of ‘fout’ omdat de
oorspronkelijke intentie legitiem was
d. bilateral information control= wederzijdse informatiebeperking
4. Het omkeren van het verwijt (vaak; overheid krijgt schuld van de daders)
a. wetsbepaalde overheidsbemoeienis, in hoeverre moet de overheid zich met de
vrije markt bemoeien? (mala prohibita)
b. morele verplichting= wet/handhavers bekritiseren
5. Het beroep doen op hogere doelen
a. organisatieloyaliteit= redden van bedrijf/banen/werkgelegenheid
b. winst als moraliteit en als ethische kwestie= economische noodzaak
Deze vijf neutralisatietechnieken worden geleerd en overgedragen op daders in de omgang
met anderen. Dit leerproces ten gunste van crimineel gedrag, waarin het criminele gedrag dus
als normaal en acceptabel wordt gezien in de eigen kring, vindt in het bijzonder plaats in
subculturele settings. Een bedrijf is typisch een voorbeeld van een subculturele setting. Een
criminogene bedrijfscultuur wordt in het bijzonder gekenmerkt door
- het niet heel erg belangrijk vinden dat wettelijke regels worden nageleefd
- dat het acceptabel is om die regels te overtreden wanneer dat in het belang is van de
organisatie en goed is voor het bereiken van organisatiedoelen.
Kennisclip 5: Rationele keuze en strain
De Rationele keuze theorie verklaart criminaliteit uit de inschatting van kosten en baten die
daders maken die betrekking hebben op regelnaleving vs regelovertreding.
Kritiek: criminaliteit is niet altijd het gevolg van een rationele keuze. Daders hebben niet
altijd de psychologische vermogens om goed kosten en baten af te wegen, de gevolgen te
overzien van crimineel gedrag. Maar juist bij witteboordencriminaliteit gaat het om daders
die hoog zijn opgeleid en gewend te handelen in een bedrijfseconomische context waarbij
kosten en baten worden afgewogen > goede verklaring voor witteboordencriminaliteit.
Kosten en baten van:
- Wetsnaleving
- kosten: regelgeving die zich richt op bedrijven, vraagt vaak van bedrijven
vraagt dat ze bepaalde voorzieningen treffen of bepaalde maatregelen nemen >
kost geld (aanschaffen van apparatuur/opleiden medewerkers)
- baten: het voorkomen van de kosten van de overtreding ervan (pakkans +
sanctie)
- Wetsovertreding